RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/441123 / FA RK 25-5432
Datum uitspraak: 27 november 2025
Beschikking voorziening in het gezag
in de zaak van
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, ZEELAND-WEST-BRBANT,
locatie Breda,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedag] 2022 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] .
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 23 oktober 2025, ontvangen op 23 oktober 2025;
de brief van de griffier gericht aan de vader van 30 oktober 2025;
het e-mailbericht van de vader van 6 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een vertegenwoordigster van de Raad.
2. De feiten
Binnen de relatie van de ouders zijn [minderjarige 1] en zijn zusje [minderjarige 2] geboren.
De moeder van [minderjarige 1] is op [datum] 2025 overleden.
De vader heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] erkend. De moeder was belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige 1] . De ouders waren samen belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] woont samen met zijn vader en [minderjarige 2] .
3. Het verzoek
De Raad verzoekt om de vader te belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] op grond van artikel 1:253g van het Burgerlijk Wetboek (BW). De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Ter onderbouwing van het verzoek voert de Raad aan dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun moeder op zeer jonge leeftijd hebben verloren hetgeen een grote zorg is in hun ontwikkeling. Gelukkig gaat het naar omstandigheden goed met de kinderen. De kinderen worden goed opgevangen door de vader en familie. De vader is bereid hulp te zoeken en te accepteren indien dit nodig zou zijn voor de kinderen om het overlijden van hun moeder te verwerken. De Raad ziet geen zorgen over het veilig opgroeien van de kinderen. Zij verblijven na het overlijden van de moeder in de voor hen vertrouwde omgeving met hun vader, die hen verzorgt en opvoedt. De vader stond tot aan de dag van het overlijden van de moeder weliswaar ingeschreven op een ander adres, maar de vader was altijd aanwezig bij de moeder en de kinderen en woonde daar feitelijk. Het is ook altijd de bedoeling van de ouders geweest dat de vader over beide kinderen, dus zowel over [minderjarige 2] als over [minderjarige 1] , mede het gezag zou dragen. Vanwege onwetendheid is dit door de ouders in het verleden echter niet goed voor [minderjarige 1] geregeld.
4. De beoordeling
De moeder had alleen het gezag over [minderjarige 1] . Als gevolg van het overlijden van de moeder wordt er sindsdien niet voorzien in het gezag over hem. Dat betekent dat er sprake is van een gezagsvacuüm.
Op grond van artikel 1:253g, eerste lid, BW bepaalt de rechter dat de overlevende ouder of een derde met het gezag over het kind wordt belast, indien van de ouders diegene overlijdt die het gezag over hun minderjarige kind alleen uitoefent. Het tweede lid van voornoemd artikel bepaalt dat de rechter dit doet op verzoek van de Raad, de overlevende ouder of ambtshalve. Volgens het derde lid wordt het verzoek om de overlevende ouder met het gezag te belasten slechts afgewezen, indien de rechter oordeelt dat het belang van de minderjarige zich tegen inwilliging verzet.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van de stukken niet is gebleken dat het belang van [minderjarige 1] zich ertegen verzet om de vader te belasten met het ouderlijk gezag over hem. De vader heeft altijd samen met de moeder de verantwoordelijkheid voor de opvoeding en verzorging van [minderjarige 1] gedragen en daarom acht de rechtbank het juist in het belang van [minderjarige 1] dat de vader met het gezag over hem wordt belast. De uitoefening van het gezag over [minderjarige 1] door de vader doet het meest recht aan de huidige situatie. Het is in het belang van [minderjarige 1] dat de vader nu (gezags)zaken en (gezags)beslissingen over hem kan nemen. De rechtbank zal daarom de vader belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .
De rechtbank zal haar beslissing, gelet op de aard daarvan en om een nieuwe gezagsvacuüm te voorkomen, uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden uitgevoerd, ook als hiertegen hoger beroep wordt ingesteld.
5. De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de vader, de heer [de vader] , wordt belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2022 te [geboorteplaats] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025 door mr. Van Triest, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Snatersen, als griffier en schriftelijk vastgesteld op 4 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.