RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11431850 \ MB VERZ 24-935
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 4 december 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 december 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. van der Teen (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht dat op rood staat op de kruising Gagelboslaan/Rooseveltlaan te Bergen op Zoom op 16 januari 2024 om 11.03 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene werkt in opdracht van de gemeente Bergen op Zoom en is onder andere belast met het strooien van zout. Betrokkene heeft hiervoor een ontheffing om op fiets- en voetpaden te rijden met zwaailicht en gematigde snelheid. De pleeglocatie bestaat uit een onoverzichtelijk kruispunt. Betrokkene kwam van een openbaar parkeerterrein en wilde zijn weg vervolgen via de rijweg naar het fietspad aan de overkant. Hierdoor kon hij het stoplicht bijna niet zien.
Ter zitting heeft gemachtigde de verkeerssituatie uitgelegd aan de hand van een plattegrond.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De zittingsvertegenwoordiger erkent dat er sprake is van een lastige situatie, maar geeft daarbij doorslaggevende waarde aan de verklaring van de verbalisant. Betrokkene dient ondanks zijn functie toch zicht te blijven houden op het verkeerslicht.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat gemachtigde ter zitting de verkeerssituatie duidelijk heeft uitgelegd en toegelicht. Aan de hand van deze toelichting is de kantonrechter van oordeel dat de waarneming van de verbalisant onjuist zou kunnen zijn. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: