ECLI:NL:RBZWB:2025:9497

ECLI:NL:RBZWB:2025:9497, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-12-2025, C/02/427138 / FA RK 24-4535

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 23-12-2025
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer C/02/427138 / FA RK 24-4535
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Stiefouderadoptie, geslachtsnaam en wijziging voornaam. Er is sprake van een zeer complex gezinssysteem en belaste voorgeschiedenis. De rechtbank motiveert uitgebreid waarom de adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige moet worden geacht. Toewijzing verzoek.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaaknummer: C/02/427138 / FA RK 24-4535

Datum uitspraak: 23 december 2025

Beschikking over adoptie

in de zaak van:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

en

[de stiefvader] ,

hierna te noemen: de stiefvader,

beiden wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. B.P.J. van Riel te Breda ,

over de minderjarige:

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De rechtbank merkt in deze zaak als belanghebbende aan:

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats] .

De rechtbank merkt daarnaast in deze zaak als informant aan:

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUDGBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de GI.

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht, locatie Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1. Het procesverloop

In het procesdossier zitten de volgende stukken:

het op 1 oktober 2024 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;

het F9-formulier van 15 oktober 2024 van mr. Van Riel, met bijlagen;

de brief van 30 oktober 2024 van de Raad;

de brief van 29 januari 2025 van de Raad;

het rapport en advies van 16 april 2025 van de Raad;

het F9-formulier van 29 augustus 2025 van mr. Van Riel;

de brief van 23 september 2025 van de Raad;

het op 7 oktober 2025 ontvangen e-mailbericht van [minderjarige] ;

de brief van 6 november 2025 van mr. Van Riel, met daarin een aanvullend verzoek;

het op 6 november 2025 ontvangen e-mailbericht van mevrouw [de partner van de vader] , namens de vader;

het op 17 november 2025 ontvangen e-mailbericht van mevrouw [de partner van de vader] , namens de vader;

het op 18 december 2025 ontvangen e-mailbericht van mr. Van Riel, met daarin, naar de rechtbank begrijpt, een wijziging van het aanvullend verzoek.

Op 11 november 2025 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank het verzoek, met gesloten deuren, ter zitting behandeld. Bij die zitting zijn verschenen en gehoord:

de moeder en de stiefvader, bijgestaan door mr. Van Riel;

een vertegenwoordigster namens de Raad;

een vertegenwoordigster namens de GI.

Tijdens de voorbereiding van deze zaak heeft de rechtbank geconstateerd dat de vader, die als belanghebbende is aangemerkt in deze zaak, abusievelijk niet is opgeroepen voor de zitting. Daarom heeft de griffier van de rechtbank, met het oog op de mening van de vader over het verzoek zoals deze is vermeld in het raadsrapport, per e-mail contact opgenomen met de partner van de vader. De griffier heeft de vader alsnog uitgenodigd voor de zitting en hem gevraagd of de zitting naar zijn mening kan doorgaan, ondanks dat hij niet tijdig is opgeroepen voor die zitting. De partner van de vader heeft op 6 november 2025 daarop geantwoord dat de vader, zoals vermeld in het raadsrapport, niet voornemens was om naar de zitting te komen en dat dit nog steeds het geval is. De vader is dan ook van mening dat de zitting kan doorgaan, ondanks dat hij daarvoor niet tijdig is opgeroepen. De rechtbank heeft daarop beslist om de geplande zitting buiten aanwezigheid van de vader te laten doorgaan.

[minderjarige] heeft, gezien haar leeftijd, het recht om haar mening in deze zaak te geven. Op 6 november 2025 heeft zij haar mening gegeven tijdens een gesprek met mevrouw mr. Van de Kraats, die als kinderrechter deel uitmaakt van de meervoudige kamer van de rechtbank.

Op 6 november 2025 heeft mr. Van Riel, namens de moeder en de stiefvader, een aanvullend verzoek ingediend tot wijziging voornaam. Dit aanvullend verzoek is om onbekende redenen niet goed door de rechtbank ontvangen en verwerkt, met als gevolg dat de meervoudige kamer hiervan niet op de hoogte was. Na een korte schorsing van de zitting op 11 november 2025, heeft de rechtbank beslist om het verzoek in behandeling te nemen, ondanks dat de vader niet ter zitting is verschenen. Na afloop van de zitting heeft de griffier van de rechtbank de vader in de gelegenheid gesteld, via het e-mailadres van zijn partner, om binnen een termijn van twee weken zijn mening over voormeld aanvullend verzoek te geven. Op 17 november 2025 heeft de partner van de vader (namens de vader) daarop geantwoord.

Omdat de vader na afloop van de zitting in de gelegenheid is gesteld om binnen twee weken te reageren op het ingediende aanvullende verzoek, heeft de rechtbank de datum van deze beschikking bepaald op 23 december 2025.

2. De feiten

Op basis van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, stelt de rechtbank allereerst de volgende feiten vast:

[minderjarige] is geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] als dochter van mevrouw [de moeder] (de moeder) en de heer [de vader] (de vader).

De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest. Bij beschikking van deze rechtbank van [datum 1] 2013 is in het huwelijk van de ouders de echtscheiding uitgesproken.

Doordat [minderjarige] tijdens het huwelijk van haar ouders is geboren, zijn beide ouders ook juridisch ouder van [minderjarige] . Beide ouders staan als zodanig geregistreerd op de overgelegde geboorteakte van [minderjarige] .

De moeder en de stiefvader zijn op [datum 2] 2013 met elkaar getrouwd.

Bij beschikking van de kinderrechter van de rechtbank Breda van 16 november 2010 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 16 november 2011, waarbij de uitvoering van die maatregel is belegd bij de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (de WSSJJ). Deze maatregel is nadien meermaals verlengd, voor het laatst tot 16 november 2015.

Bij beschikking van deze rechtbank van 18 juni 2015 is het ouderlijk gezag van beide ouders over [minderjarige] , die tot dat moment het gezamenlijk ouderlijk gezag over [minderjarige] uitoefenden, beëindigd en is de WSSJJ benoemd tot voogdes over [minderjarige] .

Bij beschikking van deze rechtbank van 24 april 2023 is de WSSJJ ontslagen als voogdes over [minderjarige] en is de moeder hersteld in het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] . Deze situatie is nadien niet gewijzigd, waardoor de moeder nu nog steeds is belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 24 april 2023 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant (de GI). Deze maatregel is nadien meermaals verlengd, voor het laatst tot 24 januari 2026.

De moeder, de vader, de stiefvader en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit en zij wonen en hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland.

3. De verzoeken en de onderbouwing daarvan

De moeder en de stiefvader verzoeken, na aanvulling/wijziging van de verzoeken, samengevat:

tot adoptie van [minderjarige] door de stiefvader;

te verstaan dat de geslachtsnaam van [minderjarige] “ [geslachtsnaam stiefvader] ” zal luiden;

te gelasten tot wijziging van de voornamen van [minderjarige] , in die zin dat haar voornamen voortaan luiden: “ [nieuwe voornamen] ”.

Namens en door de stiefvader is ter onderbouwing van voormelde verzoeken, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. [minderjarige] heeft in haar jonge jaren veel instabiliteit en onveiligheid ervaren. In november 2010 is [minderjarige] (net als haar broers) voor het eerst onder toezicht gesteld. In juli 2012 is zij uit huis geplaatst vanwege onder andere zorgen over mishandeling door de vader van de oma vaderszijde in het bijzijn van [minderjarige] en haar broers. Daarna zijn er zorgen geuit door de kinderen vanwege seksueel grensoverschrijdend gedrag door de vader. Nadat de relatie van de ouders in augustus 2012 is beëindigd, heeft de vader zich volledig teruggetrokken uit het leven van [minderjarige] . Tijdens de uithuisplaatsing van [minderjarige] is er ook jarenlang geen sprake geweest van contact tussen haar en de moeder. De betrokken pleegzorgwerker en de pleegouders van [minderjarige] hebben zich, om voor de moeder en de stiefvader onduidelijke redenen, daartegen hevig verzet. In mei 2022 ontving de moeder signalen dat [minderjarige] slachtoffer is geworden van seksueel grensoverschrijdend gedrag en dat het echt niet goed met haar ging in het pleeggezin. [minderjarige] is vervolgens overgeplaatst naar een crisispleeggezin. Van daaruit is het contact tussen de moeder en [minderjarige] hersteld, waarna [minderjarige] op een gegeven moment uit eigen beweging is teruggekeerd naar de moeder. Daarop is beslist dat [minderjarige] , mits wordt voldaan aan een aantal veiligheidsvoorwaarden, in het gezin van de moeder en de stiefvader kan en zal blijven wonen. Vanaf dat moment dragen de moeder en de stiefvader gezamenlijk de feitelijke verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . In de opvoedsituatie van de moeder is [minderjarige] vervolgens zwanger geraakt. Op 15 maart 2023 is zij bevallen van haar dochtertje. De moeder stelt dat haar opvoedsituatie is verbeterd sinds zij in 2013 is getrouwd met de stiefvader.

De moeder en de stiefvader stellen dat de adoptie door de stiefvader van [minderjarige] in het kennelijke belang van [minderjarige] is, omdat zij voor haar gevoel dan echt onderdeel uitmaakt van het gezin en dat zij op gelijke voet staat met de andere kinderen uit het gezin. Daarbij komt dat [minderjarige] al lange tijd ernstig wordt belast doordat zij dezelfde achternaam draagt als haar vader, waardoor zij voortdurend wordt geconfronteerd met de negatieve ervaringen die zij met betrekking tot haar vader heeft meegemaakt. [minderjarige] wil een streep zetten onder alles wat zij heeft meegemaakt, door nu alle banden met haar vader te verbreken. Daar tegenover staat dat [minderjarige] tijdens en na de uithuisplaatsing heeft ervaren dat zij bij haar moeder en stiefvader altijd welkom is. De stiefvader stelt dat hij de zorgen die over hem als persoon zijn geuit door de Raad kan begrijpen, maar dat de situatie positief is veranderd. Nadat [minderjarige] in het gezin is gekomen, hebben de stiefvader en [minderjarige] eerst naar elkaar toe moeten groeien. De stiefvader is dan ook niet over één nacht ijs gegaan toen [minderjarige] hem vroeg of hij haar wil adopteren. Hij heeft er goed over nagedacht en vindt het naar eigen zeggen een eer om [minderjarige] te mogen adopteren. De moeder en de stiefvader zien ook dat [de huidige vriend van ] [minderjarige] , een goede invloed op haar heeft. De moeder en de stiefvader hebben tot slot aangegeven dat zij zullen blijven meewerken met de GI en de betrokken hulpverlening om de zorgen die er nog zijn over het gezin weg te nemen. Dit alles om een zo goed als mogelijke opvoedsituatie voor [minderjarige] en de andere kinderen uit het gezin te kunnen blijven bieden.

Gezien het schadelijke gedrag van de vader heeft [minderjarige] , naar de mening van de moeder en de stiefvader, in de toekomst redelijkerwijs niets meer te verwachten van haar vader als vaderfiguur. Ook wordt naar hun mening voldaan aan de wettelijke (formele) vereisten voor adoptie als bepaald in artikel 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Gelet op al het voorgaande verzoeken de moeder en de stiefvader om de adoptie door de stiefvader van [minderjarige] uit te spreken.

Omdat [minderjarige] weet dat haar vader haar voornaam heeft bedacht en zij dus ook vanwege haar voornaam blijvend wordt geconfronteerd met de negatieve ervaringen die zij met haar vader heeft gehad, verzoeken de moeder en de stiefvader tot slot om de voornaam van [minderjarige] te wijzigen naar [nieuwe voornaam] . Van haar [formele voornaam] heeft [minderjarige] overigens al langer afstand genomen door de [roepnaam] te voeren.

4. Het rapport en advies van de Raad en de standpunten van de overige partijen

Het rapport en advies van de Raad

De Raad heeft in voormeld rapport van 16 april 2025 en tijdens de zitting, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Uit het onderzoek dat de Raad heeft verricht, is naar voren gekomen dat [minderjarige] opgroeit in een ernstig belast gezinssysteem. [minderjarige] heeft tijdens een groot deel van haar jeugd niet thuis gewoond. In die periode heeft [minderjarige] nauwelijks contact gehad met haar moeder en heeft zij geen contact gehad met haar vader. Sinds juni 2022 maakt [minderjarige] onderdeel uit van het huidige gezin van de moeder en de stiefvader. In die setting is zij zwanger geraakt van haar [broer] . [broer] is inmiddels veroordeeld voor verkrachting van [minderjarige] en wordt momenteel forensisch behandeld. Het hoger beroep in deze strafzaak loopt nog. [minderjarige] kampt met een complexe posttraumatische stressstoornis met klachten die zich uiten in het hebben van herbelevingen, een verhoogde alertheid, een negatief zelfbeeld, emotieregulatieproblemen en interpersoonlijke relationele problemen. [minderjarige] wordt hiervoor behandeld, maar deze behandeling staat nog aan het begin. [minderjarige] is nog niet toegekomen aan de behandeling van het vroegkinderlijk deel van haar trauma’s. Gezien wordt dat [minderjarige] in het dagelijks leven enerzijds op een meer volwassen manier functioneert. Dit ook nu zij zelf moeder is van een kindje. Anderzijds wordt gezien dat zij sociaal-emotioneel op een jonge(re) leeftijd functioneert en dat zij blijvend op zoek is naar liefde en bevestiging vanuit haar moeder. Ook is er sprake van een verstoorde schoolgang.

De Raad ziet als argumenten voor een toewijzing van de verzochte adoptie door de stiefvader van [minderjarige] , dat er al sinds 2012 geen sprake is geweest van contact tussen [minderjarige] en haar vader. [minderjarige] benoemt consequent dat zij er veel last van heeft dat zij dezelfde geslachtsnaam als haar vader heeft, waardoor zij voortdurend wordt geconfronteerd met de negatieve ervaringen die zij heeft gehad rondom haar vader en met betrekking tot seksueel misbruik. Nadat het contact tussen [minderjarige] en de moeder is hersteld, heeft zij geprobeerd om met de vader in gesprek te gaan en antwoorden te krijgen op bepaalde vragen die zij heeft, maar dit is niet gelukt. [minderjarige] is hier nog altijd erg boos en verdrietig over. Dit heeft er onder andere toe geleid dat [minderjarige] een aantal negatieve berichten over haar vader op sociale media heeft geplaatst en dat zij zelfs dreigende uitspraken heeft gedaan richting haar vader als de verzochte adoptie niet zal doorgaan. Voor [minderjarige] is het in ieder geval duidelijk dat zij niets meer met haar vader te maken wil hebben. Anderzijds stelt de Raad vast dat [minderjarige] veel steun en liefde ervaart vanuit haar stiefvader en dat zij graag dezelfde positie wil krijgen als de andere kinderen uit het gezin, zodat zij er voor haar gevoel echt bij hoort.

De vader heeft tijdens het onderzoek aangegeven, zo blijkt uit voormeld rapport van de Raad, dat hij achter het verzoek tot adoptie staat. Naar de indruk van de Raad stemt de vader niet zozeer in vanuit wat het beste is voor [minderjarige] , maar vanwege de last die hij ervaart vanuit [minderjarige] en haar broer. De vader betwist de geuite zorgen over hem vanwege seksueel misbruik. De vader voelt zich gekrenkt door de beschuldigingen, waardoor hij destijds zijn baan, huis en vriendschappen is kwijtgeraakt en hij psychische klachten heeft gekregen. De vader is hiervoor nog steeds onder behandeling. De vader wil dan ook graag dat de adoptie wordt uitgesproken. De vader hoopt dat dit ook voor hem zal leiden tot rust. De vader ziet op dit moment geen ruimte om bepaalde vragen van [minderjarige] te beantwoorden. Voor de vader is duidelijk, zo heeft hij tijdens het gesprek met de Raad aangegeven, dat [minderjarige] van hem niets meer te verwachten heeft als vader.

De Raad ziet ook een aantal contra-indicaties voor de verzochte adoptie van [minderjarige] door de stiefvader. Ten eerste is [minderjarige] , onder andere vanwege haar eigen kindje, in een grote mate afhankelijk van het gezin waarin zij momenteel verblijft. Daarbij komt dat [minderjarige] haar plek in het gezin, na een jarenlange uithuisplaatsing en het verbroken contact met haar moeder, pas gedurende drie jaren inneemt. De Raad heeft daarom in het onderzoek meegenomen in hoeverre de afhankelijkheid van [minderjarige] leidend is bij haar wens tot adoptie en in hoeverre haar complexe trauma haar in staat stelt om op dit moment een weloverwogen beslissing te nemen over de verzochte adoptie, en of er voor haar voldoende ruimte is (geweest) om hier zelf een mening over te vormen en deze uit te dragen. Het lukt de moeder en de stiefvader ook niet altijd om [minderjarige] en de andere kinderen uit het gezin niet te belasten met hun eigen emoties en gedachtes. Wel wordt gezien, ondanks alle negatieve ervaringen die zij hebben gehad met de jeugdzorg, dat de moeder en de stiefvader de nodige hulp blijven accepteren en dat zij hiervan profiteren, ook al moet er nog veel gebeuren. Een ander tegenargument is de voorgeschiedenis van de stiefvader. Er waren zorgen over de stiefvader met betrekking tot zedendelicten in het verleden, maar deze zijn afgedaan met een sepot en een vrijspraak. De stiefvader is daarnaast meermaals veroordeeld vanwege mishandeling. Op dit moment worden er in dat verband echter geen zorgelijke signalen gezien over de stiefvader. Ook heeft de stiefvader momenteel geen contact met een deel van zijn eigen kinderen. Hierin kan een risico schuilen, omdat voorkomen moet worden dat [minderjarige] in de toekomst opnieuw wordt geconfronteerd met een verlieservaring. Maar gebleken is dat voormeld contactverlies niet de eigen wens van de stiefvader is geweest en dat hij eventueel contactherstel niet wil forceren. De Raad ziet hierin dan ook geen belemmeringen voor een toewijzing van het verzoek.

Alles afwegende komt de Raad tot het advies om het verzoek tot adoptie toe te wijzen. De Raad stelt hierbij voorop dat de verzochte adoptie voor [minderjarige] momenteel dusdanig op de voorgrond staat, dat er daardoor bij haar onvoldoende ruimte bestaat om de behandeling die zij nodig heeft, echt aan te gaan. De Raad kan naar aanleiding van het onderzoek niet vaststellen wat er precies wel en niet is gebeurd, maar duidelijk is wel dat hetgeen [minderjarige] heeft ervaren haar momenteel belemmert om tot verdere ontwikkeling te komen. De Raad heeft overwogen om te adviseren om de beslissing op voormeld verzoek aan te houden voor de duur van een jaar, maar ziet daarvan af omdat de verwachting bestaat dat de gezinsdynamiek onrustig zal blijven en een definitieve beslissing over het verzoek tot adoptie zal bijdragen tot meer rust in het gezin.

Om dezelfde redenen als hiervoor en in lijn met voormeld advies over de adoptie, adviseert de Raad tot slot om ook het aanvullend verzoek tot wijziging voornaam toe te wijzen.

Het standpunt van de vader

De vader heeft via zijn partner in voormelde e-mailberichten, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. De vader bevestigt dat hij achter de verzochte adoptie staat. Hij heeft geen opmerkingen of aanvullingen op hetgeen hij tegen de Raad heeft verteld en zoals is verwoord in het raadsrapport. De vader stemt ook in met de verzochte voornaamswijziging.

Het standpunt van de GI

De GI heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. De GI vindt het met het oog op alles wat het gezin heeft meegemaakt, ook in de samenwerking met de WSSJJ, bewonderingswaardig dat de moeder en de stiefvader momenteel goed in contact zijn met de GI. De GI stelt daarnaast dat er weliswaar voortdurend wat aan de hand is en dat de moeder en de stiefvader directieve aansturing nodig blijven hebben, maar dat zij dit accepteren en dat zij meewerken. Waar de moeder soms emotioneel kan reageren, lukt het de stiefvader om haar daarin te sturen en te steunen. De GI ziet de stiefvader dan ook als een beschermende factor in het gezin. Dit maakt dat de opvoedsituatie bij de moeder en de stiefvader, naar de mening van de GI, goed genoeg moet worden bevonden en dat de GI instemt met de verzochte adoptie.

De mening van [minderjarige]

[minderjarige] heeft tijdens het gesprek met de kinderrechter, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. [minderjarige] stelt dat zij al lange tijd geen contact heeft gehad met haar vader en dat zij vervelende herinneringen aan hem heeft. Voor [minderjarige] haar gevoel is de vader er nooit voor haar geweest. [minderjarige] wil daarom graag dat alle banden tussen haar en de vader worden verbroken, zodat de vader op papier niet langer haar vader is en dat zij zijn achternaam en de door hem bedachte voornaam niet meer draagt. [minderjarige] wil graag voortaan [nieuwe voornaam] [geslachtsnaam stiefvader] heten. [minderjarige] woont nu bijna drie jaar in het gezin van de moeder en de stiefvader. Voor [minderjarige] is de stiefvader haar vaderfiguur.

5. De beoordeling

Op grond van artikel 1:227, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) geschiedt adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan een dergelijk verzoek door de adoptant die echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de ouder is, slechts worden gedaan, indien hij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd.

De rechtbank stelt op basis van de stukken vast dat de moeder en de stiefvader op [datum 2] 2013 met elkaar zijn getrouwd, dat zij vanaf 22 april 2013 bij de gemeente op hetzelfde adres staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen (de BRP) en dat zij dus in ieder geval vanaf dat moment samenleven. De rechtbank is van oordeel dat daarmee voldaan is aan het vereiste als genoemd in artikel 1:227, tweede lid, BW.

Op grond van artikel 1:228, eerste lid, BW dient aan de navolgende voorwaarden voor adoptie te worden voldaan:

dat het kind op de dag van het eerste verzoek minderjarig is, en dat het kind, indien het op de dag van het verzoek twaalf jaar of ouder is, ter gelegenheid van zijn verhoor niet van bezwaren tegen toewijzing van het verzoek heeft doen blijken;

het kind niet een kleinkind van een adoptant is;

dat de adoptant of ieder der adoptanten ten minste achttien jaren ouder dan het kind is;

at geen der ouders het verzoek tegenspreekt;

dat de minderjarige moeder van het kind op de dag van het verzoek de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt;

dat de adoptant of de adoptanten het kind gedurende ten minste een jaar heeft of hebben verzorgd en opgevoed;

dat de ouder of ouders niet of niet langer het gezag over het kind hebben.

De rechtbank stelt vast op basis van de stukken en wat er ter zitting is besproken, dat aan de voorwaarden als bepaald in artikel 1:228 BW, eerste lid, is voldaan.

De rechtbank overweegt dat het verzoek op grond van artikel 1:227, derde lid, BW vervolgens slechts alleen kan worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang is van het kind en op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW, wordt voldaan.

De rechtbank overweegt in dat verband als volgt. Uit de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, blijkt dat [minderjarige] in haar jonge leven al ontzettend veel heeft meegemaakt. De vader en [minderjarige] hebben sinds 2012 geen omgang met elkaar gehad. De vader geeft sindsdien geen invulling aan zijn ouderrol. Vanwege de negatieve herinneringen en ervaringen die [minderjarige] heeft (gehad) met betrekking tot haar vader, wil zij geen contact meer met hem hebben. Zij wil het liefste alle banden die zij met hem heeft, verbreken. Daarnaast is [minderjarige] ruim tien jaren uit huis geplaatst geweest en zij heeft op verschillende plekken verbleven. Inmiddels woont zij gedurende drie jaren in het gezin van de moeder en de stiefvader. De rechtbank overweegt, hoewel er sprake is van een complex gezinssysteem en er zorgen blijven bestaan over de kwetsbaarheid daarvan, dat dit gezin de plek is waar [minderjarige] na al die jaren van uithuisplaatsing, onrust en instabiliteit weer stabiliteit, veiligheid, liefde en warmte ervaart. Hoewel gebleken is dat er altijd wel wat speelt in het gezin en de moeder en de stiefvader directieve aanwijzingen nodig hebben van de GI, is er sprake van een goede samenwerking tussen de GI, de moeder en de stiefvader. De moeder en de stiefvader staan open voor de noodzakelijk geachte hulpverlening en zij werken daar proactief aan mee. Ook zal er, in ieder geval in de komende periode, nog sprake zijn van een ondertoezichtstelling van [minderjarige] waardoor de GI nog even betrokken zal blijven. Hoewel er zorgen zijn geuit over de persoon en het verleden van de stiefvader, en deze zorgen door hem worden (h)erkend, zijn uit het onderzoek van de Raad geen signalen naar voren gekomen dat deze zorgen nog actueel zouden zijn. De stiefvader wordt daarentegen juist als een beschermende factor gezien in het leven van [minderjarige] . De stiefvader heeft namelijk altijd aangegeven en uitgedragen aan [minderjarige] dat hij er onvoorwaardelijk voor haar is. De rechtbank overweegt dat deze onvoorwaardelijkheid, die [minderjarige] nodig heeft en waar zij echt naar lijkt te hunkeren, haar niet kan worden geboden door de stiefvader met het gezag over haar te belasten, al dan niet in combinatie met een geslachtsnaamwijziging. Adoptie is immers voor het leven en niet enkel tot het bereiken van de meerderjarigheid. Adoptie door de stiefvader kan en zal naar verwachting bij [minderjarige] dan ook de nodige bevestiging en het vertrouwen geven dat de stiefvader er blijvend voor haar zal zijn. Voor [minderjarige] is het daarom van groot belang om de huidige relaties binnen het gezin te verstevigen, om de vaderrol van de stiefvader te bevestigen en om [minderjarige] een in haar ogen gelijkwaardige positie in het gezin te geven ten opzichte van de andere kinderen uit het gezin, waarbij de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie.

De rechtbank overweegt dat de vader de zorgen die over hem zijn geuit, betwist. Wat er tussen de vader en [minderjarige] precies wel en niet is gebeurd, kan de rechtbank op basis van de in deze procedure beschikbare informatie niet vaststellen. Daar is deze procedure ook niet voor bedoeld. Duidelijk is wel dat [minderjarige] , door alles wat zij heeft meegemaakt en in ieder geval heeft ervaren, kampt met een complexe traumatische stressstoornis en met andere kindeigen problematiek. In verband daarmee heeft [minderjarige] intensieve behandeling nodig. De wens van [minderjarige] om door de stiefvader te worden geadopteerd en de bestaande onduidelijkheid hierover staat bij [minderjarige] echter dusdanig op de voorgrond, dat [minderjarige] hierdoor wordt belemmerd om de noodzakelijk geachte intensieve behandeling op bepaalde onderdelen echt aan te gaan. Dit belemmert haar dan ook in haar verdere ontwikkeling tot volwassenheid.

Het aanhouden van de beslissing over het verzoek tot adoptie om het gezin nog wat langer de tijd te geven om te laten zien dat zij de positieve ontwikkelingen zullen voortzetten, dan wel een afwijzing van voormeld verzoek, zou naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf ook al een belemmering kunnen opleveren voor het verdere verloop van de behandeling en daarmee voor de verdere ontwikkeling van [minderjarige] .

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het in het kennelijke belang van [minderjarige] dat zij wordt geadopteerd door de stiefvader.

Nu de vader en [minderjarige] sinds 2012 geen omgang met elkaar hebben gehad, de vader zich sindsdien volledig heeft teruggetrokken uit het leven van [minderjarige] en gelet op alles wat er in de afgelopen jaren tussen hen is gebeurd, is de rechtbank, met de Raad, van oordeel dat voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat [minderjarige] niets meer van de vader in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft. De vader heeft dit zelf ook gezegd tijdens zijn gesprek met de Raad.

Gelet op al het voorgaande wordt, naar het oordeel van de rechtbank, voldaan aan de wettelijke vereisten voor adoptie van [minderjarige] door de stiefvader. De rechtbank zal het verzoek, dat niet is weersproken, daarom toewijzen.

Geslachtsnaam

Op grond van artikel 1:5 lid 7 BW - voor zover hier van belang - verklaart een kind dat op het tijdstip van het ontstaan van de familierechtelijke betrekking met beide ouders zestien jaar of ouder is, in geval van adoptie, ten overstaan van de rechter of het de geslachtsnaam van de ene of de andere ouder zal hebben of van beide ouders in een vrij te bepalen volgorde of bij adoptie, een geslachtsnaam die is gekozen overeenkomstig het derde lid, zal hebben. Van deze verklaring wordt melding gemaakt in de rechterlijke uitspraak inzake adoptie.

[minderjarige] , die thans 17 jaar oud is, heeft verklaard dat zij de geslachtsnaam van de stiefvader “ [geslachtsnaam stiefvader] ” wil dragen.

Wijziging voornaam

Uit artikel 1:4, vierde lid BW volgt dat de rechtbank op verzoek van de betrokken persoon of van zijn wettelijk vertegenwoordiger, in dit geval de vrouw als gezaghebbende ouder van [minderjarige] , de wijziging van de voornamen kan gelasten. Een dergelijke wijziging kan (ook) het schrappen van een voornaam inhouden. Voor de wijziging dient voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.

Op grond van voormelde bepaling geschiedt de wijziging van de voornaam doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a, eerste lid BW.

De rechtbank neemt als onweersproken aan, gelet op de ernstige bezwaren en de negatieve associaties die [minderjarige] vanwege haar voornaam ervaart in relatie tot haar vader en de belemmeringen die zij in dat verband ervaart met betrekking tot het aangaan van de noodzakelijk geachte hulpverlening, dat [minderjarige] een voldoende zwaarwichtig belang heeft bij de wijziging van haar [formele voornaam] ”.

De rechtbank overweegt dat in voormeld op 6 november 2025 ontvangen aanvullend verzoekschrift is verzocht om de voornamen van [minderjarige] te wijzigen in “ [nieuwe voornamen] ”, terwijl [minderjarige] in haar e-mailbericht aan de rechtbank heeft geschreven dat zij graag “ [nieuwe voornaam] ” wil heten. Om er zeker van te zijn dat de eerste voornaam wordt gewijzigd met de beoogde spellingswijze, heeft de griffier van de rechtbank op 17 december 2025 per e-mail aan de advocaat verzocht om te verduidelijken welke voornamen er precies worden verzocht. Als reactie daarop heeft de advocaat in voormeld op 18 december 2025 ontvangen e-mailbericht aangegeven dat wordt verzocht om de eerste voornaam van [minderjarige] te wijzigen in “ [nieuwe voornaam] ”. De rechtbank vat dit bericht op als een verzoek tot wijziging van voormeld aanvullend verzoek van 6 november 2025 en zal dit gewijzigde, aanvullende verzoek dienovereenkomstig toewijzen. Derhalve zullen de voornamen van [minderjarige] luiden: “ [nieuwe voornamen] ”.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda gelasten om aan de akte van geboorte van [minderjarige] de latere vermelding toe te voegen van deze beschikking betreffende voormelde voornaamswijziging.

Tot slot

Gezien de intrinsieke wens van [minderjarige] tot adoptie en de wijziging van haar voornamen en geslachtsnaam, hoopt de rechtbank, door de beslissingen in deze zaak, dat [minderjarige] het gevoel heeft dat er naar haar is geluisterd en dat deze beslissingen haar zullen helpen om verder aan zichzelf te werken en de noodzakelijk geachte behandelingen op een goede manier te doorlopen en af te ronden, en zodoende op een goede manier verder te groeien naar volwassenheid.

Gelet op de aard van de procedure zullen de proceskosten tussen partijen tussen hen worden gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij zijn of haar eigen kosten moet dragen.

Gelet op het voorgaande zal als volgt worden beslist.

6. De beslissing

De rechtbank:

spreekt uit de adoptie door [de stiefvader] , geboren op [geboortedag 2] 1974 in [geboorteplaats] , van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] ;

verstaat dat [minderjarige] de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam stiefvader] ” zal hebben;

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda aan de akte van geboorte van voornoemde minderjarige de latere vermelding toe te voegen van deze beschikking tot wijziging van de voornamen van de minderjarige, in die zin dat de voornamen komen te luiden: “ [nieuwe voornamen] ”;

draagt de griffier op, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, om een afschrift van deze beschikking te doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda om daarin aantekening te doen van deze beschikking.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025 door mr. Sumner, voorzitter, mr. van de Kraats en mr. Jurkovich, allen kinderrechters, in aanwezigheid van mr. Wallerbos als griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Sumner

Griffier

  • mr. Wallerbos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?