RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11454781 \ MB VERZ 24-1723
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 13 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. Hoveijn (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Zowel betrokkene als de bestuurder van het voertuig zijn verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Emerparklaan te Breda op 19 december 2023 om 08:35 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. De zoon van betrokkene heeft het voertuig bestuurd ten tijde van de vermeende gedraging. Hij stelt dat hij nooit door rood zou rijden. Daarnaast is de bestuurder van mening dat de bewijslast bij de verbalisant ligt. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat exacte pleeglocatie van de vermeende gedraging onduidelijk is.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Nu de precieze pleeglocatie onbekend is wordt betrokkene in haar verdedigingsbelangen geschaad. Wegens proceseconomische redenen is het naar mening van de zittingsvertegenwoordiger niet nodig om een aanvullend proces-verbaal op te vragen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat de inleidende beschikking op dit moment voor betrokkene onvoldoende informatie bevat om zich op adequate wijze te kunnen verdedigen. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 289,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: