ECLI:NL:RBZWB:2025:9434

ECLI:NL:RBZWB:2025:9434, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-12-2025, C/02/441675 / JE RK 25-1981

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 08-12-2025
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer C/02/441675 / JE RK 25-1981
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verlenging OTS, restant aanhouden. Verlenging MUHP bij vader afwijzen; geen grondslag nu vader met het eenhoofdig gezag is belast

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/441675 / JE RK 25-1981

Datum uitspraak: 8 december 2025

Beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,

gevestigd te Eindhoven,

hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI),

betreffende

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2008 te [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2011 te [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] ,

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2013 te [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen: [minderjarige 3] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. S.J. Nijssen te Goes,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. M.P. Kapteijn te Middelburg.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,

hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de GI van 6 november 2025 met bijlagen, ontvangen op 6 november 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 december 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk in de Slowaakse taal;

- een vertegenwoordigster van de GI;

- een vertegenwoordigster van de Raad.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. [minderjarige 3] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben apart van elkaar een gesprek met de kinderrechter gevoerd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De vader is belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Dat volgt uit de beschikking van 7 november 2024 waarin is bepaald dat het gezag over de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voortaan alleen toekomt aan de vader.

Bij beschikking van 12 juli 2021 zijn [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voorlopig onder toezicht gesteld voor een periode van drie maanden, te weten met ingang van 12 juli 2021 en tot 12 oktober 2021.

Bij beschikking van 12 juli 2021 is [minderjarige 1] onder toezicht gesteld van de GI met

ingang van 12 juli 2021 en tot 12 oktober 2021. Deze ondertoezichtstelling is daarna steeds

verlengd, voor het laatst tot 12 oktober 2023.

Bij beschikking van 8 oktober 2021 zijn [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld, met ingang van 12 oktober 2021 en tot 12 oktober 2022. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 12 oktober 2023.

Bij beschikking van 28 december 2022 is een machtiging tot uithuisplaatsing van

[minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de vader verleend, met ingang van 28 december 2022 en tot 12 oktober 2023.

Bij beschikking van 20 oktober 2023 is de GI niet-ontvankelijk verklaard in haar

verzoek strekkende tot het verlengen van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en het verlengen van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de andere ouder met gezag. Bij separate beschikking van 20 oktober 2023 is de GI niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot het verlengen van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de andere ouder met gezag.

Bij beschikking van 14 december 2023 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht van de GI gesteld, met ingang van 14 december 2023 en tot 14 december 2024. Bij diezelfde beschikking is tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, verleend met ingang van 14 december 2023 en tot 14 december 2024.

Bij beschikking van 29 oktober 2024 zijn zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, verlengd met ingang van 14 december 2024 en tot 14 december 2025.

[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven bij de vader.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

[minderjarige 2] heeft in het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat het beter met haar gaat. Vorig jaar had zij last van depressieve klachten en een eetstoornis. Daar wil zij geen hulp voor. Inmiddels is [minderjarige 2] haar schoolgang weer aan het opbouwen. Een hele week naar school is nu nog te vermoeiend. Verder gaat [minderjarige 2] graag naar dansles en is zij graag buiten. Ook heeft zij een fijne klik met haar buddy van OpenDoor. Haar leven geeft [minderjarige 2] een cijfer 5,5. Zij weet niet wat zij zou wensen als zij drie wensen mag doen, maar wil wel graag bij haar vader blijven wonen. De thuissituatie bij de vader wordt volgens [minderjarige 2] beter als er minder ruzie wordt gemaakt en zij meer naar school gaat. Tot slot benoemt [minderjarige 2] dat de ondertoezichtstelling niet hoeft te worden verlengd, omdat er al veel hulpverlening is ingezet en er steeds weer een nieuwe jeugdbeschermer betrokken raakt, waar zij dan steeds weer haar verhaal tegen moet vertellen en waarna er dan steeds weer niets gebeurd. Daar is zij klaar mee.

[minderjarige 1] heeft in het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat het best goed met hem gaat. Hij heeft een baan, gaat naar de sportschool en gaat af en toe op stap. [minderjarige 1] heeft geen vrienden, want die komen en gaan. Zijn leven geeft hij een cijfer 6,5. Hij maakt zich veel zorgen over zijn ouders en zijn zusjes. Hij voelt zich verantwoordelijk voor zijn zusjes en wil graag dat het voor hen goed geregeld wordt. Hij heeft echter geen vertrouwen meer in de GI, omdat er telkens een nieuwe jeugdbeschermer betrokken raakt, aan wie hij dan opnieuw zijn verhaal moet vertellen, waarna er dan weer niets gebeurd. Hier is hij klaar mee. Volgens [minderjarige 1] hebben zijn zusjes hun moeder nodig voor meidendingen, maar is dat niet mogelijk, omdat de ouders niet samen door één deur kunnen. Verder moet er bij de vader thuis ondersteuning komen voor de financiën, het huishouden en de verzorging. [minderjarige 1] vindt het daarbij lastig dat hij thuis veel regelt, terwijl zijn vader dat eigenlijk moet doen. Dit bespreekt hij niet met zijn vader. Als hij een wens mocht doen, zou hij willen dat de GI het werk voortaan goed zou doen en helder zou communiceren, en niet zomaar zou zeggen dat zijn zusjes uit huis moeten worden geplaatst. Tot slot heeft [minderjarige 1] veel vragen over waarom het gezag van de moeder over hem en zijn zusjes is beëindigd. Hij vindt het fijn om daar met zijn buddy over in gesprek te kunnen gaan.

De GI handhaaft het verzoek en verwijst voor de onderbouwing naar de ingediende stukken. De grootste zorg op dit moment is het hoge schoolverzuim van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . [minderjarige 1] lijkt zich goed te ontwikkelen, maar hij maakt zich veel zorgen over zijn zusjes. De GI is een nieuwe weg ingeslagen, omdat het continue focussen op het aanleren van nieuwe vaardigheden bij de vader tot op heden geen resultaat heeft opgeleverd. Daarom ligt de focus nu meer op het ondersteunen van de vader. De GI heeft vertrouwen in dit proces, al is er wel tijd voor nodig en moet het vertrouwen eerst worden hersteld vanwege de diverse wisselingen van de jeugdbeschermers. Verder is het op dit moment niet duidelijk of de omgangsregeling tussen de minderjarigen en de moeder al tot stand is gekomen nu daar niets over in de stukken staat en de vaste jeugdbeschermer niet bij de zitting aanwezig kon zijn. Nu de informatie niet geheel up to date en volledig is, kan de GI instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een half jaar, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. Tot slot heeft de GI een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing verzocht, omdat de minderjarigen eerst woonachtig waren bij de moeder en de GI ondanks de gezagsbeëindiging van de moeder vanuit daar verder gaat.

Door en namens de vader wordt ingestemd met het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen. De vader is blij met de nieuw ingeslagen weg, maar maakt zich grote zorgen over het voornemen van de GI om de rol van de moeder in het leven van de minderjarigen te vergroten en versterken. De vader stelt, onder verwijzing naar diverse beschikkingen van de afgelopen jaren, dat de moeder nog steeds niet in staat is om haar verantwoordelijkheid te nemen voor de minderjarigen. De moeder weigert nog steeds alle hulpverlening en beschikt niet over zelfinzicht, omdat zij niet begrijpt waarom de minderjarigen destijds bij de vader thuis zijn geplaatst. De moeder heeft volgens de vader maar één doel, en dat is het terugkrijgen van de minderjarigen. Door de moeder te veel toe te laten in het leven van de minderjarigen wordt de onrust vergroot en wordt de grip van de vader op de gezinssituatie nog kleiner. Tot op heden is de omgangsregeling tussen de minderjarigen en de moeder nog niet opgestart. Desgevraagd benoemt de vader dat het thuis best wel goed gaat. [minderjarige 3] wil niet naar school, omdat zij zich niet fijn voelt op haar nieuwe school. De vader heeft daar de hulp van de GI bij gevraagd. Verder is er soms ruzie, omdat [minderjarige 2] een grote mond heeft, net zoals de moeder. Het is onjuist dat de minderjarigen bij de vader thuis te weinig te eten hebben en het klopt evenmin dat [minderjarige 1] thuis alles regelt. Ook zijn zowel de hygiëne als de financiën op orde. Tot slot voert de vader verweer tegen het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen bij de vader nu hij is belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen en hier dus geen grondslag meer voor is.

Door en namens de moeder wordt ook ingestemd met het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen. De moeder maakt zich veel zorgen over de situatie bij de vader thuis. Het lukt de vader niet om de zorgen het hoofd te bieden. Anders dan de (advocaat van de) vader, is de moeder net als de GI van mening dat haar situatie wel degelijk is veranderd. Er zijn al langere tijd positieve signalen over haar. Zij is bovendien niet erop uit om de minderjarigen weer terug te krijgen; zij wil er alles aan doen om het contact met hen te herstellen en verbeteren. Dat zal volgens de moeder niet lukken zonder ondertoezichtstelling. Tot op heden is de omgangsregeling nog niet opgestart. Tot slot wordt namens de moeder benoemd dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen bij de vader niet meer aan de orde is nu de vader met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen is belast.

De Raad adviseert de ondertoezichtstelling van de minderjarigen voor de duur van een half jaar te verlengen vanwege het gebrek aan informatie over de actuele ontwikkelingen. Er zijn forse zorgen over de thuissituatie bij de vader en met name [minderjarige 2] en [minderjarige 3] worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. Ook over [minderjarige 1] maakt de Raad zich zorgen, ondanks dat hij zich goed lijkt te ontwikkelen. Er moet de komende tijd zicht komen op de nieuw ingeslagen weg vanuit de GI en het effect daarvan op de (thuissituatie van de) vader. Ook moet er meer duidelijk worden over het contactherstel tussen de minderjarigen en de moeder. Daarna kan de situatie verder worden beoordeeld.

5. De beoordeling

Verlenging van de ondertoezichtstelling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen is voldaan. Daarom zal de kinderrechter het verzoek van de GI (deels) toewijzen en de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengen voor de duur van zes maanden, met ingang van 14 december 2025 en tot 14 juni 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt.

Uit de overgelegde stukken en het gesprek tijdens de zitting is het de kinderrechter gebleken dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De kinderrechter maakt zich nog steeds grote zorgen over het forse schoolverzuim van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , hun gebrekkige gezondheid, de achterstanden in hun sociaal-emotionele ontwikkeling en hun zelfbepalende gedrag. Er zijn ook zorgen over het gebrek aan voldoende regels, grenzen en structuur in de opvoedsituatie van de vader, de mogelijke financiële problemen van de vader en de gebrekkige hygiëne bij de vader thuis. Daarbij lijkt de vader over onvoldoende zelfinzicht te beschikken en onmachtig om de minderjarigen een voldoende (emotioneel) veilige, gezonde en stabiele basis te bieden. Het is de kinderrechter verder gebleken dat er nog steeds sprake is van een zeer moeizame verstandhouding van de ouders, waar de minderjarigen last van hebben. Ook is er al lange tijd geen (structureel) contact tussen de minderjarigen en de moeder. Tot slot maakt de kinderrechter zich veel zorgen over [minderjarige 1] , die ondanks dat hij zichzelf staande weet te houden in de huidige situatie, zich erg veel zorgen maakt over zijn zusjes en zijn beide ouders en zich verantwoordelijk voelt voor zijn zusjes.

Er is de afgelopen jaren diverse, intensieve hulpverlening ingezet, maar dit heeft tot op heden niet tot een verbetering van de situatie geleid. Het is nog niet gelukt niet om de balans tussen de opvoedcapaciteiten van de vader en de ontwikkelingsbehoeften van de minderjarigen voldoende te herstellen. Daarom is de GI recent een andere weg ingeslagen en focust de hulpverlening zich niet langer op het aanleren van nieuwe vaardigheden, maar meer op het ondersteunen van de vader bij de zorg voor de minderjarigen. Dit proces is enigszins vertraagd door de komst van opnieuw een nieuwe jeugdbeschermer en het effect hiervan is op dit moment dan ook nog niet bekend. Ook was de GI voornemens om een contactregeling tussen de moeder en de minderjarigen op te starten, maar dit is nog niet van de grond gekomen. Vanwege de bovengenoemde zeer forse en uiteenlopende zorgen en het gebrek aan zicht op (de effecten van) de nieuwe ontwikkelingen, ziet de kinderrechter aanleiding om de ondertoezichtstelling te verlengen en daarbij vinger aan de pols te houden. Daarom zal de ondertoezichtstelling van de minderjarigen worden verlengd voor de duur van zes maanden, met ingang van 14 december 2025 en tot 14 juni 2026, onder aanhouding van het resterende deel. De kinderrechter acht het van belang dat er een tussentijdse evaluatie zal plaatsvinden, zodat het verloop van de ondertoezichtstelling kan worden gemonitord en de stand van zaken omtrent de hulpverlening kan worden besproken. Ook dient er zicht te worden verkregen op de contactregeling tussen de minderjarigen en de moeder. De GI wordt verzocht op uiterlijk 5 mei 2026 alle betrokkenen van deze informatie te voorzien middels een briefrapport.

Afwijzing verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing

De kinderrechter zal het verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen bij de vader afwijzen, nu de vader sinds de beschikking van deze rechtbank van 7 november 2024 met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen is belast. Daardoor bestaat er geen grondslag meer om de minderjarigen middels een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader thuis te plaatsen.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van een half jaar, met ingang van 14 december 2025 en tot 14 juni 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen aan tot een nader te bepalen zitting gelegen vóór 14 juni 2026 en verzoekt de GI om uiterlijk op 5 mei 2026 via een briefrapport de kinderrechter, de (advocaten van de) ouders en de Raad te voorzien van de actuele stand van zaken in het kader van de ondertoezichtstelling en de ontwikkelingen in de situatie;

behoudt zich iedere nadere beslissing voor;

wijst het verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2025 door mr. Voorn, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. De Haas als griffier, en op schrift gesteld op 23 december 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. De Haas als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?