ECLI:NL:RBZWB:2025:9589

ECLI:NL:RBZWB:2025:9589, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-11-2025, 11366353 MB VERZ 24-1441

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 13-11-2025
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer 11366353 MB VERZ 24-1441
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer.: 11366353 \ MB VERZ 24-1441

CJIB-nummer: [CJIB-nummer]

uitspraakdatum: 13 november 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : mr. I. Menalo (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 13 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. Hoveijn (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Breetweerlaan te Raamsdonkveer op 9 februari 2023 om 12:10 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht en er ten onrechte geen staandehouding heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat zij niet door rood is gereden. Er was op dat moment geen kind te bekennen. Betrokkene kwam vanuit de straat waar de Plus gevestigd is. Daar ter plaatse is een drempel die zo hoog is dat daar stapvoets overheen gereden wordt en vervolgens wordt stilgestaan vanwege het verkeer wat voorrang heeft op de doorgaande weg. Meteen om de hoek is de oversteekplaats die de verbalisant benoemt. De verbalisant heeft betrokkene ten onrechte niet staande gehouden. Uit de situatieschets van verbalisant komt juist naar voren dat de mogelijkheid tot staandehouding zich expliciet heeft voorgedaan na de eerste keer dat verbalisant de vermeende gedraging heeft geconstateerd. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat er mogelijk sprake is van een vergissing en verzoekt primair de sanctie te vernietigen. Subsidiair verzoekt gemachtigde de sanctie met 25% te matigen, wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Volgens het aanvullend proces-verbaal heeft de verbalisant afgezien van staandehouding omdat hij in privé tijd was en in burgerkleding. Er bestond dan ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn. De sanctie dient met 25% gematigd te worden.

Overwegingen

Inhoudelijk

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.

De boete is dus terecht opgelegd.

Staandehouding

Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.

Volgens het aanvullend proces-verbaal heeft de verbalisant afgezien van staandehouding omdat hij in privé tijd was, burgerkleding aan had en geen diensttelefoon bij zich had. Naar het oordeel van de kantonrechter was er dan ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.

Overschrijding redelijke termijn

Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.

In dit geval is de boete opgelegd op 18 februari 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim acht maanden overschreden.

Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Proceskosten

Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:

beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50

zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50

€ 907,00

Beslissing

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 187,50, plus € 9,- administratiekosten;

‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 62,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;

‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 907,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.

Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:

Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum verzending:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. K. Verschueren

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?