ECLI:NL:RBZWB:2025:9491

ECLI:NL:RBZWB:2025:9491, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-12-2025, C/02/442179 / KG ZA 25-619

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 05-12-2025
Datum publicatie 22-01-2026
Zaaknummer C/02/442179 / KG ZA 25-619
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Kort geding. Vaststelling voorlopige zorg- en contactregeling tussen de man en de minderjarige onder begeleiding van de vrouw tijdens het eerste half uur van het contact. De regeling is tijdelijk en wordt aangepast naarmate het slaap- en voedingsritme van de minderjarige verandert, met als doel uiteindelijk langere contactperiodes en overnachtingen bij de man mogelijk te maken. De voorzieningenrechter benadrukt het belang van een goede overdracht en communicatie tussen partijen tijdens de contactmomenten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/442179 / KG ZA 25-619

Datum uitspraak: 5 december 2025

Vonnis in kort geding

in de zaak van

[de man] ,

hierna te noemen: de man,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiser in conventie,

gedaagde in reconventie,

advocaat: mr. R. Joosen te Oosterhout,

tegen

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de vrouw,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. M.C.J.G. Kathmann te Breda,

over de minderjarige

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, de voorzieningenrechter over de vorderingen in conventie en in reconventie geadviseerd.

1. Het procesverloop

In het procesdossier zitten de volgende stukken:

de op 25 november 2025 betekende dagvaarding, met producties 1 t/m 7;

de op 1 december 2025 ontvangen conclusie van antwoord, tevens houdende vorderingen in reconventie, met producties 1 en 2;

het op 1 december 2025 ontvangen bericht van mr. Joosen, met productie 8.

Op 2 december 2025 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van partijen, met gesloten deuren, gelijktijdig ter zitting behandeld. Bij die zitting zijn partijen verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Daarnaast was er een vertegenwoordigster namens de Raad bij de zitting aanwezig.

2. De feiten

Partijen hebben een relatie met elkaar gehad. [minderjarige] is tijdens deze relatie geboren.

De man heeft [minderjarige] erkend.

Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij de vrouw.

Partijen en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit en zij wonen in Nederland.

3. De vorderingen in conventie en in reconventie

De man vordert in kort geding in conventie, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair: de vrouw te veroordelen tot nakoming van de stapsgewijs opbouwende zorg- en contactregeling tussen de man en [minderjarige] zoals omschreven onder nummer 2.9 van de dagvaarding, op basis waarvan er in een periode van zes weken zal worden toegewerkt naar een regeling op basis waarvan de man en [minderjarige] wekelijks op woensdag- en zaterdagmiddag van 10.00 uur tot 16.00 uur gerechtigd zijn tot contact met elkaar in de woning van de man, alsmede dat zij tweemaal per week contact met elkaar hebben via videobellen, alsmede op Tweede Kerstdag en op Nieuwjaarsdag van 10.00 uur tot 13.00 uur in de woning van de man, waarbij de vrouw [minderjarige] brengt en de man haar weer terugbrengt en het de man vrij staat om zijn familie bij de contactmomenten te betrekken;

subsidiair: de vrouw te veroordelen tot nakoming van de zorg- en contactregeling tussen de man en [minderjarige] die partijen hebben neergelegd in het concept ouderschapsplan, welke niet door partijen is ondertekend, op basis waarvan [minderjarige] iedere week op zondag en op woensdag van 10.00 tot 13.00 uur bij de man verblijft, vooralsnog in aanwezigheid van de vrouw, alsmede dat zij tweemaal per week contact met elkaar hebben via videobellen. Wanneer voormelde regeling goed loopt, kan de man - in overleg met de vrouw - andere familieleden bij de contactmomenten aanwezig laten zijn. Ook dient de vrouw de man een aantal keer per week over [minderjarige] te informeren;

met als ingangsdatum een dag na de datum van dit vonnis;

dan wel een regeling vast te stellen zoals de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te bepalen;

op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,= met een maximum van € 20.000,= voor iedere dag of dagdeel dat de vrouw daartoe in gebreke blijft, dan wel een bedrag door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen;

met een veroordeling van de vrouw in de kosten en de nakosten van deze procedure.

De vrouw voert verweer tegen voormelde vorderingen in conventie van de man en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de man in zijn vorderingen, dan wel tot afwijzing daarvan.

Daarnaast vordert de vrouw in kort geding in reconventie, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

te bepalen dat de man en [minderjarige] met ingang van de datum van dit vonnis voorlopig eenmaal per week gedurende twee uren gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar, in aanwezigheid van de vrouw en op neutraal terrein;

te bepalen dat [minderjarige] voorlopig wordt toevertrouwd aan de vrouw;

de man te veroordelen om voorlopig aan de vrouw een bedrag aan kinderalimentatie voor [minderjarige] te betalen ter hoogte van € 141,= per maand, althans een bedrag door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen, steeds bij vooruitbetaling te voldoen, met toepassing van de wettelijke indexering per 1 januari 2026;

de man te veroordelen in de kosten en de nakosten van deze procedure.

4. De standpunten van partijen en het advies van de Raad

Het standpunt van de man

Namens en door de man is, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd.

Toen de vrouw zeven maanden zwanger was van [minderjarige] , heeft zij de relatie tussen partijen verbroken en is zij bij haar moeder gaan wonen. Vanaf de geboorte van [minderjarige] heeft de man geen structureel contact met haar gehad. De contacten die de man in de eerste maanden na de geboorte van [minderjarige] wel met [minderjarige] heeft gehad, vonden steeds plaats op een neutrale plaats en in aanwezigheid van de vrouw. Partijen hebben onder leiding van een mediator gesprekken met elkaar gevoerd en afspraken gemaakt over [minderjarige] , zoals over het door de man aan de vrouw te betalen bedrag aan kinderalimentatie voor [minderjarige] . Daarnaast hebben partijen een concept ouderschapsplan opgesteld, met daarin een zorg- en contactregeling op basis waarvan de man en [minderjarige] wekelijks op zondag en op woensdag van 10.00 uur tot 13.00 uur gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar, vooralsnog in aanwezigheid van de vrouw. Partijen hebben dit ouderschapsplan echter niet ondertekend, omdat de vrouw half juni 2025 plotseling heeft besloten om niet langer haar medewerking aan het mediationtraject te verlenen. De man stelt dat partijen wel enige tijd uitvoering hebben gegeven aan voormelde regeling. Deze contactmomenten zijn positief verlopen.

In september 2025 heeft de vrouw echter eenzijdig en zonder daarvoor een reden te geven de zorg- en contactregeling tussen de man en [minderjarige] voor onbepaalde tijd stopgezet. Als gevolg hiervan hebben de man en [minderjarige] inmiddels al 2,5 maand geen contact meer met elkaar gehad. Ook heeft de vrouw in de afgelopen maanden slechts twee foto’s van [minderjarige] met hem gedeeld. De man wil graag dat het contact tussen hem en [minderjarige] wordt hersteld en dat er een structurele zorg- en contactregeling wordt bepaald waar beide partijen zich aan zullen houden. De man wil daarnaast dat partijen alsnog een door hen beiden gedragen ouderschapsplan over [minderjarige] zullen overeenkomen. De man benadrukt dat er geen sprake is van contra-indicaties voor contact tussen hem en [minderjarige] . Hij betwist dat hij de vrouw verbaal en/of psychisch zou hebben mishandeld en dat hij haar dwingende berichten zou sturen, zoals door en namens de vrouw is aangevoerd. Echter, omdat de vrouw niet altijd reageert op zijn berichten en verzoeken, heeft hij logischerwijs wel eens een dag later opnieuw een bericht aan de vrouw gestuurd. De man erkent dat hij nog niet goed genoeg weet hoe hij een baby als [minderjarige] moet verzorgen en opvoeden, maar hij is zeker bereid om dit te leren.

De man kan niet instemmen met de vordering in reconventie van de vrouw op basis waarvan hij en [minderjarige] slechts twee uren per week onder begeleiding contact met elkaar hebben. De man vindt dit voorstel te mager. Op basis daarvan kan de man namelijk geen band met [minderjarige] opbouwen. Bovendien onderbouwt de vrouw niet waarom de contacten enkel onder begeleiding en op neutraal terrein zouden moeten plaatsvinden. Nu er al tweeënhalve maand geen sprake is van contact tussen de man en [minderjarige] en uit niets blijkt dat de vrouw daadwerkelijk bereid is om met de man in overleg te gaan over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [minderjarige] in plaats van te dicteren hoe zij de regeling graag wil hebben, zag de man zich genoodzaakt om deze kortgedingprocedure te starten. Om diezelfde redenen en met het oog op de naderende Kerstdagen, stelt de man zich op het standpunt dat hij een voldoende spoedeisend belang bij zijn vorderingen in conventie heeft. Nu de vrouw de contacten eenzijdig heeft stopgezet en vanwege de niet-meewerkende houding van de vrouw en het belang dat de contacten spoedig worden hersteld, vordert de man om de vrouw te veroordelen tot nakoming van de te bepalen zorg- en contactregeling op straffe van een dwangsom.

De man is met betrekking tot de vorderingen van de vrouw in reconventie over voorlopige toevertrouwing en vaststelling kinderalimentatie van mening dat de vrouw onvoldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen heeft, omdat de man respecteert dat het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de vrouw is gelegen en hij zijn betalingsverplichtingen met betrekking tot de kinderalimentatie nakomt.

Het standpunt van de vrouw

Namens en door de vrouw is, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd.

De vrouw stelt dat zij tijdens de relatie met de man en tijdens de zwangerschap van [minderjarige] , door de man psychisch is mishandeld. De man kan namelijk impulsief handelen en plotseling omhoog gaan in zijn emoties en verbale agressie tonen. Vanwege deze onveiligheid is de vrouw per 10 februari 2025 bij haar moeder gaan wonen. Na de geboorte van [minderjarige] is de man samen met zijn familie op een onaangename manier bij haar langsgekomen. Naar aanleiding daarvan heeft de vrouw op advies van de kraamverzorgster en de verloskundige het contact met de man gedurende enkele weken afgehouden. Daarna had de vrouw in verband met een operatie rust nodig. Partijen hebben vervolgens een mediationtraject doorlopen waarbij zij een conceptouderschapsplan hebben opgesteld. Volgens de vrouw had de man echter steeds nieuwe eisen en wensen. Door toedoen van de man is er bovendien een aantal geplande contactmomenten tussen hem en [minderjarige] niet doorgegaan. Ook heeft de man de vrouw op een dwingende toon verzocht om foto’s van [minderjarige] te krijgen en hij heeft haar op een heimelijke manier gevolgd via haar Apple-account, hetgeen de vrouw als zeer intimiderend en beangstigend heeft ervaren. Tegelijkertijd heeft de man niet gevraagd om bijvoorbeeld met [minderjarige] te videobellen. De vrouw vraagt zich dan ook af of het de man gaat om het krijgen van contact met [minderjarige] of om de vrouw te controleren en te intimideren.

De vrouw stelt dat zij het contact tussen de man en [minderjarige] niet tegenhoudt. De vrouw wil graag dat er sprake is van contact tussen hen, mits de veiligheid van [minderjarige] daarbij gewaarborgd is en de zorg- en contactregeling in het belang van [minderjarige] is. Dit met het oog op het slaap- en eetritme van [minderjarige] en omdat de vrouw [minderjarige] momenteel om de vier uren borstvoeding geeft. De vrouw kan bovendien niet toestaan dat de man alleen voor [minderjarige] zorgt, omdat hij niet weet hoe hij een baby als [minderjarige] moet verzorgen en opvoeden. Nu de vrouw bereid is om mee te werken aan contact(herstel) tussen de man en [minderjarige] , betwist de vrouw dat de man een voldoende spoedeisend belang bij zijn vorderingen in conventie heeft. Dat de man een andere, meer uitgebreide regeling wenst, maakt dit niet anders. De vrouw stelt daarnaast dat de vorderingen van de man in conventie zien op nakoming van (primair) een door de man voorgestelde zorg- en contactregeling en (subsidiair) de in het concept ouderschapsplan opgenomen zorg- en contactregeling, terwijl partijen beide regelingen nooit zijn overeengekomen en deze niet door een rechter zijn opgelegd, waardoor de nakoming daarvan niet kan worden gevorderd. De man heeft ook niet gevorderd om een andersluidende regeling te bepalen. Voor zover de voorzieningenrechter toch een zorg- en contactregeling tussen de man en [minderjarige] zal bepalen, stelt de vrouw zich op het standpunt dat de door de man in conventie gevorderde zorg- en contactregeling niet in het belang van [minderjarige] is. Derhalve vordert de vrouw in reconventie om een regeling te bepalen waarbij de man en [minderjarige] eenmaal per week gedurende twee uren gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar, in aanwezigheid van de vrouw en op neutraal terrein. De vrouw wil het liefste zelf bij de contactmomenten aanwezig zijn, maar kan ermee instemmen als de partner van de broer van de man of zijn moeder daarbij aanwezig is. Als deze regeling goed loopt, dan kan deze regeling over zes maanden eventueel worden uitgebreid. Een informatieregeling op basis waarvan zij de man tweemaal per week dient te informeren over [minderjarige] , vindt de vrouw te veel. Het opleggen van een dwangsom om de vrouw te bewegen tot nakoming van de door de voorzieningenrechter op te leggen zorg- en contactregeling vindt de vrouw niet nodig, omdat zij daaraan zal meewerken. De door de man in conventie gevorderde proceskostenveroordeling is tot slot niet onderbouwd.

De vrouw vordert daarnaast in reconventie om te bepalen dat [minderjarige] voorlopig aan haar wordt toevertrouwd en een voorlopige regeling vast te stellen op basis waarvan de man het door de mediator vastgestelde bedrag van € 141,= per maand aan kinderalimentatie dient te voldoen aan de vrouw. Dit omdat [minderjarige] feitelijk bij de vrouw woont en de vrouw nagenoeg alle kosten voor [minderjarige] voor haar rekening neemt. Gezien de houding van de man en omdat hij betalingsachterstanden heeft gehad, stelt de vrouw dat zij voldoende spoedeisend belang bij voormelde vorderingen heeft. De vrouw vordert tot slot om de man te veroordelen in de kosten van de procedure, omdat de man het kort geding is gestart terwijl dit niet nodig was met als gevolg dat de vrouw onnodig kosten heeft gemaakt.

Het advies van de Raad

De Raad heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. De Raad vindt dat het contact tussen de man en [minderjarige] snel moet worden hersteld. De Raad ziet geen redenen voor begeleid contact en vindt het niet wenselijk dat de vrouw bij de contactmomenten aanwezig is. Dit omdat de man nog geen bekend gezicht is voor [minderjarige] en kinderen van 8 maanden oud meestal eenkennig zijn, waardoor [minderjarige] , als de vrouw bij de contactmomenten aanwezig blijft, waarschijnlijk alleen maar zal gaan huilen. Een zorg- en contactregeling op basis waarvan de man en [minderjarige] tweemaal per week gedurende zes uren contact met elkaar hebben, vindt de Raad passend. Hoe meer contact zij met elkaar hebben, hoe eerder [minderjarige] vertrouwd zal raken met de man en hoe meer de man leert met betrekking tot haar verzorging en opvoeding. Het is dan wel van belang dat de vrouw duidelijke instructies geeft aan de man over het slaap- en eetritme van [minderjarige] en dat de man na afloop van de contactmomenten hierover aan de vrouw een terugkoppeling geeft. Dit ook om de vrouw het vertrouwen te geven dat [minderjarige] bij de man in goede handen is. Nu [minderjarige] nog om de vier uren borstvoeding krijgt, adviseert de Raad aan de vrouw om contact op te nemen met het consultatiebureau voor tips en adviezen om [minderjarige] (uiteindelijk) (ook) voeding uit de fles te geven. Als dat niet lukt, dan zullen de ouders, met het oog op het belang van [minderjarige] , in onderling overleg moeten afspreken dat de zorg- en contactmomenten vooralsnog niet langer dan vier uren zullen duren.

5. De beoordeling in conventie en in reconventie

Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

Vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie, zullen deze vorderingen hierna gezamenlijk worden behandeld.

Spoedeisend belang

De eerste vraag die de voorzieningenrechter heeft te beantwoorden, is of partijen een voldoende spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen (artikel 254 Rv).

Nu er vanaf de geboorte geen sprake is geweest van structureel en onbelast contact tussen de man en [minderjarige] en er inmiddels al 2,5 maand op geen enkele manier sprake is van contact tussen hen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de man voldoende spoedeisend belang heeft bij zijn vordering dat er een voorlopige zorg- en contactregeling tussen hem en [minderjarige] wordt bepaald waar beide partijen zich aan dienen te houden. Dat de vrouw aangeeft wel bereid te zijn om een vorm van contact toe te staan maar de man hier niet mee instemt, doet hier niet aan af. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat beide partijen voldoende spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [minderjarige] .

Nu [minderjarige] vanaf haar geboorte feitelijk bij de vrouw woont en de man dit accepteert en respecteert, partijen reeds een regeling over het door de man aan de vrouw te betalen bedrag aan kinderalimentatie voor [minderjarige] zijn overeengekomen en de man deze regeling nakomt, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vrouw onvoldoende spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen in reconventie tot voorlopige toevertrouwing en vaststelling van een voorlopige regeling over kinderalimentatie. De voorzieningenrechter zal de vrouw daarom niet-ontvankelijk verklaren in deze vorderingen.

Voorlopige zorg- en contactregeling

Namens de vrouw is aangevoerd dat de man in conventie zowel primair als subsidiair vordert tot nakoming van een zorg- en contactregeling, terwijl partijen geen enkele regeling zijn overeengekomen, en dat de man niet heeft gevorderd om een andersluidende regeling te bepalen. Gelet hierop stelt de vrouw zich op het standpunt dat de man niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vorderingen en dat de voorzieningenrechter geen andersluidende regeling kan bepalen.

De voorzieningenrechter overweegt dat de man zowel primair als subsidiair vordert tot nakoming van een zorg- en contactregeling, dan wel een regeling vast te stellen zoals de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te bepalen. Duidelijk gebleken is dat de man de regelingen waarin hij in zijn vorderingen verwijst, vastgelegd wenst te hebben. Met het oog op voormelde zinsnede, begrijpt de voorzieningenrechter de vorderingen van de man daarom in die zin dat hij thans vordert om voormelde regelingen vast te leggen, ook al heeft de man strikt genomen enkel gevorderd tot nakoming van die regelingen. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter zich dan ook bevoegd om, indien zij dat in het belang van [minderjarige] noodzakelijk vindt, een andersluidende regeling te bepalen. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van de man in conventie inhoudelijk beoordelen en daarop beslissen.

De voorzieningenrechter overweegt dat [minderjarige] momenteel om de vier uren borstvoeding krijgt. Om die reden vindt de voorzieningenrechter de primair door de man in conventie gevorderde zorg- en contactregeling, op basis waarvan [minderjarige] uiteindelijk gedurende zes aaneengesloten uren bij de man verblijft, (nog) niet in het belang van [minderjarige] . De voorzieningenrechter zal deze vordering daarom afwijzen.

De man vordert subsidiair in conventie tot nakoming van de regeling die partijen hebben neergelegd in het concept ouderschapsplan, althans - naar de voorzieningenrechter aldus begrijpt - om deze regeling als voorlopige regeling te bepalen. De voorzieningenrechter zal deze vordering, met het oog op het advies van de Raad, deels toewijzen en de voorlopige zorg- en contactregeling tussen de man en [minderjarige] op de volgende manier bepalen. De man en [minderjarige] hebben wekelijks op zondag en op woensdag gedurende drie aaneengesloten uren het recht op het hebben van contact met elkaar, in de woning van de man. De vrouw dient [minderjarige] naar de man te brengen en zal tijdens het eerste half uur bij die contactmomenten aanwezig zijn. Dit zodat [minderjarige] op een goede en op een warme manier kan worden overgedragen van de vrouw naar de man. Zodoende kan de vrouw aan [minderjarige] uitdragen dat het goed is dat zij contact heeft met de man. Die emotionele toestemming is van groot belang voor [minderjarige] . Ook dient de vrouw aan de man te vertellen hoe het schema qua voeding en slapen van [minderjarige] is op dat moment. Na een half uur zal de vrouw dus weg gaan en [minderjarige] bij de man achterlaten. De vrouw zal [minderjarige] dus naar de woning van de man brengen en de man zal haar weer naar de vrouw terugbrengen. Het contactmoment zal in principe plaatsvinden van 10.00 uur tot 13.00 uur, tenzij dit met het geven van borstvoeding of het slapen van [minderjarige] niet uitkomt. De man en de vrouw zullen dan in onderling overleg andere tijdstippen moeten afspreken, waarbij de tijdsduur van drie uren aaneengesloten contact tussen de man en [minderjarige] in acht moet worden genomen.

Tijdens het half uur dat de vrouw bij de contactmomenten aanwezig is, kan zij de man op een goede manier informeren over [minderjarige] en hem instrueren over de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Tijdens de contactmomenten kan de man zijn eigen foto’s en filmpjes van [minderjarige] maken. Als de vrouw de man tijdens de overdracht op een goede manier informeert en instrueert over [minderjarige] en de man na afloop van het contactmoment een en ander op een goede manier aan de vrouw terugkoppelt, dan hoeft er naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet ook een voorlopige informatieregeling te worden bepaald op basis waarvan de vrouw de man over [minderjarige] dient te informeren. Aangezien de man erkent dat hij nog niet goed weet hoe hij [minderjarige] moet verzorgen en opvoeden, geeft de voorzieningenrechter ter overweging aan de man mee om tijdens de eerste contactmomenten ook zijn eigen moeder daarbij aanwezig te laten zijn. Wellicht leidt dit ook tot meer vertrouwen bij de vrouw om [minderjarige] bij hem achter te laten.

Aangezien het slaap- en voedingsritme van [minderjarige] zal blijven veranderen en [minderjarige] op een gegeven moment (ook) uit een flesje zal drinken, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat partijen met elkaar in gesprek zullen blijven over (de verdere uitbreiding van) de zorg- en contactregeling tussen de man en [minderjarige] . De voorzieningenrechter gaat er ook van uit dat partijen in ieder geval zullen toewerken naar een regeling waarbij [minderjarige] op een gegeven moment zes aaneengesloten uren bij de man zal verblijven, waarbij zij ook haar slaapjes in de woning van de man zal doen. Uiteindelijk zal [minderjarige] ook bij de man moeten kunnen overnachten. De voorzieningenrechter ziet geen enkele redenen om daar niet naartoe te werken op het moment dat er van borstvoeding in de nacht geen sprake meer is.

De voorzieningenrechter zal bepalen dat voormelde zorg- en contactregeling ingaat daags na de datum van dit vonnis, zoals door de man in conventie is gevorderd. Aangezien partijen met de Kerstdagen inmiddels een aantal weken uitvoering zullen hebben gegeven aan voormelde regeling, zal de voorzieningenrechter eveneens bepalen dat de man en [minderjarige] op Tweede Kerstdag van 10.00 uur tot 13.00 uur gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar. De vrouw zal daar in beginsel ook het eerste half uur bij aanwezig zijn. Afhankelijk van hoe [minderjarige] daarop reageert, kunnen partijen ook in onderling overleg afspreken dat de vrouw op een eerder moment zal vertrekken.

Met inachtneming van het voorgaande, zal de voorzieningenrechter de subsidiaire vordering in conventie van de man gedeeltelijk toewijzen en de voorlopige zorg- en contactregeling tussen de man en [minderjarige] op onderstaande manier bepalen. Deze regeling is nadrukkelijk een voorlopige regeling totdat de (bodem)rechter hierover definitief heeft beslist of totdat partijen hierover in goed onderling overleg afwijkende afspraken over maken. Dit ook omdat het belang van [minderjarige] het vergt dat de regeling in de loop van de tijd kan worden aangepast. Deze regeling is dan ook niet in beton gegoten.

Uitvoerbaar bij voorraad

De voorzieningenrechter zal deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals door de man in conventie is gevorderd. Dit betekent dat de beslissing per direct van kracht is en dat een eventueel hoger beroep deze beslissing niet schorst.

Dwangsom

Vooropgesteld gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat beide partijen zich aan deze beslissing zullen houden. Gelet hierop en omdat voormelde regeling voor een deel tegemoetkomt aan de eisen en wensen van de vrouw, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om haar te veroordelen tot nakoming van voormelde regeling op straffe van een dwangsom. De voorzieningenrechter betrekt hierbij dat in familierechtelijke zaken in beginsel terughoudend moet worden omgegaan met het opleggen van een dwangsom nu dit de verstandhouding tussen ouders vaak alleen maar verslechtert.

Proceskostenveroordeling

In hetgeen over en weer namens partijen is aangevoerd, ziet de voorzieningenrechter tot slot geen aanleiding om een van hen te veroordelen in de kosten en de nakosten van deze procedures en daarbij af te wijken van het uitgangspunt in familierechtelijke zaken dat de kosten van partijen tussen hen worden verdeeld, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De voorzieningenrechter zal dit dan ook op onderstaande wijze bepalen.

Het meer of anders gevorderde (in conventie en in reconventie) zal worden afgewezen.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter:

In conventie en in reconventie:

bepaalt, in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen partijen over [minderjarige] , dat de man en [minderjarige] voorlopig, totdat de (bodem)rechter definitief beslist of partijen hierover in goed onderling overleg afwijkende afspraken over maken, wekelijks op zondag en op woensdag gedurende drie aaneengesloten uren, in principe van 10.00 uur tot 13.00 uur, het recht hebben op contact met elkaar, in de woning van de man en tijdens het eerste half uur in aanwezigheid van de vrouw, alsmede op Tweede Kerstdag, ook van 10.00 uur tot 13.00 uur, waarbij deze regeling ingaat daags na de datum van dit vonnis, met inachtneming van hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 5.8 tot en met 5.12 is overwogen;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar vorderingen in reconventie tot voorlopige toevertrouwing en voorlopige vaststelling kinderalimentatie;

verdeelt de kosten van partijen in deze procedure tussen hen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025 door mr. van Triest, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Wallerbos als griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Wallerbos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?