RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11414563 \ MB VERZ 24-904
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 4 december 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 december 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. van der Teen (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder of passagier geen gebruik maken van een autogordel op de Rijksweg A4/A58 te Bergen op Zoom op 3 oktober 2023 om 15.39 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene droeg zijn autogordel. De auto van betrokkene is voorzien van zonwering op de achterruit en zijruiten, waardoor de verbalisant deze misinterpretatie heeft kunnen doen. Daarnaast bevat het voertuig van betrokkene een gordelwaarschuwingsysteem, waarbij een piep te horen is indien geen gebruik wordt gemaakt van de gordel. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij een zwart vest droeg, waardoor het niet goed zichtbaar was dat betrokkene gebruik maakte van de autogordel. Ook zakt de gesp van de gordel enigszins, waardoor deze bovenin niet zichtbaar kon zijn geweest.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit de verklaring van de verbalisanten blijkt dat zij expliciet hebben gekeken of betrokkene gebruik heeft gemaakt van de gordel. Hierdoor kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene met foto’s heeft aangetoond dat de autoruiten zijn voorzien van zonwering. Hierdoor is de kantonrechter er niet van overtuigd dat de gedraging vanaf de achterkant van het voertuig goed zou zijn vast te stellen. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 169,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: