RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11333944 \ MB VERZ 24-1327
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 13 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. I. Menalo (Appjection B.V.)
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. Hoveijn (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Coulissen te Breda op 25 maart 2023 om 20:06 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft ten tijde van de gedraging geen mobiel elektronisch apparaat vastgehouden, zodoende is niet aan alle bestanddelen van artikel 61a RVV voldaan. Zoals betrokkene reeds in het administratief beroep heeft verklaard stond hij volledig stil met het voertuig. In een dergelijke verkeerssituatie is het betrokkene toegestaan zijn telefoon aan te raken. Daarnaast is er sprake van schending van de cautieplicht. Betrokkene stelt dat de notities van de verbalisant niet overeenkomen met de feiten en omstandigheden zoals deze zich bij staandehouding hebben voorgedaan. Betrokkene stelt dat aan hem in strijd met het recht niet de cautie is gegeven en er geen mogelijkheid werd gegeven om een verklaring af te leggen. Dat in het zaaksoverzicht valt te lezen dat de cautie aan betrokkene is verleend, betekent echter nog niet dat dit op de juiste wijze is geschied. Hierdoor is betrokkene in zijn verdedigingsbelang geschaad. Tot slot komt er geen bewijskracht toe aan het zaaksoverzicht. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat het op de weg van de officier van justitie had gelegen om een aanvullend proces-verbaal op te vragen. Het gaat hier om een consistente ontkenning van betrokkene en een summier proces-verbaal van verbalisant. De gemachtigde verzoekt dan ook om vernietiging van de sanctiebeschikking.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In beginsel biedt de verklaring van de verbalisant voldoende grondslag, tenzij betrokkene specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De verbalisant heeft verklaard dat hij het voertuig zag optrekken terwijl betrokkene een telefoon in zijn rechterhand vasthield. De gedraging kan dan ook voldoende worden vastgesteld. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn. De sanctie dient met 25% gematigd te worden.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene consistent de gedraging blijft ontkennen en daar een summiere verklaring van de verbalisant tegenover staat. Niet uit te sluiten is dat betrokkene stilstond terwijl hij zijn mobiele telefoon vasthield. Een aanvullend proces-verbaal om hier duidelijkheid over te krijgen is niet opgevraagd. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
€ 907,00
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 389,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: