RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11421127 \ MB VERZ 24-917
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 4 december 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 december 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. van der Teen (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht dat op rood staat op de kruising Burgemeester Freijterslaan/Jan Vermeerlaan te Roosendaal op 4 september 2023 om 20.56 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. De kleindochter van betrokkene bestuurde de auto. Betrokkene zat als begeleider van de bestuurder in de auto op de bijrijdersstoel en lette dus erg goed op. De bestuurder reed erg voorzichtig, wat te zien is aan haar snelheid (39 km/u). Toen de bestuurder het verkeerslicht naderde, sprong het licht op oranje. Ze had hard op de rem moeten gaan staan, om voor de streep tot stilstand te komen. Betrokkene heeft een handicap en mede daardoor is het niet verstandig om hard te remmen. De bestuurder besloot dus om door te rijden. Gelet op de snelheid en roodtijd (0,7 sec) is duidelijk dat er geen sprake is van opzet.Ter zitting heeft betrokkene verzocht om rekening te houden met het feit dat haar kleindochter haar rijbewijs ten tijde van de gedraging een paar weken in bezit had.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft voldoende duidelijk gemaakt dat de gedraging niet opzettelijk is begaan in het belang van de passagier. Hier was de geeltijd 2,7 seconden waardoor de bestuurder voldoende tijd had om tijdig tot stilstand te komen. Gelet op de verklaring van betrokkene is er sprake geweest van een inschattingsfout, die voor rekening van betrokkene komt. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt wel het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.
Overwegingen
Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter begrijpt dat de bestuurder niet opzettelijk door een rood verkeerslicht is gereden, gelet op de kwetsbaarheid van betrokkene die als passagier meereed. Juist om die reden is het echter belangrijk om te anticiperen op de naderende verkeerslichten.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 14 september 2023 en is de redelijke termijn dus met bijna 3 maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 210,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 70,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: