RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer.: 11511923 \ MB VERZ 25-47
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 21 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa voor 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren via RDW Veendam (registercontrole) op 25 september 2023 om 17:00 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene was op de hoogte van de APK herinnering, maar had toen medicatie waarbij rijden in een voertuig verboden was. Het voertuig van betrokkene stond op het parkeerterrein van het ziekenhuis waar hij langdurig verbleef. Sinds 12 maart 2024 heeft betrokkene weer APK op zijn voertuig. Het heeft lang geduurd, omdat betrokkene de reparatiekosten niet in één keer kon betalen en dus steeds zelf wat heeft gerepareerd. Betrokkene verzoekt, gelet op zijn financiële situatie, hier rekening mee te houden en hem tegemoet te komen. Ter zitting heeft betrokkene een medische verklaring overlegd waaruit blijkt dat hij ten tijde van de gedraging was opgenomen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de sanctiebeschikking te matigen tot € 50,- en het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren. De zittingsvertegenwoordiger heeft daartoe aangevoerd dat het dossier een uitdraai van het RDW bevat waaruit blijkt dat het voertuig op de peildatum 25 september 2023 niet was verzekerd. Het voertuig dient te worden verzekerd of te worden geschorst. Het nalaten hiervan komt in beginsel voor rekening en risico van de kentekenhouder. Gelet op de omstandigheden die betrokkene in het beroepschrift en ter zitting heeft aangevoerd verzoekt de zittingsvertegenwoordiger het sanctiebedrag te matigen.
Overwegingen
Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de gegevens van het RDW - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
Het is de verplichting van de kentekenhouder ervoor te zorgen dat het voertuig is gekeurd of geschorst. Het niet doen daarvan komt in beginsel voor rekening en risico van de kentekenhouder. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Er is sprake van zodanig ernstige persoonlijke omstandigheden dat matiging gerechtvaardigd is. De boete zal worden gematigd tot € 50,-.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 50,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 110,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: