RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer.: 11542568 \ MB VERZ 25-80
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 21 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 25 km per uur harder rijden dan mag op een (auto) weg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1) op de Beerenweg te Scharendijke op 23 juni 2023 om 22:28 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. De verkeerssituatie ter plaatse, met name de wegindeling, doet vermoeden dat het hier om een 80 km/h weg gaat en zo heeft betrokkene dat ook ervaren. Betrokkene heeft een taxichauffeur ingehaald die naar zijn mening een gevaar voor het verkeer vormde. Om de inhaalmanoeuvre zo snel mogelijk te maken, heeft betrokkene doorgereden. Een snelheidsmeting verrichten op een dergelijk moment geeft geen realistisch beeld van het rijgedrag van betrokkene. Betrokkene is van mening dat hij het verkeer niet in gevaar heeft gebracht, zowel met het inhalen als met de gereden snelheid tijdens het inhalen. Daarnaast speelde de aandrang van betrokkene om naar het toilet te gaan een rol. Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg als ook in tweede aanleg de wettelijke gestelde termijn ruimschoots overschreden. Dit vormt rechtsongelijkheid volgens betrokkene. Ter zitting heeft betrokkene twee getuigenverklaringen overlegd. Hierin stond samengevat dat de eerder genoemde taxi erg vreemd en gevaarlijk rijgedrag vertoonde. Beide getuigen vinden het zeer begrijpelijk dat betrokkene een inhaalmanoeuvre heeft gemaakt.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De pleeglocatie is voldoende duidelijk. Gelet op de omstandigheden is het begrijpelijk dat betrokkene de taxi chauffeur heeft ingehaald. Echter, doet dit niet af aan het feit dat er sprake was van een forse snelheidsoverschrijding. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn. De sanctie dient met 25% gematigd te worden.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Op weggebruikers rust een voortdurende verplichting om zich aan de maximumsnelheid te houden.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene de door hem geschetste omstandigheden - in het bijzonder het rijgedrag van de taxichauffeur - aannemelijk heeft gemaakt middels getuigenverklaringen. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: