ECLI:NL:RBZWB:2025:9414

ECLI:NL:RBZWB:2025:9414, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30-12-2025, BRE 25/4702

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 30-12-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer BRE 25/4702
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

NTB bezwaar tegen afwijzing ingebrekestelling gegrond - voor het overige is de rechtbank kennelijk onbevoegd of het beroep kennelijk niet-ontvankelijk

Uitspraak

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en

de burgemeester van de gemeente Altena,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de verzoeken die eiser in zijn beroepschrift heeft gedaan om te beslissen op het bezwaar tegen het opleggen van het gebiedsverbod van 30 november 2022 en het bezwaar tegen de afwijzing van de ingebrekestelling van 2 juni 2023. Ook gaat de rechtbank in op eisers verzoek om het college te veroordelen tot betaling van het verschuldigde griffierecht en de proceskosten van de behandeling van de voorlopige voorziening waarin uitspraak is gedaan op 15 december 2022. Daarna beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar van 14 juli 2023, aangevuld op 15 juli 2025, tegen het besluit van 2 juni 2023 waarin eisers ingebrekestelling van 1 juni 2023 wordt afgewezen. Deze ingebrekestelling had betrekking op het niet op tijd nemen van een beslissing op het bezwaarschrift van 6 december 2022 tegen de door de burgemeester opgelegde preventieve last onder dwangsom inhoudende een gebiedsverbod van 30 november 2022.

Omdat de rechtbank voor een deel van het beroep kennelijk onbevoegd is en het beroep voor het overige kennelijk niet-ontvankelijk en kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Met betrekking tot de verzoeken die eiser heeft gedaan om te beslissen op zijn bezwaren tegen de oplegging van het gebiedsverbod door de burgemeester van 30 november 2022 en het bezwaar tegen de afwijzing van de ingebrekestelling (die is gericht tegen het niet op tijd beslissen op het bezwaar tegen de oplegging van het gebiedsverbod door de burgemeester) door het college van 2 juni 2023 overweegt de rechtbank het volgende. Uit de wet vloeit voort dat de rechtbank geen beslissing kan nemen op een bezwaar, maar enkel kan oordelen over een op een beslissing op bezwaar, tenzij het bestuursorgaan instemt met rechtstreeks beroep. Zowel de burgemeester (voor de beslissing op het bezwaar tegen het gebiedsverbod) als het college (voor de beslissing op het bezwaar tegen de door het college gedane afwijzing van de ingebrekestelling die was gericht op het niet op tijd beslissen op het bezwaar tegen het door de burgemeester opgelegde gebiedsverbod) heeft niet ingestemd met rechtstreeks beroep. Het beroep van eiser is in zoverre dan ook (kennelijk) niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank niet inhoudelijk op de verzoeken van eiser beslist.

3. Voor zover eiser verzoekt het college te veroordelen tot betaling van het verschuldigde griffierecht en de proceskosten van de behandeling van de voorlopige voorziening waarin uitspraak is gedaan op 15 december 2022, merkt de rechtbank op dat niet het college, maar de burgemeester in de uitspraak van 15 december 2022 al is veroordeeld tot betaling van het griffierecht en de proceskosten van eiser. Voor zover eiser om de daadwerkelijke betaling hiervan verzoekt, merkt de rechtbank op dat de veroordeling in het griffierecht en de proceskosten met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden tenuitvoergelegd. Voor de daadwerkelijke betaling dient eiser zich dan ook tot de burgerlijke (civiele) rechter te wenden. De bestuursrechter verklaart zich dan ook (kennelijk) onbevoegd.

4. Voor zover het beroep ziet op het niet op tijd beslissen op eisers bezwaar van 14 juli 2023 overweegt de rechtbank het volgende. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

Is het beroep tegen het niet op tijd beslissen op het bezwaar van 14 juli 2023 kennelijk gegrond?

5. Het beroep is kennelijk gegrond. Eiser heeft het bezwaarschrift ingediend op 14 juli 2023. Het college moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn voorbij is. Omdat er een adviescommissie is, geldt in dit geval een termijn van twaalf weken. Het college had dus uiterlijk op 6 oktober 2023 moeten beslissen. De termijn waarbinnen het college moet beslissen is inmiddels voorbij. Eiser heeft het college op 27 augustus 2025 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan.

Welke beslistermijn moet aan het college worden opgelegd?

6. Omdat het college nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het college dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het college dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. Het college heeft niet om een langere termijn verzocht.

Welke dwangsom wordt aan het college opgelegd?

7. De rechtbank bepaalt dat het college een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het college. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

Stelt de rechtbank de bestuurlijke dwangsom vast?

8. Eiser heeft verzocht om de bestuurlijke dwangsom vast te stellen. Als een bestuursorgaan een besluit niet op tijd neemt, moet het bestuursorgaan een dwangsom betalen voor elke dag dat het te laat is, voor maximaal 42 dagen. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 45,- per dag. Het bestuursorgaan stelt de dwangsom vast binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom betaald moet worden.

Het college heeft de hoogte van de bestuurlijke dwangsom niet vastgesteld. Het college voert hiertoe aan dat hij geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is, omdat eiser het college onredelijk laat in gebreke heeft gesteld. De rechtbank overweegt dat bij een bezwaar tegen de afwijzing van een ingebrekestelling geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is. De rechtbank oordeelt dan ook dat het college geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is voor het niet op tijd beslissen op het bezwaarschrift van 14 juli 2023 tegen de afwijzing van de ingebrekestelling.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt, het college de onder 5. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan het college de onder 6. genoemde dwangsom wordt opgelegd.

10. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die volgens de wet vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- bepaalt dat het college aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 30 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I.M. Josten

Griffier

  • mr. M.R. Jouvenaar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?