RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11453645 \ CV EXPL 24-6241
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van
BQUAAM B.V.,
gevestigd te Tilburg,
eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Bquaam,
gemachtigde: mr. R. Kattenbelt,
tegen
1. [persoon 1] ,
2. [persoon 2],
beiden wonende te [plaats] ,
gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [partij 2] ,
gemachtigden: mr. L.H.H. Verhoeven en mr. F. Alberts.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 november 2025- de akte van Bquaam- de akte van [partij 2] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 12 november 2025.
Beide partijen hebben ingestemd met de voorgestelde deskundige, de aan de deskundige voor te leggen vragen en de hoogte van het voorschot.
Gezien het voorgaande zal de kantonrechter de door hem voorgestelde persoon tot deskundige benoemen en deze gelasten onderzoek te doen en daarbij de in de beslissing te vermelden vragen te beantwoorden.
De kantonrechter zal het voorschot vaststellen op een bedrag van € 4.174,50 inclusief btw. In de vorige beslissing is al aangekondigd en toegelicht door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden betaald.
De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
Kunt u vaststellen welke werkzaamheden Bquaam heeft verricht in het kader van de aannemingsovereenkomst? Welke werkzaamheden zijn goed en deugdelijk verricht en welke werkzaamheden zijn niet goed en deugdelijk verricht?
Wordt de hoogte van de facturen gerechtvaardigd door de uitgevoerde werkzaamheden?
Wat is de waarde van de besparingen van de niet uitgevoerde werkzaamheden?
Wat zijn de kosten om de werkzaamheden die niet goed en deugdelijk zijn verricht door een derde te laten herstellen?
Wat zijn de herstelkosten als gevolg van de lekkage in de woning?
Heeft u nog andere opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn?
benoemt tot deskundige:
[deskundige] ,
adres: [adres],
telefoon: [telefoon],
e-mailadres: [e-mailadres],
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 4.174,50 inclusief btw,
bepaalt dat Bquaam het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
bepaalt dat Bquaam het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 24 juni 2026,
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van Bquaam op een termijn van vier weken,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.