RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11432047 \ MB VERZ 24-939
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 4 december 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 december 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. van der Teen (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats anders dan met het voor die gereserveerde gehandicapten parkeerplaats bestemde voertuig op de Bisschopsmolenstraat te Etten-Leur op 19 juni 2023 om 14.45 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Op de pleeglocatie stond een blauwe streep, waardoor het lijkt alsof er sprake is van een blauwe zone. Doordat betrokkene het voertuig achteruit inparkeerde, heeft zij het verkeersbord over het hoofd gezien. Betrokkene erkent dat zij daar niet had mogen parkeren, maar heeft ervan geleerd en verzoekt om de boete kwijt te schelden dan wel te matigen. Ter zitting heeft betrokkene benadrukt dat de gedraging niet bewust is begaan.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De gehandicaptenparkeerplaats is duidelijk aangegeven met een verkeersbord en een tegel. Hoewel betrokkene de gedraging niet opzettelijk heeft begaan, is de boete wel terecht opgelegd. De zittingsvertegenwoordiger erkent dat de blauwe lijn voor verwarring kan zorgen, maar geeft aan dat de blauwe lijn erop duidt dat er binnen de blauwe zone niet buiten de vakken mag worden geparkeerd.
De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.
Overwegingen
Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter heeft zich via Google Maps georiënteerd op de situatie ter plaatse ten tijde van de gedraging. Hieruit blijkt dat de gehandicaptenparkeerplaats duidelijk was aangegeven met een verkeersbord en een tegel. Het is de verantwoordelijkheid van betrokkene als bestuurder om de bebording ter plaatse goed te controleren.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 5 juli 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim 5 maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 330,-, plus € 9,- administratiekosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: