ECLI:NL:RBZWB:2025:9483

ECLI:NL:RBZWB:2025:9483, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-12-2025, 382331 JE RK 21-293

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 18-12-2025
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer 382331 JE RK 21-293
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

afwijzing verzoek omgang moeder - al jaren geen contact - minderjarige dient traumabehandeling aan te kunnen gaan

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/382331 / JE RK 21-293

Datum uitspraak: 18 december 2025

Nadere beschikking van de meervoudige kamer over de vaststelling van een zorg- en contactregeling

in de zaak van

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] (België),

advocaat: mr. H.C. Egger- van Oppen te Vierlingsbeek,

betreffende de minderjarige

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] ( [land] ),

hierna te noemen [minderjarige] .

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[de pleegouders] ,

hierna te noemen de pleegouders,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),

gevestigd te Tilburg .

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. Het verdere verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:

- de beschikking van deze rechtbank van 11 maart 2024 en de daarin genoemde stukken;

- de brief, met bijlage, van de GI van 19 februari 2025.

Op de zitting van 25 november 2025 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank het verzoek met gesloten deuren nader behandeld. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat en bijgestaan door een tolk in de Spaanse taal;

- een vertegenwoordigster van de Raad;

- een vertegenwoordigster van de GI.

Hoewel behoorlijk opgeroepen zijn de pleegouders niet verschenen.

De behandeling van het verzoek heeft, gelet op de nauwe samenhang tussen deze verzoeken, gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van het verzoek van de Raad tot beëindiging van het gezag van de moeder. Dit verzoek is geregistreerd onder het zaaknummer C/02/432183 / FA RK 25-906. Op dit verzoek wordt in een aparte beschikking beslist.

De rechtbank heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld haar mening te geven. Zij heeft hier geen gebruik van gemaakt.

2. De feiten

Op 3 februari 2021 heeft de moeder een verzoek gedaan vaststelling omgangsregeling in het kader van een lopende ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Zij verzocht de dan geldende contactregeling van eenmaal per week telefonisch contact tussen [minderjarige] en haar moeder te wijzigen in een begeleide omgangsregeling van 2 uren per 2 weken op een neutrale plaats en voorts iedere week op zondag telefonisch contact en voorts te bepalen dat deze omgangsregeling na enige tijd op aangeven van de GI kan worden uitgebreid tot een begeleide omgangsregeling van een (mid)dag per 2 weken bij moeder thuis in [woonplaats] .

Bij beschikking van de rechtbank van 19 april 2021 met onderhavig zaaknummer is bepaald dat de moeder en [minderjarige] , voorlopig gerechtigd zijn tot contact met elkaar gedurende

- twee uur per twee weken, onder begeleiding van de GI en/of Sterk Huis dan wel door een door de GI aan te wijzen persoon of instantie, op een neutrale plaats, waarbij de GI de mogelijkheid heeft om de contacten in het belang van [minderjarige] uit te breiden en te bepalen waar en wanneer deze plaats zullen vinden, en

- iedere week telefonisch op zondag.

In de beschikking van de rechtbank van 20 april 2022 is opgenomen dat de uitvoering van de regeling die in de beschikking van 19 april 2021 is vastgelegd onder meer is gestuit op praktische problemen (moeder heeft zorg voor twee nog jonge kinderen, het is moeilijk om met het openbaar vervoer van [woonplaats] naar [plaats 1] te komen, moeder heeft geen opvang en de omgangsbegeleider kan alleen op weekdagen en moeder alleen in het weekend) welke problemen er uiteindelijk toe hebben geleid dat deze regeling in zijn geheel is gestaakt. De behandeling van de zaak wordt dan ook aangehouden.

Nadien is de behandeling van de zaak bij beschikkingen van 21 maart 2023, 18 juli 2023 en 11 maart 2024 weer steeds aangehouden. Bij laatst genoemde beschikking is overwogen dat er nog geen contactherstel heeft plaatsgevonden tussen [minderjarige] en de moeder, omdat hier bij [minderjarige] nog geen ruimte voor bestaat. Het vaststellen van een contactregeling is daardoor niet mogelijk. De kinderrechter overweegt dat gezien het behandeltraject dat [minderjarige] bij de [zorgorganisatie] volgt, alsook het omgangstraject dat onder begeleiding van [jeugdzorg] op korte termijn zal starten tussen [minderjarige] en haar halfzusjes, er in de komende periode wellicht ruimte zou kunnen ontstaan voor een verzoeningsgesprek tussen [minderjarige] en de moeder. De kinderrechter acht het van belang dat de mogelijkheden voor een dergelijk gesprek in de komende periode, onder regie van de GI (regelmatig) worden beoordeeld en dat hierop wordt ingezet op het moment dat een verzoeningsgesprek haalbaar is en in het belang van [minderjarige] wordt geacht. Daarbij acht de kinderrechter het belangrijk dat de bevindingen van de behandelaar van de [zorgorganisatie] worden meegenomen. De kinderrechter heeft de behandeling van de zaak vervolgens aangehouden tot 11 februari 2025 pro forma in afwachting van een schriftelijk verslag van de GI over het verloop van het (onderzoek naar het) contactherstel tussen [minderjarige] en haar moeder en haar halfzusjes. Daarbij dient de GI dan (wederom) een advies uit te brengen over welke contactregeling zij het meest in het belang van [minderjarige] acht.

Bij beschikking van 11 maart 2025 is de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 20 maart 2026.

3. Het verzoek

Ter beoordeling ligt inmiddels voor het (gewijzigde) verzoek van de moeder om de voorlopige contactregeling te wijzigen en een (onbegeleid) contact vast te stellen gedurende één middag per 14 dagen op een door moeder van te voren aan de GI kenbaar te maken locatie.

4. De standpunten

De moeder heeft tijdens de zitting laten weten dat zij haar verzoek handhaaft. Er is nog steeds geen contact tot stand gekomen tussen haar en [minderjarige] . Ook is er geen contact geweest tussen [minderjarige] en haar zusjes. De moeder geeft aan dat het voor haar niet mogelijk is om naar [plaats 2] te komen voor een contactmoment. Het zou haar een hele dag kosten om met de meisjes naar [plaats 2] af te reizen en weer terug en dat voor slechts een uurtje contact. Los daarvan heeft de moeder daar ook niet de financiële middelen voor. De moeder had gehoopt dat de pleegouders met [minderjarige] naar [woonplaats] zouden kunnen komen voor een kennismaking. De moeder vindt de manier waarop [minderjarige] in het huidige pleeggezin is komen te wonen nog altijd schokkend. Zij geeft aan dat de ouders van de heer [naam 1] (de juridische vader van [minderjarige] ) een kwalijke rol hebben gespeeld in het geheel. Op het moment dat [minderjarige] bij hen kwam wonen is haar identiteit gewist. De familie [naam 1] heeft ervoor gezorgd dat het beeld dat [minderjarige] van haar moeder heeft is beschadigd. De waarheid ligt volgens de moeder heel anders. De moeder vindt dat [minderjarige] die moet weten. De zusjes van [minderjarige] snappen ook niet waarom [minderjarige] niet thuis kan komen. Het is een onmogelijke situatie voor iedereen. De moeder rouwt om het verlies van haar dochter. Daarom heeft zij niet gereageerd op de GI. Zij is ervan overtuigd dat [minderjarige] nooit kan beginnen met traumaverwerking wanneer zij niet op de hoogte is van de waarheid over het verleden. In de opinie van de moeder moet een hulpverlener van [zorgorganisatie] [minderjarige] op de hoogte brengen van het ware verhaal en moet vandaaruit gewerkt worden aan contactherstel met de moeder. Het feit dat [minderjarige] geen contact wil met haar moeder is veroorzaakt doordat iedereen om [minderjarige] heen ervoor heeft gezorgd dat zij onterecht een slecht beeld van haar moeder kreeg.

Namens de GI is bij brief van 19 februari 2025 aangevoerd dat het afgelopen jaar een aantal keer is geprobeerd om een fysiek omgangsmoment te plannen tussen [minderjarige] en haar halfzusjes. Dit is helaas niet gelukt. Voornamelijk omdat er geen geschikte datum gevonden kon worden en omdat de moeder het niet eens is met de locatie van de omgangsmomenten (in [plaats 2] in een ruimte van [jeugdzorg] ). Op 10 februari 2025 heeft een kennismaking plaatsgevonden tussen de pleegouders en een nieuwe omgangsbegeleider van [jeugdzorg] , omdat de eerder betrokken omgangsbegeleider gestopt is binnen [jeugdzorg] . In het kennismakingsgesprek is gekeken naar de mogelijkheden rondom fysiek contact tussen [minderjarige] en haar halfzusjes uit België. [minderjarige] wil graag contact met hen. Daarbij moet worden aangetekend dat de omgangsbegeleider niet beschikbaar is in de weekenden. Met de moeder zal ook een gesprek worden gepland om de mogelijkheden bespreekbaar te maken rondom fysiek contact tussen [minderjarige] en haar halfzusjes. Hierna zal ook een gesprek met [minderjarige] plaatsvinden. Het blijft zo dat de omgangsmomenten zullen plaatsvinden in [plaats 2]. De GI is van mening dat gehoor moet worden gegeven aan de wens van [minderjarige] om contact te hebben met haar halfzusjes uit België. Tot op heden is [minderjarige] duidelijk geweest dat zij geen contact wenst met haar moeder, maar dat zij wel snapt dat deze bij de fysieke omgang aanwezig zal zijn. Het valt de GI op dat de moeder momenteel uit het contact blijft met de betrokken jeugdbeschermer en niet reageert op mails die verzonden worden over het plannen van beeldbel contact tussen [minderjarige] en haar halfzusjes. Het is van belang dat de moeder weer in contact komt met de betrokken jeugdbeschermer en meewerkt aan het plannen van deze contactmomenten. De GI acht het belangrijk dat er op korte termijn een gesprek zal plaatsvinden tussen de betrokken jeugdbeschermer, de moeder en de nieuwe omgangsbegeleider om af te stemmen wat mogelijk is. Het is nog steeds de vraag wat er in de toekomst mogelijk is qua contact. De GI zal blijven onderzoeken wat [minderjarige] ’s wens is rondom het contact met haar moeder, door in gesprek te blijven gaan met [minderjarige] .

Tijdens de zitting is daar door de vertegenwoordigster van de GI, mevrouw [naam 2] , het volgende aan toegevoegd. Zij is pas sinds kort als jeugdbeschermer bij [minderjarige] betrokken en heeft [minderjarige] recent gesproken. Zij heeft begrepen dat er wel wat belcontacten met de zusjes zijn geweest, maar dat die niet goed zijn verlopen omdat de moeder steeds op de achtergrond aanwezig was. [minderjarige] heeft aangegeven dat zij het op deze manier niet meer wil. Zij zou eigenlijk wel contact met haar zusjes willen hebben, maar zij wil dit niet met haar moeder. Aangezien haar zusjes bij haar moeder wonen is dit lastig. Een fysiek contact met de zusjes is er ook niet van gekomen. Dit was gepland bij [jeugdzorg] in [plaats 2], maar de jeugdbeschermer heeft van [minderjarige] begrepen dat de zusjes niet zijn komen opdagen. De jeugdbeschermer is erg geschrokken van hoe het met [minderjarige] gaat. In het raadsrapport werd al aangegeven dat [minderjarige] gelaten overkomt, maar de situatie is inmiddels veel erger. [minderjarige] wil niet praten en wil geen vragen beantwoorden. Zij leek volledig door de jeugdbeschermer heen te kijken. De GI heeft ernstige zorgen over hoe het echt met [minderjarige] gaat. Zij lijkt ver verwijderd van haar gevoel en haar verstand. De GI heeft haar zorgen gedeeld met pleegzorg en de [zorgorganisatie] .

Verder is met de [zorgorganisatie] besproken om toch te starten met de traumabehandeling die tot op heden nog niet van de grond is gekomen. De GI vindt het tevens belangrijk dat de moeder weer informatie over [minderjarige] krijgt. Vorig jaar heeft zij voor het laatst informatie gehad. De GI heeft begrepen dat de moeder heeft aangegeven dat zij geen informatie meer wil en dat [minderjarige] niet wil dat er informatie wordt gedeeld. De GI meent dat de volwassenen om [minderjarige] heen hun eigen belangen aan de kant moeten zetten en in het belang van [minderjarige] moeten gaan handelen.

De GI is van mening dat een omgangsregeling tussen [minderjarige] en de moeder nu niet haalbaar is en ook niet in de nabije toekomst. Er worden door de moeder steeds allerlei praktische bezwaren aangevoerd, maar er moet gekeken worden naar [minderjarige] zelf. Dat dient prioriteit te hebben. Het doet [minderjarige] veel pijn dat zij geen emotionele toestemming van de moeder kan krijgen voor het verblijf in het pleeggezin. Zolang de moeder niet in staat is haar eigen pijn en onvrede achter zich te laten, is er geen contact mogelijk. De GI realiseert zich dat zij daarmee wellicht het onmogelijke vraagt van de moeder. De GI kan zich voorstellen dat de contactbreuk met de moeder niet helpend is voor [minderjarige] . De moeder is immers een stukje van haar identiteit. Echter, op dit moment kan [minderjarige] het contact niet aan en wil zij haar moeder niet zien. Zij moet eerst traumabehandeling krijgen bij de [zorgorganisatie] . Dit start volgende week. Mogelijk komt er dan in de toekomst een moment dat [minderjarige] zelf aangeeft dat zij weer contact wil. Op dit moment meent de GI dat het verzoek van de moeder moet worden afgewezen.

De Raad onderschrijft de visie van de GI dat contact met de moeder op dit moment niet mogelijk is. De Raad schrikt van het beeld dat door de GI over [minderjarige] wordt geschetst. Tijdens het onderzoek van de Raad leek [minderjarige] redelijk te functioneren. De situatie is inmiddels duidelijk verslechterd. De Raad begrijpt dat het voor de moeder ingewikkeld en moeilijk is, maar de focus moet nu komen te liggen op [minderjarige] en haar behandeling.

5. De nadere beoordeling

Aangezien de rechtbank bij beschikking van heden in de zaak met kenmerk C/02/432183 / FA RK 25-906 het gezag van de moeder beëindigt, kwalificeert de rechtbank het verzoek van de moeder als een verzoek tot wijziging van de omgangsregeling op grond van artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW).

In artikel 1:377e BW staat dat een omgangsregeling die door de rechtbank is bepaald of door de ouders is afgesproken, kan worden veranderd. Dat kan als de omstandigheden zijn veranderd na de beslissing van de rechtbank of na de afspraken van de ouders. Dit kan ook als bij de beslissing van de rechtbank van verkeerde of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank oordeelt als volgt.

De rechtbank stelt vast dat de door de rechtbank bij beschikking van 19 april 2021 vastgestelde voorlopige contactregeling al jarenlang niet wordt nageleefd. Daarmee is sprake van een wijziging van omstandigheden. Door de jaren heen is door de GI op diverse manieren geprobeerd om een omgangsregeling tussen [minderjarige] en de moeder tot stand te brengen. Dit is tot op heden niet gelukt. [minderjarige] heeft al jaren geen enkel contact met haar moeder. Ook het tot stand brengen van contact tussen [minderjarige] en haar zusjes is gestrand op het gegeven dat zij bij de moeder wonen. De moeder stelt weliswaar dat zij geen kansen heeft gekregen, maar de rechtbank ziet dat de moeder al sinds 2021/2022 steeds praktische bezwaren opwerpt wanneer de GI zaken rondom de omgang regelt en probeert tegemoet te komen aan de wensen van de moeder. Dit alles heeft ertoe geleid dat [minderjarige] inmiddels elke vorm van omgang met haar moeder pertinent afwijst.

De rechtbank is geschrokken van wat zij van de GI tijdens de zitting over [minderjarige] heeft gehoord. Zij maakt zich ernstig zorgen over hoe het nu met [minderjarige] gaat. Het is belangrijk dat zij snel de juiste behandeling krijgt om weer in contact te komen met zichzelf en om te leren omgaan met gebeurtenissen uit het verleden. Het is positief te horen dat [minderjarige] op korte termijn met een traumabehandeling zal starten bij [zorgorganisatie] . Een dergelijke behandeling zal ongetwijfeld heftig zijn voor [minderjarige] . Het is dan belangrijk dat er om haar heen zoveel mogelijk rust is. Met de Raad en de GI is de rechtbank van oordeel dat er op dit moment geen enkele ruimte bij [minderjarige] bestaat voor omgang met de moeder. [minderjarige] heeft behoefte aan duidelijkheid, ook op dat gebied. Het gegeven dat de moeder aan haar blijft trekken levert spanning bij haar op. Het is in haar belang dat deze spanning wordt weggenomen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het niet in het belang van [minderjarige] om een omgangsregeling vast te stellen tussen haar en de moeder. De rechtbank zal het verzoek van de moeder dan ook afwijzen. De rechtbank vindt het niet nodig om de moeder de omgang met [minderjarige] te ontzeggen, maar een vastgestelde regeling tussen de moeder en [minderjarige] is nu en in de nabije toekomst niet aan de orde. Dit laat onverlet dat [minderjarige] nog wel contact kan hebben met haar zusjes. Het is aan de GI om te kijken wat de mogelijkheden hierin zijn.

6. De beslissing

De rechtbank:

wijst het (gewijzigde) verzoek van de moeder af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025 door

mr. Van Triest, voorzitter, mr. De Graaf en mr. Jurkovich, allen kinderrechters, in aanwezigheid van Van Beijsterveldt als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Van Triest

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?