RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10906022 \ MB VERZ 24-94
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 25 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]"
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 21 april 2022 om 14:20 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat er niet is voldaan aan de vereisten uit het beleidskader. Uit de beschikbare gegevens volgt niet dat aan het vereiste dat de wegindeling eruit moet zien als een voetgangersgebied is voldaan, omdat – blijkens de foto’s – het soort wegdek de indruk geeft dat sprake is van een rijbaan. Daar is geen duidelijke scheiding tussen de rijbaan en het begin van het voetgangersgebied weergegeven, omdat niet zoveel verschil bestaat tussen het soort klinkers op het wegdek.
Betrokkene stelt verder dat hij gedwongen werd de Nieuwlandstraat in te rijden in verband met wegwerkzaamheden. Betrokkene heeft zijn beroepschrift onderbouwd met schermafbeeldingen van Google Maps en de rijroute. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene stelt dat er ten tijde van de gedraging wegwerkzaamheden plaatsvonden. Zoals ter zitting via Google Streetview is bekeken, biedt de rijroute van betrokkene op dit moment onvoldoende duidelijkheid of er een andere mogelijkheid bestond dan het inrijden van de Nieuwlandstraat op die dag. De zittingsvertegenwoordiger geeft betrokkene het voordeel van de twijfel.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat onduidelijk is gebleven of betrokkene redelijkerwijs geen andere route kon volgen dan door het voetgangersgebied te rijden. Ter zitting is via Google Streetview beoordeeld welke alternatieve routes beschikbaar waren. Daaruit is gebleken dat betrokkene uitsluitend via de Telefoonstraat kon rijden. Nu evenwel niet kan worden vastgesteld of ten tijde van de gedraging daadwerkelijk wegwerkzaamheden plaatsvonden in die straat, kan de verweten gedraging niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
€ 777,00
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 159,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 777,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: