RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11223223 \ MB VERZ 24-957
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 17 september 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. F.J. Woud (Appjection B.V.)
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 september 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. F. Hashimi (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Visserstraat [huisnr] te Breda op 6 januari 2023 om 19:19 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat, in strijd met het ‘Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden’ ten onrechte geen waarschuwingsbrief is gestuurd. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn en verzoekt de sanctie met 25% te matigen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De pleegdatum in onderhavige zaak is ruimschoots na de door de gemeente gehanteerde waarschuwingsperiode. Dit brengt mee dat de verbalisant niet was gehouden de betrokkene een waarschuwing te sturen in plaats van een sanctie op te leggen. Van handelen in strijd met het Beleidskader is niet gebleken. De verbalisant mocht dan ook gebruik maken van zijn bevoegdheid om voor de geconstateerde gedraging een sanctie op te leggen. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn. De sanctie dient met 25% gematigd te worden.
Overwegingen
Inhoudelijk De gemachtigde heeft aangevoerd dat, in strijd met het ‘Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden’ ten onrechte geen waarschuwingsbrief is gestuurd. De kantonrechter verwerpt dit verweer. De gemeente Breda heeft voor het voetgangersgebied in het centrum een beginperiode gehanteerd van 1 januari 2022 tot 11 juli 2022. In die periode werd volstaan met een waarschuwing. Na deze periode is overgegaan tot het opleggen van boetes. In deze zaak is de pleegdatum gelegen na de beginperiode. Er hoefde dus geen waarschuwingsbrief te worden verzonden. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om de boete te matigen. De kantonrechter is, gelet op de wegindeling en de bebording zoals die te zien zijn op de foto, van oordeel dat voldoende blijkt dat het gaat om een voetgangersgebied. De bestrating bestaat over de gehele breedte uit dezelfde stenen en er is geen stoeprand. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook voldaan aan het beleidskader. Daarbij is de kantonrechter van oordeel dat er op de pleeglocatie sprake is van duidelijke bebording die een weggebruiker dient waar te nemen en vervolgens daarnaar te handelen.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 21 januari 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim zeven maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. Daarbij wordt de wegingsfactor 0,25 (zeer licht) toegepast, nu de matiging uitsluitend het gevolg is van overschrijding van de redelijke termijn (zie ECLI:NL:HR:2023:1526). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75
totaal € 453,50
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 112,50, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 37,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: