RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11534854 \ CV EXPL 25-488
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van
Van Mossel Autolease Zuidwest B.V.,
gevestigd te Goes,
eisende partij,
hierna te noemen: Van Mossel,
gemachtigde: Flanderijn & van Eck,
tegen
[gedaagde] , h.o.d.n. [bedrijf],
wonende te Sint Philipsland,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 9 april 2025 en de daarin genoemde stukken;
- het aanvullende stuk van [gedaagde] van 14 april 2025 met een productie;
- het aanvullende stuk van Van Mossel van 10 oktober 2025 met producties 17a tot en met 17c;
- de mondelinge behandeling van 21 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de akte van Van Mossel voor de rolzitting van 19 november 2025.
Ter zitting is vonnis bepaald.
2. Waar gaat de zaak over?
Partijen hebben op 14 maart 2022 een operationele lease overeenkomst voor de duur van 60 maanden gesloten terzake een Ford Focus MCA met het [kenteken] (hierna: de auto). Op de huurkoopovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van Van Mossel van toepassing. De maandelijkse leasetermijn bedroeg € 779,06 excl. btw en het maandelijkse voorschot voor brandstof bedroeg € 244,39 excl. btw. [gedaagde] heeft de termijnen voor de maanden september en oktober 2023 ondanks meerdere verzoeken niet volledig voldaan, zodat Van Mossel de leaseovereenkomst heeft beëindigd. [gedaagde] heeft de auto op 19 oktober 2023 ingeleverd.
In de algemene voorwaarden staan, voor zover van belang, de volgende bepalingen opgenomen.
Artikel 16 lid 1 sub c: ‘1. ZuidWest Lease is gerechtigd het leasecontract tussentijds te beëindigen: (…) c. in geval Cliënt ten aanzien van de nakoming van enige verplichting uit hoofde van de Hoofdovereenkomst, enig Leasecontract en/of de Algemene Voorwaarden in verzuim verkeert;’
Artikel 16 lid 5: ‘In geval van een beëindiging van het Leasecontract op één van de hiervoor onder c. tot en met k. genoemde gronden, is ZuidWest Lease gerechtigd het Leasecontract met onmiddellijke ingang te ontbinden.’
Artikel 16 lid 7: ‘Cliënt is bij (tussentijdse) beëindiging van het Leasecontract gehouden de auto onverwijld aan ZuidWest Lease te retourneren en ZuidWest Lease volledig schadeloos te stellen. De schade van ZuidWest Lease wordt geacht minimaal gelijk te zijn aan het verschil tussen de boekwaarde van de Auto en de marktwaarde daarvan, verhoogd met drie maal de Leaseprijs. De marktwaarde is gelijk aan het hoogste bod uit minimaal drie biedingen die ZuidWest Lease ontvangt, nadat zij de Auto aan door haar aan te wijzen handelaren heeft aangeboden. Een en ander laat onverlet het recht van ZuidWest Lease tot vergoeding van de werkelijk door haar geleden schade.’
3. Het geschil
Van Mossel vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 15.654,76 (bestaande uit € 14.566,99 aan hoofdsom, € 2.185,05 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 280,04 aan rente, waarop de betaling van 5 augustus 2024 van € 1.377,32 in mindering moet worden gebracht), vermeerderd met contractuele rente, dan wel wettelijke handelsrente, dan wel wettelijke rente en kosten.
Van Mossel legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Hij heeft termijnbedragen onbetaald gelaten, waardoor een achterstand is ontstaan. Van Mossel heeft de overeenkomst op grond van de algemene voorwaarden voortijdig beëindigd. Nu het een voortijdige beëindiging betreft en Van Mossel hiervan schade ondervindt, vordert Van Mossel op grond van de algemene voorwaarden driemaal de leaseprijs van het voertuig (€ 2.350,68) en het verschil in de boekwaarde minus de taxatiewaarde van het leasevoertuig (€ 30.191,43 - € 21.682,88 = € 8.508,55). De uiteindelijke afrekening bedraagt € 13.139,67 incl. btw. [gedaagde] moet ook de openstaande termijnbedragen, rente en incassokosten betalen.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert bij antwoord aan dat hij door persoonlijke omstandigheden niet in staat is om te betalen. In de corona-periode heeft hij veel schulden opgebouwd. Daarnaast zijn alle lease- en brandstoftermijnen betaald (€ 50,00 op 17 oktober 2023, € 1.000,00 op 22 november 2023, € 1.000,00 op 16 januari 2024 en € 1.377,32 op 5 augustus 2024). [gedaagde] heeft nooit gesproken over de eindafrekening met Van Mossel en hij heeft hier niet mee ingestemd. Ter zitting heeft [gedaagde] de vorderingen erkend en heeft hij aangegeven hier graag een betalingsregeling voor te willen afspreken.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Hoofdsom
[gedaagde] heeft ter zitting de verschuldigdheid van de hoofdsom erkend. Het door [gedaagde] op 5 augustus 2024 aan Van Mossel betaalde bedrag van in totaal € 1.377,32 ziet, zo begrijpt de kantonrechter, op de hoofdsom. [gedaagde] voert namelijk bij antwoord met stukken onderbouwd aan dat deze betaling ziet op het openstaande bedrag van de leasetermijnen en de brandstofvoorschotten. Dit bedrag strekt dan ook in mindering op de gevorderde hoofdsom, waardoor er een toewijsbaar bedrag van € 13.189,67 resteert.
Rente
Van Mossel vordert contractuele rente van 1,5% per maand over de totale hoofdsom. Deze vordering is alleen toewijsbaar over de betalingsachterstand tot de datum van beëindiging. Die was toen € 1.427,32. De kantonrechter gaat ervan uit dat het bedrag aan verschenen rente dat in de dagvaarding staat (€ 280,04), daarom niet juist is berekend. De contractuele rente wordt toegewezen over de betreffende factuurbedragen vanaf de verschillende vervaldata van de facturen tot 5 augustus 2024. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de twee creditnota’s van 31 oktober 2024 en 6 november 2024. De contractuele rente wordt ook toegewezen over (€ 1.427,32 - € 1.377,32 =) € 50,00 vanaf 5 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling.
Omdat de overeenkomst is beëindigd en Van Mossel stelt dat zij na de beëindiging schade heeft geleden, becijferd op een bedrag van € 13.139,67, kan Van Mossel geen aanspraak maken op de contractuele rente over deze schadevergoeding. Evenmin is toewijzing van de gevorderde wettelijke handelsrente mogelijk. Over de gevorderde schadevergoeding is wel de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW toewijsbaar. Gelet hierop zal de kantonrechter over het bedrag van € 13.139,67 de wettelijke rente toewijzen vanaf de beëindiging van de overeenkomst (artikel 6:83 sub b BW).
Buitengerechtelijke incassokosten
Van Mossel vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten op grond van haar algemene voorwaarden. In dit geval acht de kantonrechter redenen aanwezig om de vergoeding op grond van artikel 242 Rv te matigen tot het bedrag, berekend op grond van de bij het Besluit vergoeding voorbuitengerechtelijke incassokosten horende staffel, nu niet is gesteld en onderbouwd dat er zodanige buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die een hoger bedrag dan de staffel rechtvaardigen. De kantonrechter zal [gedaagde] dan ook veroordelen tot betaling van € 920,67 aan buitengerechtelijke incassokosten.
Betalingsregeling
Van Mossel heeft na de mondelinge behandeling kenbaar gemaakt dat zij er geen bezwaar tegen heeft dat in het vonnis wordt bepaald dat tenuitvoerlegging van onderhavig vonnis niet zal geschieden indien en zolang [gedaagde] al hetgeen hij krachtens dit vonnis verschuldigd is, voldoet in maandelijkse termijnen van € 50,00. Volgens Van Mossel dient [gedaagde] deze € 50,00 te betalen stipt voor of op de eerste dag van iedere maand voor het eerst voor of op 1 december 2025, onder voorwaarde van directe gehele opeisbaarheid (van het restant) van de vordering in geval van enige niet tijdige betaling. De kantonrechter zal deze bepaling opnemen in het vonnis, met dien verstande dat aangezien het vonnis pas na 1 december 2025 is uitgesproken, het eerste tijdstip van betaling wordt bepaald op 1 januari 2026.
Proceskosten
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Van Mossel worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
1.461,00
- salaris gemachtigde
€
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.528,78
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Van Mossel te betalen een bedrag van € 13.189,67, te vermeerderen met de contractuele rente van 1,5% per maand over de betreffende factuurbedragen vanaf de verschillende vervaldata van de facturen tot 5 augustus 2024, waarbij rekening dient te worden gehouden met de twee creditnota’s van 31 oktober 2024 en 6 november 2024, en te vermeerderen met de contractuele rente van 1,5% per maand over € 50,00 vanaf 5 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling, en te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 13.139,67 vanaf 19 oktober 2023 tot aan de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan Van Mossel een bedrag van € 920,67 aan buitengerechtelijke kosten te betalen,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.528,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verstaat dat tenuitvoerlegging van dit vonnis niet zal geschieden indien en zolang [gedaagde] al hetgeen hij krachtens dit vonnis aan Van Mossel verschuldigd is, voldoet in maandelijkse termijnen van € 50,00. [gedaagde] dient deze € 50,00 te betalen stipt voor of op de eerste dag van iedere maand en voor het eerst voor of op 1 januari 2026,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.