ECLI:NL:RBZWB:2025:9476

ECLI:NL:RBZWB:2025:9476, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-12-2025, C/02/442138 / JE RK 25-2059

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 13-01-2026
Zaaknummer C/02/442138 / JE RK 25-2059
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/442138 / JE RK 25-2059

Datum uitspraak: 17 december 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,

gevestigd te Eindhoven ,

hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. F.J.I. van den Branden te Terneuzen,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat mr. M. Kalle te Middelburg .

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg ,

hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 november 2025;

het bericht met bijlage van de GI, ontvangen op 21 november 2025;

het bericht met bijlagen van mr. Van den Branden, ontvangen op 11 december 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 december 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

een tweetal vertegenwoordigsters van de GI;

een vertegenwoordiger namens de Raad.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover,

in het bijzijn van de [kindbehartiger] , een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

Vanwege de samenhang is de zaak gelijktijdig behandeld met zaaknummer C/02/411128 / FA RK 23-3004. Op dat zaaknummer is per separate beschikking beslist.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij haar vader.

Bij beschikking van 3 januari 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 3 januari 2024 en tot 3 januari 2025.

Bij beschikking van 19 januari 2024 is bepaald dat de vrouw en [minderjarige] , in het kader van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van begeleid contact met elkaar waarbij de aard, duur en frequentie onder regie van de GI nader zal worden uitgewerkt. De beslissing op het verzoek van de vrouw is aangehouden in afwachting van een briefrapportage van de GI.

Bij beschikking van 24 december 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd voor de duur van een jaar, met ingang van 3 januari 2025 en tot 3 januari 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI handhaaft het verzoek, maar kan zich ook vinden in een kortere verlenging van zes maanden om te komen tot een concreet plan met voorwaarden over de uitbreiding van het contact tussen [minderjarige] en de moeder. In aanvulling op het verzoekschrift heeft de GI aangegeven dat de huidige situatie voor [minderjarige] lastig is, dat zij veel in haar hoofd zit en dat zij lastig over moeilijke dingen kan praten. Words & Pictures heeft plaatsgevonden, maar dat heeft nog (te) weinig effect gehad. Belangrijk is dat de situatie nogmaals aan [minderjarige] wordt uitgelegd, mogelijk vanuit de speltherapie. [minderjarige] heeft veel baat bij de speltherapie en dat zal dan ook worden voortgezet. Verder is de communicatie tussen de ouders sinds enkele weken verbeterd en is er een uitbreiding in het contact tussen [minderjarige] en de moeder. Naast het wekelijkse contact op de woensdag van 13:15 tot 16:30 uur is er een videobelmoment, hetgeen de ouders samen regelen. IPT heeft aangegeven dat de begeleide contactmomenten op dit moment positief verlopen en juist daarom is geadviseerd om het contact voorlopig begeleid te houden. Er is bij de moeder een patroon zichtbaar, waarbij er een escalatie bij [minderjarige] plaatsvindt of [minderjarige] zorgelijke uitspraken doet zodra er wordt uitgebreid of het contact onbegeleid wordt. In mei 2025 is dit ook het geval geweest, waarna de GI heeft besloten dat het contact weer begeleid zijn. De GI vindt het belangrijk dat het contact langer begeleid zal zijn, maar geeft wel aan dat zij het contact wil uitbreiden. Daar staan de ouders en [minderjarige] ook achter. Recent zijn [minderjarige] en de moeder dan ook aangemeld bij 10 voor Toekomst in het kader van omgangsbegeleiding. Hoe de uitbreiding eruit moet komen te zien, is nog niet duidelijk. Hierbij is ook van belang dat er eerst meer zicht op de leefwereld en denkwijze van [minderjarige] komt. Het komend jaar wil de GI ook onderzoeken hoe de ouders verder kunnen worden ondersteund, mogelijk in de vorm van ouderschapsbemiddeling of SCHIP-therapie.

Door en namens de moeder is verzocht om de maatregel voor drie maanden te verlengen onder aanhouding van het restant. De moeder ervaart onduidelijkheid en voelt zich met momenten machteloos, maar ziet wel in dat de ondertoezichtstelling voor nu nog nodig is. Belangrijk is dat de komende periode anders gaat zijn dan afgelopen jaar. Het contact tussen [minderjarige] en de moeder is in het afgelopen jaar niet uitgebreid. Zij hebben zelfs minder contact met elkaar gehad dan het jaar daarvoor. Er hebben enkele onbegeleide bezoeken plaatsgevonden, maar dat is door de GI in mei 2025 stopgezet. Dit terwijl de moeder niet op een negatieve manier over de vader tegen [minderjarige] heeft gesproken. Dat de GI haar niet gelooft, vindt de moeder lastig. Ook vindt zij het moeilijk dat er geen perspectief aan [minderjarige] en de moeder wordt geboden over of en wanneer het contact wordt uitgebreid dan wel onbegeleid zal zijn. Het is belangrijk dat de GI duidelijkheid gaat creëren en met een concreet plan en voorwaarden ten aanzien van de uitbreiding van het contact tussen [minderjarige] en de moeder komt. Verder maakt de moeder zich al langere tijd zorgen over [minderjarige] , haar gedrag en dat zij de moeder mist. De moeder vindt het fijn dat er nu hulp voor [minderjarige] is en ziet dat [minderjarige] is gebaat bij de speltherapie, maar de hulp had sneller ingezet moeten worden. De samenwerking tussen de GI en de moeder verloopt moeizaam. De GI overlegt niet, maar deelt dingen mee en de moeder mag daar niets van vinden. Het klopt niet dat de moeder uit contact is gegaan, wel heeft zij in mei 2025 aangegeven voorlopig alleen per e-mail contact met de GI te willen. Verder hebben de ouders al ouderschapsbemiddeling gevolgd, maar als het voor [minderjarige] nodig is, is de moeder bereid om opnieuw daaraan mee te werken. Tot slot begrijpt zij niet dat de GI haar begeleiders vanuit [stichting] niet heeft benaderd en bevestigt de moeder dat zij uit onmacht kwetsende e-mails naar de vader kan sturen.

Door en namens de vader is aangegeven dat hij zich kan vinden in een verlenging voor de duur van zes maanden onder aanhouding van het restant, om vinger aan de pols te houden. Het gaat goed met [minderjarige] bij de vader thuis; [minderjarige] kan zich uiten bij de vader en de vader spreekt niet negatief over de moeder. [minderjarige] heeft ook bij de vader aangegeven dat zij de moeder mist en dat heeft geleid tot een extra videobelmoment tussen [minderjarige] en de moeder. Desondanks maakt hij zich ook zorgen om [minderjarige] . Zo lijkt zij zichzelf de situatie te verwijten. De vader hoopt dat de speltherapie hierbij kan helpen. Hij merkt dat [minderjarige] tot nu toe echt baat heeft bij de speltherapie. Verder staat de vader achter een uitbreiding van het contact tussen [minderjarige] en de moeder, maar hij vindt het wel belangrijk dat de contactmomenten veilig zijn. Onbegeleid contact vindt de vader voor nu nog te vroeg, aangezien er bij de moeder situaties zijn geweest die niet goed waren. Belangrijk is dat de moeder daaraan gaat werken. Ook moet de situatie tussen de ouders verbeteren. Ondanks dat er al trajecten zijn geweest, staat de vader open voor SCHIP-therapie en/of ouderschapsbemiddeling. Tot slot stuurt de moeder, met momenten en mogelijk onder invloed van alcohol, e-mails naar de vader die hem kwetsen. De vader zou willen dat de moeder dergelijke e-mails niet meer stuurt.

De Raad staat achter de verlenging van zes maanden onder aanhouding van het restant. Dit om een toetsingsmoment te creëren. [minderjarige] wordt nog steeds in haar ontwikkeling bedreigd. Zij zit klem, laat extreem gedrag zien en het lijkt erop dat zij zich niet uit durft te spreken. Het is nog onduidelijk of het gedrag van [minderjarige] vanuit haarzelf komt of door de omstandigheden. De Raad begrijpt dat de GI het contact voorlopig begeleid wil houden, maar merkt wel op dat het perspectief voor [minderjarige] en de moeder ontbreekt. Belangrijk is dat de GI een concreet plan met voorwaarden gaat maken. Verder kan ouderschapsbemiddeling of een andere vorm van bemiddeling helpend zijn. Juist nu de situatie van [minderjarige] en de rollen van de ouders ten opzichte van enkele jaren geleden zijn veranderd.

Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] verteld dat het goed met haar en op school gaat. Wel kan [minderjarige] soms boos zijn en kan zij bijvoorbeeld een ander krauwen of bijten, maar dat gaat nu beter. [minderjarige] vindt het fijn om de moeder te zien en zou graag vaker naar de moeder willen gaan. Zij vindt het jammer dat dingen lang duren en zou willen dat de jeugdbeschermer sneller beslissingen neemt, bijvoorbeeld als het gaat over het contact met de moeder. Ook bij de vader thuis gaat het goed. Wel vindt [minderjarige] de situatie tussen de ouders soms moeilijk en voelt zij de spanningen en ruzies tussen hen aan. Zo geeft [minderjarige] aan dat zij een avond van te voren al kan gaan nadenken over wat zij kan gaan zeggen of doen als bepaalde situaties zich voordoen. Verder vindt [minderjarige] het lastig om over moeilijke dingen te praten en begrijpt zij niet helemaal waarom de situatie is zoals die is. Het zou [minderjarige] helpen als dit nog een keer wordt uitgelegd. Tot slot volgt [minderjarige] speltherapie en dat vindt zij erg fijn.

5. De beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor het verlengen van de ondertoezichtstelling is voldaan. Zij zal het verzoek toewijzen en de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden verlengen, te weten tot 3 juli 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. Zij legt deze beslissing hierna uit.

De kinderrechter stelt vast dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] nog niet is weggenomen en dat er nog stappen moeten worden gezet. [minderjarige] wordt belast met de huidige situatie en zij begrijpt niet waarom de situatie is zoals die is. Gebleken is dat [minderjarige] klem zit tussen de ouders; zij ervaart spanningen tussen hen en voelt zich hiervoor verantwoordelijk. Daarnaast kan [minderjarige] lastig over moeilijke dingen praten, lijkt zij zich niet (volledig) uit te spreken en vindt [minderjarige] het nog steeds moeilijk om met haar emoties om te gaan. Dit kan zich uiten in extreem gedrag zoals heftige boosheid en verdriet in bijvoorbeeld het contact met hulpverleners en tijdens de contactmomenten met de moeder. Het is de kinderrechter verder gebleken dat [minderjarige] en de moeder nog steeds begeleid contact op de woensdagmiddag met elkaar hebben. Het afgelopen jaar is twee keer geprobeerd om het contact onbegeleid te laten plaatsvinden, maar in mei 2025 heeft de GI besloten dat het contact gedurende de rest van het jaar begeleid zal zijn. Dit nadat [minderjarige] tegen de IPT’er had verteld dat de moeder tijdens het onbegeleide contactmoment negatief over de vader en de hulpverlening sprak en had gezegd dat [minderjarige] vanaf 12 jaar zelf mag kiezen waar zij wil wonen. De moeder ontkent echter dat zij dit tegen [minderjarige] heeft gezegd. Uit de informatie van de GI blijkt dat er bij de moeder sprake is van een terugkerend patroon, te weten periodes waarin onbegeleid contact tussen [minderjarige] en de moeder goed gaat, afwisselend met periodes waarin incidenten voorkomen. Gelet daarop en op het advies vanuit IPT stelt de GI dat het contact voorlopig begeleid moet blijven, maar de GI staat wel bereidwillig tegenover een uitbreiding van het contact. Hoe dat eruit moet komen te zien, is nog onduidelijk. Tijdens de zitting is door en namens de moeder aangegeven dat duidelijkheid en perspectief met betrekking tot het contact tussen [minderjarige] en de moeder en de uitbreiding daarvan ontbreekt. Ook de Raad en de vader hebben dit aangegeven. De vader staat immers achter een uitbreiding van het contact, mits het voor [minderjarige] veilig is. Zelf heeft [minderjarige] tijdens het gesprek met de kinderrechter ook aangegeven dat zij haar moeder vaker zou willen zien.

Ook de kinderrechter vindt het van groot belang dat er wordt toegewerkt naar een bestendige zorgregeling tussen [minderjarige] en de moeder en dat er hieromtrent meer duidelijkheid en perspectief voor beide ouders en [minderjarige] komt. Met de aanwezigen is daarom tijdens de zitting afgesproken dat de GI de komende zes maanden een concreet plan met voorwaarden voor de uitbreiding van het contact tussen [minderjarige] en de moeder gaat maken, waarbij aandacht voor zowel de frequentie en duur als voor het al dan niet hebben van onbegeleide contactmomenten moet zijn. Bij het opstellen van dit concrete plan dienen beide ouders betrokken te worden en ook dienen er (vaste) evaluatiemomenten te worden gepland. Duidelijk voor de moeder moet in ieder geval zijn wat er van haar wordt verwacht om de volgende stap in het contact met [minderjarige] te kunnen zetten. Als blijkt dat de volgende stap (nog) niet kan worden gezet, moet de GI aan de moeder uitleggen waarom dit nog niet kan en wat de moeder moet veranderen. In het plan moet ook het belang en tempo van [minderjarige] worden meegenomen. Verder vindt de kinderrechter het belangrijk dat in de komende periode nogmaals aan [minderjarige] wordt uitgelegd waarom de situatie is zoals die is en dat de speltherapie wordt voorgezet. Daarnaast is het van belang dat [minderjarige] gaat ervaren dat de ouders met elkaar kunnen samenwerken en communiceren. Mogelijk dat ouderschapsbemiddeling of een andere vorm van bemiddeling hierbij kan helpen. In dit kader merkt de kinderrechter op dat zij het ook belangrijk vindt dat er met de moeder wordt gesproken over de e-mails die zij naar de vader stuurt, nu dergelijke communicatie niet helpend en niet in het belang van [minderjarige] is. Van de ouders verwacht zij dat zij met de GI en de hulpverlening (blijven) samenwerken.

Gelet op het bovenstaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden verlengen en het restant aanhouden. Nu het resterende deel van het verzoek zal worden aangehouden, verzoekt de kinderrechter de GI om één week voorafgaand aan de hierna te noemen zitting per brief te rapporteren over het verloop van de ondertoezichtstelling, het concrete plan met voorwaarden voor de uitbreiding van het contact tussen [minderjarige] en de moeder en de stand van zaken. Ook wordt de GI verzocht haar nadere standpunt over het resterende deel van het verzoek kenbaar te maken en te berichten of de GI het restantverzoek al dan niet handhaaft. Ter gelegenheid van de hierna te noemen zitting zal tevens de G&O-procedure tussen de ouders met zaaknummer C/02/411128 / FA RK 23-3004 worden behandeld.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter doet dit, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 3 januari 2026 en tot 3 juli 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van [datum] 2026 om [uur], welke wordt gehouden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg , Kousteensedijk 2 (4331 JE) , ten overstaan van mr. Dijkman, kinderrechter, voor de duur van 75 minuten en in afwachting van de nadere informatie van de GI zoals opgenomen in rechtsoverweging 5.6 (een en ander dient uiterlijk 19 juni 2026 aan de rechtbank te worden toegestuurd);

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die zitting voor de GI, de Raad, de vader en zijn advocaat en de moeder en haar advocaat;

bepaalt dat [minderjarige] per aparte brief zal worden uitgenodigd voor een kindgesprek;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025 door

mr. Dijkman, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vork, griffier, en op schrift gesteld op 30 december 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Vork

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?