RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11454517 \ MB VERZ 24-1713
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 13 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres 1]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. Hoveijn (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op [adres 2] te Breda op 30 januari 2024 om 14:25 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene moest op de pleegdatum een bril ophalen aan de Lange Brugstraat in Breda. Betrokkene wilde zijn motorscooter op de Markendaalseweg parkeren maar werd plotseling heel duizelig. Betrokkene besloot dichterbij de Lange Brugstraat te parkeren, maar werd toen weer getroffen door hevige duizeligheid. Betrokkene heeft ervoor gekozen om door te rijden zodat hij zo snel mogelijk zijn bril kon ophalen en weer naar huis kon gaan. Eenmaal thuis heeft betrokkene onmiddellijk een afspraak gemaakt met de huisarts om de duizeligheid te laten onderzoeken. Resultaat hiervan was dat bij betrokkene een pacemaker is geplaatst op 19 februari 2024. Betrokkene verzoekt begrip te hebben voor de situatie en de sanctiebeschikking te vernietigen. Ter zitting heeft betrokkene hier aan toegevoegd dat hij nooit had moeten rijden op dat moment. Betrokkene handelde vanuit een situatie die hij niet onder controle had.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene ontkent de gedraging niet, maar doet een beroep op omstandigheden. De omstandigheid dat betrokkene duizelig is geworden, maakt niet dat er aanleiding is voor matiging van de sanctie. Het is zelfs onverstandig gezien de gevaren die rijden onder deze omstandigheden met zich meebrengen.
Overwegingen
Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Het dossier bevat, buitenom de verklaring van de verbalisant uit het zaakoverzicht, een aanvullend proces-verbaal waarin wordt aangegeven dat de bebording en herhalingsborden duidelijk zichtbaar waren. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat sprake was van ernstige medische problematiek, wat door middel van medische stukken concreet is onderbouwd, dat het voertuig van de betrokkene slechts korte tijd het voetgangersgebied heeft betreden en dat niet is gebleken dat daarbij hinder of gevaar is veroorzaakt voor het overige verkeer. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 169,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: