ECLI:NL:RBZWB:2025:9485

ECLI:NL:RBZWB:2025:9485, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-12-2025, 432183 FA RK 25-906

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 18-12-2025
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer 432183 FA RK 25-906
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Gezagsbeëindiging moeder

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/432183 / FA RK 25-906

Datum uitspraak: 18 december 2025

Beschikking van de meervoudige kamer over gezagsbeëindiging

in de zaak van

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

REGIO ZUIDWEST NEDERLAND,

Locatie Breda,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] , [land 1] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De rechtbank merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ( [land 2] ),

advocaat mr. H.C. Egger-van Oppen te Vierlingsbeek;

[pleegouder 1] en [pleegouder 2] ,

hierna te noemen: de pleegouders,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

De rechtbank merkt als informant aan:

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),

gevestigd te Tilburg,

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 februari 2025;

het bericht van mr. Egger- Van Oppen van 14 mei 2025;

het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 14 mei 2025;

het F9-formulier met bijlage van 14 mei 2025;

het bericht van de GI, met bijlage, van 14 mei 2025;

de brief van de rechtbank aan de GI, de Raad en mr. Eggen- Van Oppen van 16 mei 2025.

Op de zitting van 25 november 2025 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank het verzoek met gesloten deuren behandeld. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat en bijgestaan door een tolk in de Spaanse taal;

- een vertegenwoordigster van de Raad;

- een vertegenwoordigster van de GI.

Hoewel behoorlijk opgeroepen zijn de pleegouders niet verschenen.

De behandeling van het verzoek heeft, gelet op de nauwe samenhang tussen deze verzoeken, gelijktijdig plaatsgevonden met de nadere behandeling van het verzoek van de moeder, tot vaststelling van een zorg- en contactregeling. Dit verzoek is geregistreerd onder het zaaknummer C/02/382331 / JE RK 21-293. Op dit verzoek wordt in een aparte beschikking beslist.

De rechtbank heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld haar mening te geven. Zij heeft hier geen gebruik van gemaakt.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont sinds 20 mei 2022 in het pleeggezin. De pleegouders zijn bereid om [minderjarige] tot volwassenheid in hun gezin te laten opgroeien.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 maart 2025 de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 20 maart 2026.

De GI heeft zich bij brief van 23 juli 2024 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.

De Raad heeft het verzoek in eerste instantie voorgelegd aan de rechtbank Oost-Brabant, omdat deze rechtbank relatief bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. De moeder heeft de Raad verzocht om het verzoek, gelet op de samenhang met het dossier dat bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant al geruime tijd in behandeling is, bij de rechtbank Oost-Brabant in te trekken en in te dienen bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zodat beide procedures gezamenlijk behandeld kunnen worden. De Raad heeft dit verzoek ingewilligd.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt het gezag van de moeder te beëindigen en de GI tot voogdes over [minderjarige] te benoemen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De Raad

De Raad legt aan zijn verzoek het volgende ten grondslag.

[minderjarige] heeft in haar leven al veel meegemaakt. Zij heeft veel wisselingen van woonplaats, opvoeders en school gehad, heeft veel onzekerheden gekend en zij heeft meerdere verlieservaringen opgedaan. Als gevolg hiervan heeft zij een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontwikkeld. Zij woont sinds mei 2022 in het huidige pleeggezin. Zij vindt het hier fijn, ontwikkelt zich hier positief en de pleegouders sluiten aan bij wat [minderjarige] nodig heeft. Van de pleegouders mag [minderjarige] bij hen blijven wonen en ook [minderjarige] wil dit graag. De moeder kan zich niet neerleggen bij het opgroeien van [minderjarige] in het pleeggezin en blijft zich hiertegen verzetten. Zij laat dit ook merken aan [minderjarige] door hierover bijvoorbeeld vragen aan [minderjarige] te stellen wanneer [minderjarige] haar halfzusjes belt, of door geen toestemming te geven om op vakantie te gaan met het pleeggezin. [minderjarige] ervaart niet de rust, stabiliteit en duidelijkheid die zij nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen en om (trauma)therapie aan te gaan.

Daarnaast levert elke verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing extra spanning en onrust op voor [minderjarige] . De Raad is bezorgd dat [minderjarige] zich door de onzekerheid en onrust over haar opvoedingsperspectief onvoldoende kan richten op

de dingen waar zij zich op haar leeftijd mee bezig zou moeten houden, zoals school, vrienden, hobby’s en zelfstandigheid. De Raad is ook bezorgd dat [minderjarige] zich hierdoor onvoldoende kan richten op haar (trauma)behandeling. Er is al een aantal jaren nauwelijks contact tussen [minderjarige] en de moeder. [minderjarige] wil dit pertinent niet. Het is niet duidelijk waarom zij dit niet wil. Voor [minderjarige] is het belangrijk dat zij duidelijkheid gaat ervaren over waar zij kan opgroeien. De rechtbank heeft al eerder een besluit over het opvoedingsperspectief genomen, maar er blijft nog veel onduidelijkheid bestaan bij [minderjarige] en bij de moeder. Hierdoor ontstaat er onrust. De Raad denkt dat er met een gezagsbeëindigende maatregel meer duidelijkheid en rust komt voor [minderjarige] en voor de moeder en dat [minderjarige] dan kan toekomen aan haar ontwikkeling en de benodigde traumabehandeling. [minderjarige] is onder behandeling bij [hulpverlening]. De Raad vindt deze behandeling passend. Het kan [minderjarige] helpen om nare ervaringen uit het verleden te verwerken en te leren dat zij goed is zoals zij is. Binnen de behandeling moet er ook aandacht zijn voor en begeleiding zijn van [minderjarige] ’s netwerk. De Raad vindt het belangrijk dat er ingezet blijft worden op contact tussen [minderjarige] en haar halfzusjes. Tevens vindt de Raad het belangrijk dat er genoeg aandacht blijft voor contactherstel tussen [minderjarige] en de moeder. De behoeften en wens van [minderjarige] staan weliswaar voorop, maar de mogelijkheden voor contactherstel moeten wel bekeken blijven worden. De Raad vindt het belangrijk dat er op den duur ook gekeken gaat worden naar mogelijkheden voor contact tussen [minderjarige] en haar juridische vader en tussen [minderjarige] en haar biologische vader, waarbij steeds het belang van [minderjarige] eveneens voorop dient te blijven bestaan.

Volgens de Raad is de moeder niet in staat om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn te dragen. De rechtbank heeft na advies van een bijzondere curator een besluit genomen over het opvoedingsperspectief van [minderjarige] . Toch blijft de moeder zich verzetten tegen de plaatsing in het pleeggezin. Daarnaast werkt de moeder niet altijd mee aan beslissingen die het gezag met zich meebrengt. Zo heeft zij niet ingestemd met vaccinaties voor [minderjarige] , een vakantie met het pleeggezin en de aanvraag van een paspoort. De aanvraag van vervangende toestemming voor zaken die belangrijk zijn voor [minderjarige] levert extra onrust voor haar op. De moeder verliest het belang van [minderjarige] uit het oog door haar voortdurende strijd over de verblijfplaats van [minderjarige] en haar wantrouwen in de hulpverlening. Dit belemmert de samenwerking tussen de moeder en de hulpverlening en gesprekken met de [hulpverlening] verlopen hierdoor moeizaam. De Raad realiseert zich dat een gezagsbeëindigende maatregel een ingrijpende maatregel is en heeft overwogen of de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] niet op een andere manier verminderd kan worden. De Raad is tot de conclusie gekomen, dat dit niet het geval is. Een voortzetting in het vrijwillig kader is niet mogelijk omdat de moeder niet achter de plaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin kan staan. Voortzetting van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing vindt de Raad niet in het belang van [minderjarige] , aangezien elke verlenging weer onzekerheid en stress oplevert voor [minderjarige] . Wel is het van belang dat er genoeg aandacht blijft voor de betrokkenheid van de moeder bij [minderjarige] wanneer zij geen gezag meer heeft. De Raad vindt het ook heel belangrijk dat er nog steeds wordt gewerkt aan contactherstel tussen [minderjarige] en de moeder, zoals eerder beschreven. De Raad hoopt dat er door een gezagsbeëindigende maatregel meer ruimte gaat komen bij [minderjarige] voor het contact met de moeder. Als er meer duidelijkheid is voor [minderjarige] en de onzekerheid of ze in het pleeggezin mag blijven is weggenomen, komt er bij haar misschien een opening voor contact met de moeder.

Volgens de Raad brengt het belang van [minderjarige] met zich mee dat de GI wordt belast met de voogdij over haar. De pleegouders willen niet belast worden met de voogdij over [minderjarige] . Zij hebben bovendien geen contact met de moeder. Omdat het voor [minderjarige] belangrijk is dat de moeder bij haar betrokken blijft, is het van belang dat een neutrale instelling als de GI de voogdij uit gaat voeren. In dit kader kan er gewerkt worden aan de rol die de moeder in het leven van [minderjarige] kan innemen. [minderjarige] heeft bovendien vertrouwen in de GI.

In reactie op het verweer van de moeder heeft de Raad tijdens de zitting aangegeven dat de uitspraak van de rechtbank over het perspectief van [minderjarige] voor de Raad het startpunt is geweest voor het onderzoek. Deze uitspraak bleek [minderjarige] niet voldoende duidelijkheid en zekerheid te geven. Dit gaf zij tijdens het onderzoek van de Raad duidelijk aan. De Raad heeft gekeken of het mogelijk is dat de moeder vanuit haar gezagspositie beslissingen blijft nemen over [minderjarige] . De Raad acht dit in de huidige situatie echter niet in het belang van [minderjarige] . De Raad heeft er vertrouwen in dat de GI vanuit haar positie als voogd zal kijken naar het systeem en de mogelijkheid om de moeder zoveel mogelijk mee te nemen in het leven en de ontwikkeling van [minderjarige] . De Raad hoopt dat dit ook bij de moeder meer begrip en rust zal brengen.

De moeder

Namens de moeder is in verweer, kort samengevat, aangevoerd dat er niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor gezagsbeëindiging zoals vastgelegd in artikel 1:266a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Er is geen sprake meer van dat [minderjarige] zodanig opgroeit dat zij in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De moeder heeft geaccepteerd dat [minderjarige] zal opgroeien bij vreemden en heeft haar verzet hiertegen gestaakt. Zij geeft hiervoor zelfs expliciet toestemming in het belang van [minderjarige] en om [minderjarige] ’s eigen wens op dit punt te respecteren. Daarnaast is door de Raad niet aangetoond dat de moeder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de opvoeding en verzorging van [minderjarige] te dragen. Er is op dit punt geen dan wel onvoldoende onderzoek gedaan. De moeder wordt geweerd uit het leven van haar kind op grond van praktische bezwaren aan de zijde van de Nederlandse jeugdzorg, niet op grond van de gedragingen van de moeder zelf. Er is sprake van een grove schending van artikel 8 EVRM doordat de GI haar wettelijke verplichtingen niet is nagekomen. Aan de moeder is nooit enige hulp of steun geboden, als bedoeld in artikel 1:262 lid 1 BW. Ook is artikel 1:262 lid 3 BW niet nageleefd. Er is niets gedaan om ervoor te zorgen dat de band tussen moeder en kind werd hersteld. De rechtbank heeft al in 2020 bepaald dat er contacten moesten komen tussen de moeder en [minderjarige] . Deze zijn er nu, vier jaar later, nog altijd niet.

De moeder meent dat de Raad niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek, nu dit gestoeld is op een zeer onzorgvuldig en onvolledig uitgevoerd onderzoek. De moeder is voornamelijk telefonisch gehoord. Er is slechts één live gesprek met een tolk geweest. De Raad heeft in zijn onderzoek niet alle processtukken, rapportages en deskundigenonderzoeken van de afgelopen vijf jaar betrokken. Hierdoor gaat de Raad uit van een onjuiste weergave van de voorgeschiedenis. Er is nog nooit een onderzoeker, bijzondere curator of gezinsvoogd op bezoek geweest bij de moeder thuis in [woonplaats] . Geen enkele betrokken onderzoeker heeft dus kunnen zien en constateren dat de moeder goed in staat is de zusjes van [minderjarige] te verzorgen en op te voeden. [minderjarige] wil dolgraag contact met haar zusjes. Dit wordt onmogelijk gemaakt door de huidige situatie waarin de zusjes bij de moeder wonen en [minderjarige] niet thuis woont. Dit draagt verder bij aan de problemen van [minderjarige] en veroorzaakt nieuwe problemen bij de zusjes. Ook [minderjarige] zelf weet eigenlijk niet goed waarom de situatie is zoals zij nu is. Haar is nooit de waarheid verteld. De waarheid is dat zij door haar juridische vader, de heer van [naam], is ontvoerd en dat haar opa en oma, de heer en mevrouw van [naam], vervolgens bewust het contact met de moeder hebben verhinderd. Ook de GI was niet bereid of in staat om contact tussen de moeder en [minderjarige] tot stand te brengen. De pleegouders van [minderjarige] kennen de waarheid evenmin. Dit aspect blijft volledig buiten beeld in het onderzoek van de Raad.

Voorts heeft de Raad in het geheel niet gekeken naar de rol van de biologische vader van [minderjarige] . Onderdeel van het trauma van [minderjarige] waarvoor zij in behandeling is bij de [hulpverlening], is de verbroken band met haar moeder. De Raad heeft niet onderzocht wat een eventueel einde van het ouderlijk gezag betekent voor de behandeling van [minderjarige] en met name de rol die de moeder hierin dient te spelen. Ook heeft de Raad niet onderzocht of aan de moeder is gevraagd of zij bereid is [minderjarige] bij de huidige pleegouders te laten opgroeien. De pleegzorgorganisatie Sterk Huis is evenmin bij het onderzoek van de Raad betrokken. De moeder acht dit stuitend. Zij zijn immers vanaf het begin van de ondertoezichtstelling betrokken bij de situatie van [minderjarige] .

De advocaat van de moeder concludeert dat de Raad niet-ontvankelijk moet worden verklaard althans dat het verzoek moet worden afgewezen, nu de gronden die de Raad aanvoert gebaseerd zijn op onzorgvuldig onderzoek en feitelijk onjuist en onvolledig zijn waardoor zij het verzoek niet kunnen dragen.

De advocaat van de moeder verwijst naar de uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank van 10 oktober 2022, waarin is bepaald dat de rechtbank het zeer belangrijk acht dat de komende periode voortvarend ingezet gaat worden op contactherstel tussen [minderjarige] en de moeder en haar zusjes. Dit contact is nog altijd niet tot stand gekomen, zonder dat de moeder hierin een verwijt valt te maken. Er vindt alleen videocontact plaats tussen [minderjarige] en haar zusjes. De moeder meent dat de regie van de kinderrechter onverkort noodzakelijk blijft. Indien haar ouderlijk gezag wordt beëindigd, eindigt ook het toezicht en de regie van de kinderrechter.

De moeder verzoekt uitdrukkelijk haar ouderlijk gezag niet te beëindigen. Dit voelt voor haar als een intense vernedering en zal haar woede richting hulpverleners alleen maar groter maken. Zij zal dit tot aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens bestrijden. Het is van belang voor [minderjarige] dat er gewerkt wordt aan echt contactherstel. Het is niet zo dat het belang van [minderjarige] noodzakelijk maakt dat haar moeder het ouderlijk gezag kwijtraakt. De moeder ondersteunt inmiddels haar verblijf in het pleeggezin, mits zij weer contact krijgt met haar dochter. Het ouderlijk gezag is noodzakelijk omdat hierdoor de mening van de moeder kan meegenomen worden in de afwegingen die voor [minderjarige] gemaakt moeten worden bij belangrijke beslissingen in haar leven. De overwegingen van de moeder zijn van belang omdat deze te maken hebben met de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] en haar Colombiaanse roots.

Tijdens de zitting is daar door de moeder aan toegevoegd dat zij nooit ergens voor is gaan liggen, ondanks dat zij al heel lang niet meer in het leven van haar dochter is betrokken. Zij heeft weliswaar geen toestemming voor vaccinaties gegeven, maar dit was omdat zij [minderjarige] wilde beschermen. Dat was ook de reden waarom zij geen toestemming wilde geven voor een vakantie. Zij was bang dat [minderjarige] dan ontvoerd zou worden. Namens de moeder wordt verzocht het verzoek tot gezagsbeëindiging in te trekken. Het brengt alleen maar meer verdriet. Bovendien wordt [minderjarige] in april 17 jaar. Er zou dus nog maar één keer een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing nodig zijn. De moeder ziet wel in dat [minderjarige] niet bij haar kan wonen. Zij meent echter dat het feit dat [minderjarige] niet in contact is met haar moeder juist oorzaak of onderdeel is van haar trauma.

De GI

De vertegenwoordigster van de GI, mevrouw Bakker, heeft tijdens de zitting haar grote zorgen over [minderjarige] geuit. Zij is pas sinds kort als jeugdbeschermer bij [minderjarige] betrokken en zij heeft [minderjarige] recent gesproken. Zij is erg geschrokken van hoe het met [minderjarige] gaat. In het raadsrapport werd al aangegeven dat [minderjarige] gelaten overkomt, maar de situatie is inmiddels veel erger geworden. [minderjarige] wil niet praten en wil geen vragen beantwoorden. Zij leek tijdens het gesprek volledig door de jeugdbeschermster heen te kijken. De GI heeft ernstige zorgen over hoe het echt met [minderjarige] gaat. Zij lijkt ver verwijderd te zijn van haar gevoel en haar verstand. De GI heeft haar zorgen gedeeld met pleegzorg en de [hulpverlening]. [minderjarige] groeit op in een streng pleeggezin met duidelijke regels en kaders. Zij functioneert binnen die structuur, maar zodra de structuur wegvalt, bijvoorbeeld tijdens een vakantie, dan wordt haar gedrag disfunctioneel.

Vanuit de [hulpverlening] wordt aangegeven dat het belangrijk is dat de pleegouders meer leren over traumasensitief handelen. De GI heeft forse zorgen over [minderjarige] , een meisje dat al veel hechtingsbreuken heeft gekend en geen contact heeft met haar moeder. Zij heeft een grote ondersteuningsbehoefte. Zij woont echter in een pleeggezin dat aangeeft dat [minderjarige] weliswaar bij hen mag zijn, maar dat zij maar tot op zekere hoogte ondersteuning kunnen bieden. De GI heeft dit alles besproken met de [hulpverlening] en aangegeven dat het belangrijk is dat er systeemgesprekken zullen worden gevoerd. Verder is met de [hulpverlening] besproken om toch zo snel mogelijk te starten met de traumabehandeling. Deze behandeling was tot op heden nog niet van de grond gekomen. De GI vindt het tevens belangrijk dat de moeder weer informatie over [minderjarige] krijgt. Vorig jaar heeft zij voor het laatst informatie gehad. De GI heeft begrepen dat de moeder heeft aangegeven dat zij geen informatie meer wil ontvangen en dat [minderjarige] niet wil dat er informatie wordt gedeeld. De GI meent echter dat de volwassenen om [minderjarige] heen hun eigen belangen aan de kant moeten zetten en in het belang van [minderjarige] moeten gaan handelen.

[minderjarige] is al twee jaar in behandeling bij de [hulpverlening] en lijkt zich nu pas wat te gaan uiten. Zij heeft aangegeven dat zij volgende week wil gaan starten met de traumabehandeling. Dat is positief en hard nodig. De GI staat achter het verzoek van de Raad. Het is belangrijk voor [minderjarige] dat er duidelijkheid komt over haar perspectief zodat zij zich kan gaan richten op haar behandeling en de ruimte krijgt om zich uit te spreken. Alleen dan kunnen er beslissingen worden genomen die echt in haar belang zijn. Gezagsbeëindiging van de moeder zou helpend zijn voor [minderjarige] . De GI is bereid de voogdij over [minderjarige] op zich te nemen. Tijdens de zitting heeft mevrouw Bakker aangegeven dat zij vanwege zwangerschapsverlof afwezig zal zijn van februari tot en met mei. Het is de bedoeling dat zij als het gezag van de moeder beëindigd wordt tot die tijd en ook daarna de voogdij over [minderjarige] op zich zal nemen.

5. De beoordeling

Relatieve bevoegdheid

De rechtbank overweegt allereerst dat gelet op de huidige woonplaats van de gezag dragende moeder in [land 2] en de huidige verblijfplaats van [minderjarige] , de rechtbank Oost-Brabant relatief bevoegd is om het verzoek te behandelen. Echter is dit verzoek door de Raad op verzoek van de moeder ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Gebleken is dat tot dusver alle verzoeken over de ondertoezichtstelling bij deze rechtbank zijn behandeld en er naast dit verzoek tot beëindiging van het gezag momenteel nog een verzoek bij deze rechtbank loopt van de moeder over de omgang met [minderjarige] . Er is sprake van connexiteit. Connexiteit doet zich voor indien de beslissing in de ene procedure op die in de andere procedure onvermijdelijk en rechtstreeks van invloed is of indien tussen de onderwerpen van de respectieve verzoekschriften een zodanige samenhang bestaat, dat die – om redenen van doelmatigheid – een gezamenlijke behandeling door één en dezelfde rechter rechtvaardigt. De moeder heeft bovendien aangegeven dat zij graag zou willen dat de rechtbank te Breda het verzoek behandelt en de andere belanghebbenden hebben zich achter dat verzoek geschaard. In dit licht acht de rechtbank zich bevoegd om van het verzoek kennis te nemen en daarop een beslissing te nemen.

Beëindiging gezag

Op grond van artikel 1:266, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter het gezag van een ouder beëindigen, indien:

a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of

b. de ouder het gezag misbruikt.

Niet is gesteld of gebleken dat de moeder het gezag misbruikt. De rechtbank moet daarom beoordelen of wordt voldaan aan de wettelijke grondslag voor beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over [minderjarige] zoals hiervoor vermeld in artikel 1:266, eerste lid, sub a BW.

Anders dan door en namens de moeder is betoogd is de rechtbank van oordeel dat het onderzoek van de Raad zorgvuldig is uitgevoerd. Tijdens de zitting heeft de Raad toegelicht dat de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 10 oktober 2022 over het perspectief van [minderjarige] als startpunt voor het onderzoek is genomen. Vervolgens is uitgebreid en zorgvuldig onderzoek gedaan door de Raad, waarbij alle omstandigheden zijn meegenomen. Op basis daarvan is de Raad tot zijn conclusie gekomen dat in het belang van [minderjarige] het gezag van de moeder beëindigd dient te worden.

Uit het raadsonderzoek en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gekomen blijkt dat er zeer grote zorgen zijn over [minderjarige] . Zij heeft vanaf haar geboorte veel wisselende opvoedsituaties en veel verschillende opvoeders gekend. In tegenstelling tot wat de moeder naar voren brengt, zijn de zorgen over [minderjarige] reeds ontstaan lang voordat zij bij de heer en mevrouw [naam] werd geplaatst. De zorgen zijn begonnen met de conflictscheiding tussen de moeder en de [juridisch vader]. [minderjarige] heeft van 2010 tot 2014 bij haar juridisch vader in [land 2] gewoond. Deze is in 2014 zonder toestemming van de moeder met haar naar Nederland verhuisd. In juli 2015 is [minderjarige] na een verblijf in een Belgisch kindertehuis weer bij de moeder gaan wonen. Daarna heeft zij een tijd bij haar moeder en diens toenmalige partner [persoon] verbleven. Zij is daar getuige geweest van forse agressie en huiselijk geweld. De moeder schreeuwde veel tegen [minderjarige] en [minderjarige] gaf aan dat zij door haar moeder werd geslagen. In 2018 heeft de Jeugdrechtbank in [woonplaats] daarom in een weloverwogen beslissing besloten dat [minderjarige] bij haar “opa en oma vaderszijde” (de heer en mevrouw [naam]) in Nederland moest worden geplaatst omdat de moeder [minderjarige] op dat moment geen veilige en stabiele omgeving kon bieden. In eerste instantie zou deze plaatsing dienen als overbrugging, totdat [minderjarige] weer terug kon naar haar moeder. Zover is het echter niet gekomen.

De rechtbank stelt vast dat [minderjarige] inmiddels acht jaar in Nederland woont en niet meer door haar moeder is opgevoed. Er is al die tijd geen contact in persoon geweest tussen de moeder en [minderjarige] . De moeder heeft daarmee geen zicht op wat [minderjarige] nodig heeft. Dit wordt bemoeilijkt doordat de moeder vast blijft houden aan haar eigen verhaal. Zij meent dat aan [minderjarige] niet de waarheid is verteld en vindt het belangrijk dat dit alsnog gebeurt. Dit is voor de moeder van zo’n wezenlijk belang dat het haar niet lukt om [minderjarige] de erkenning te geven die zij nodig heeft. Zo lang de moeder niet in staat of bereid is haar eigen waarheid te parkeren, kan er geen ontwikkeling van [minderjarige] plaatsvinden. Daarnaast is de moeder niet in staat om [minderjarige] te ontschuldigen. Volgens de [hulpverlening] is dit nodig om te komen tot een goede traumaverwerking van [minderjarige] . Nu er al in de gerechtelijke stukken van 2015 gesproken wordt over PTSS of vroegkinderlijke trauma bij [minderjarige] is het van groot belang dat de traumaverwerking nu, 10 jaar later, eindelijk van start gaat. Het gezag van de moeder en de onzekerheid die dat gegeven voor [minderjarige] met zich mee brengt, staat het slagen van de traumabehandeling in de weg.

Dat de moeder de halfzusjes van [minderjarige] verzorgt en opvoedt en dat daarover bij de Raad voor de Kinderbescherming geen zorgen over bekend zijn, doet hier niet aan af. Het gaat immers om de vraag of de moeder in staat is om binnen een voor [minderjarige] aanvaardbaar te achten termijn weer in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] te dragen en die vraag beantwoordt de rechtbank negatief.

Met de Raad is de rechtbank van oordeel dat een plaatsing in het vrijwillig kader geen optie is. De moeder zegt weliswaar dat zij de plaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin accepteert, maar dit blijkt niet uit haar gedrag. Zo heeft de moeder meerdere malen gezagsbeslissingen tegengewerkt, zoals het niet geven van toestemming voor een vakantie met het pleeggezin en de aanvraag van een paspoort. Zij handelt daarmee niet in het belang van [minderjarige] . Bovendien lijkt er sprake te zijn van een voorwaardelijk accepteren. De moeder heeft immers uitdrukkelijk aangegeven, ook tijdens de mondelinge behandeling, dat zij het verblijf van [minderjarige] in het pleeggezin accepteert mits er contact tussen haar en [minderjarige] komt. De moeder geeft daarmee geen onvoorwaardelijke toestemming aan [minderjarige] om in het pleeggezin te verblijven, waardoor voor [minderjarige] onduidelijkheid blijft bestaan over haar nabije toekomst, hetgeen de traumabehandeling bemoeilijkt. De moeder gaat daarnaast volledig voorbij aan het feit dat [minderjarige] nog steeds geen contact met haar wil. Zij lijkt de mening van haar dochter daarin niet serieus te nemen en blijft dit weigeren van [minderjarige] zien in het licht van beïnvloeding door de familie van [naam], de voormalige pleegouders van [minderjarige] .

De rechtbank maakt zich op grond van wat zij tijdens de zitting gehoord heeft van de GI ernstig zorgen over [minderjarige] . Naar het oordeel van de rechtbank is de aanvaardbare termijn voor [minderjarige] ruimschoots verstreken. Het is belangrijk dat zij duidelijkheid krijgt over haar perspectief zonder dat zij belast wordt met wederom een verlengingsverzoek van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing. Alleen dan kan zij toekomen aan haar ontwikkeling en aan de hulpverlening die zij zo hard nodig heeft. Het is cruciaal voor [minderjarige] dat de anderhalf jaar die resteren tot aan haar meerderjarigheid goed worden gebruikt en dat er voldoende professionele hulp voor haar wordt ingezet om een goede start te maken richting volwassenheid. Het is met name belangrijk dat er haast wordt gemaakt met de traumabehandeling.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is voor de rechtbank voldoende komen vast te staan dat aan het criterium van artikel 1:266, eerste lid, onder a, BW is voldaan. De rechtbank is van oordeel dat een beëindiging van het gezag van de moeder in het belang is van [minderjarige] . De rechtbank zal daarom het verzoek van de Raad toewijzen. De rechtbank realiseert zich dat dit een hele moeilijke beslissing is voor de moeder. Echter, het belang van [minderjarige] prevaleert voor de rechtbank.

Voogdij

Omdat de beëindiging van het gezag van de moeder ertoe zal leiden dat een gezagsvoorziening over [minderjarige] komt te ontbreken, dient de rechtbank op grond van artikel 1:275, eerste lid, BW een voogd over haar te benoemen. In dat verband overweegt de rechtbank als volgt. De pleegouders willen niet belast worden met de voogdij over [minderjarige] . Zij hebben bovendien geen contact met de moeder. Omdat het voor [minderjarige] belangrijk is dat de moeder - op afstand - bij haar betrokken blijft, is het van belang dat een neutrale instelling als de GI de voogdij uit gaat voeren. De GI is bereid de voogdij op zich te nemen. In dit kader kan er gewerkt worden aan de rol die de moeder in het leven van [minderjarige] kan innemen. [minderjarige] heeft bovendien vertrouwen in de GI. De rechtbank is daarom van oordeel dat de GI moet worden belast met de voogdij. Tijdens de zitting heeft mevrouw Bakker aangegeven dat zij, met uitzondering van de periode waarin zij met zwangerschap is, de voogdij zal gaan uitvoeren. De rechtbank ondersteunt dit voornemen van harte

Gezagsregister

In verband met het bepaalde in artikel 2, aanhef en sub a, van het Besluit Gezagsregisters zal de rechtbank de griffier verzoeken een afschrift van deze beschikking te sturen aan het centraal gezagsregister om daarin aantekening te doen van de gewijzigde gezagssituatie.

Uitvoerbaar bij voorraad

Het is van wezenlijk belang voor [minderjarige] dat zij voortvarend aan de slag kan gaan met de traumabehandeling en dat de moeder geen gezagsbeslissingen meer kan blokkeren. De rechtbank verklaart de beslissing daarom uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De rechtbank:

beëindigt het ouderlijk gezag van [de moeder], geboren op [geboortedag 2] 1978 in [geboorteplaats] , [land 1] over [minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] , [land 1] ;

benoemt tot voogdes over genoemde minderjarige, Stichting Jeugdbescherming Brabant;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

vraagt de griffier om van deze beslissing een aantekening te maken in het gezagsregister.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, voorzitter, mr. De Graaf en mr. Jurkovich, allen kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025, in aanwezigheid van Van Beijsterveldt als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Van Triest

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?