ECLI:NL:RBZWB:2025:9644

ECLI:NL:RBZWB:2025:9644, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-12-2025, C/02/442557 / JE RK 25-2127

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-12-2025
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer C/02/442557 / JE RK 25-2127
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Beschikking over een machtiging uithuisplaatsing. Minderjarige verblijft bij oma. Beperkt risico op nieuwe escalaties. De kinderrechter verleent een trajectmachtiging uithuisplaatsing, zodat minderjarige eerst tijdelijk bij oma kan wonen en daarna kan worden overgeplaatst naar een passende, toekomstbestendige vervolgplek. Mening minderjarige moet hierbij worden meegewogen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/442557 / JE RK 25-2127

Datum uitspraak: 11 december 2025

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Middelburg,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats],

advocaat: mr. Schrijvenaars te Oost-Souburg,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats].

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van 2 december 2025, ontvangen op 2 december 2025;

het bericht van de GI met bijlage van 4 december 2025, ontvangen op 4 december 2025;

het bericht van mr. Schijvenaars van 9 december 2025, ontvangen op 9 december 2025.

De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 december 2025. Daarbij waren aanwezig:

de moeder;

de vader;

- een vertegenwoordigster van de GI.

Hoewel behoorlijk opgeroepen, is met voorafgaande kennisgeving daarvan niet verschenen:

- de advocaat van de moeder.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

[minderjarige] verblijft bij oma vaderszijde.

Bij beschikking van deze rechtbank van 19 maart 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 19 maart 2025 en tot 19 maart 2026. Tevens is een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 19 maart 2025 en tot 19 maart 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin, te weten bij oma vaderszijde (vz), te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Daarnaast verzoekt de GI om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Tot slot verzoekt de GI de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

[minderjarige] vertelt tijdens haar gesprek met de kinderrechter dat haar niet is uitgelegd dat de GI op zoek is naar een vervolgplek. Ze geeft ook aan dat de vader momenteel samen met [minderjarige] bij oma woont, omdat de vader op zoek is naar een woning. Bij oma gaat het goed. Ze helpt oma met het huishouden. Daarnaast vertelt [minderjarige] dat ze steeds wordt verplaatst naar een andere woonplek, maar dat dit het probleem niet oplost. Dit probleem ligt namelijk meer bij [minderjarige] zelf. Het ging niet goed bij [hulpverlening], want ze werd van de ene naar de andere groep verplaatst. Ook vindt ze het vervelend dat ze van de jeugdbeschermer snel moet reageren op berichten, maar dat de jeugdbeschermer zelf niet (snel) op [minderjarige]’s berichten reageert. Ze heeft het gevoel dat de jeugdbeschermer niet goed naar haar luistert. [minderjarige] is het verder niet eens met het verzoek. Ze wil graag bij de vader wonen zodra hij een eigen woning heeft of bij oma blijven. Bij de moeder wonen is geen optie, aangezien de moeder dit niet meer wil. Ze heeft wel meerdere keren per week goed contact met de moeder. [minderjarige] ziet erg op tegen opnieuw moeten verhuizen. Ze wil graag op een plek blijven wonen tot ze achttien is en vanuit daar sparen voor een eigen plek. Tot slot vertelt [minderjarige] dat ze vandaag naar school is geweest om te onderzoeken waar haar interesses liggen en waar ze stage kan gaan lopen. Zo gaat ze bijvoorbeeld binnenkort meekijken bij de kinderopvang en wil ze paardrijden oppakken als hobby.

De GI handhaaft het verzoek en licht, aanvullend op de overgelegde stukken, toe dat de mogelijkheid van een plaatsing bij de vader kan worden onderzocht. De vader heeft echter momenteel nog geen eigen woning. De GI verzoekt een trajectmachtiging uithuisplaatsing, aangezien [minderjarige] bij oma (vz) verblijft tot een vervolgplek is gevonden. De plaatsing bij oma moet juridisch worden vastgelegd. Op deze manier komt de GI tegemoet aan de wens van [minderjarige]. De plaatsing bij oma is geen perspectief biedende plek, aangezien oma ernstig ziek is en [minderjarige] de zorgrol op zich neemt. De GI gunt [minderjarige] een stabiele woonplek waar ze tot haar achttiende kan blijven en waar ze kan oefenen met zelfstandigheid. Het is de bedoeling dat er een passende vervolgplek voor haar wordt gezocht. Middels een trajectmachtiging kan er snel worden geschakeld. Verder geeft de GI aan dat de vaste jeugdbeschermer niet meer betrokken is. Er zal worden gezocht naar een vervanger. Ook is het belangrijk dat [minderjarige] dagbesteding heeft. Open Door zou op korte termijn kunnen starten, maar dit moet nog worden opgepakt. De buddy van Open Door kan met [minderjarige] meekijken qua interesses, school en behandeling.

Namens de moeder verklaart de advocaat per bericht van 9 december 2025 dat er sinds de vorige zitting niet veel is veranderd. [minderjarige] verblijft, ondanks dat de Raad dit heeft afgeraden, bij oma. Oma heeft echter ernstige gezondheidsklachten en verblijft daardoor regelmatig in het ziekenhuis. [minderjarige] is dan alleen thuis. De moeder kan zich wel vinden in het verzoek van de GI om [minderjarige] tijdelijk bij oma te plaatsen, gelet op de huidige omstandigheden. Tijdens de mondelinge behandeling licht de moeder toe dat [minderjarige] niet open staat voor hulpverlening. [minderjarige] wil ook niet weg bij oma. Ze heeft al veel trajecten doorlopen en is vaak gewisseld van woonplek. [minderjarige] wil graag een eigen plekje hebben en doet niet meer wat de moeder zegt. Ook gaat ze al twee jaar niet meer naar school. De moeder gaat mee in de wens van [minderjarige], aangezien ze bang is dat ze [minderjarige] anders kwijt zal raken. Het is belangrijk dat [minderjarige] op een plek is waar ze wil zijn.

De vader licht toe dat hij gefrustreerd is, omdat er weer een wisseling van jeugdbeschermer gaat plaatsvinden. [minderjarige] heeft namelijk moeite met het vertrouwen van anderen en het creëren van een band. Daarnaast vertelt de vader dat de situatie van zijn moeder momenteel stabiel is. Het betreft geen terminale fase. [minderjarige] helpt af en toe met lichte huishoudelijke taken. Verder gaat ze sinds kort elke week naar school. Ook heeft de vader samen met [minderjarige] voor werk gekeken. Ze heeft al veel trajecten doorlopen, waardoor de vader vreest dat ze hiermee zal stoppen. Het is lastig om haar te motiveren voor een nieuw traject, zoals Open Door.

5. De beoordeling

Wettelijk kader

Ingevolge artikel 1:265b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op diens verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen, indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.

Inhoudelijke beoordeling

Op basis van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:265b lid 1 BW. Dit licht de kinderrechter als volgt toe.

De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] in haar leven veel wisselingen van verblijfplaats heeft meegemaakt. Als zij (emotionele) onveiligheid ervaart, creëert [minderjarige] vanuit onmacht onveilige situaties. Zo hebben er bij [hulpverlening] meerdere escalaties plaatsgevonden, waarbij [minderjarige] fysiek geweld heeft gebruikt, is weggelopen en verbaal dreigend is geweest. Ook was ze structureel afwezig bij eetmomenten en het dagprogramma en ging ze niet naar school, stage of belangrijke afspraken. [minderjarige] heeft, zo begrijpt de kinderrechter, met regelmaat geen controle over haar emoties en is zelfbepalend. [hulpverlening] heeft aangegeven de veiligheid van [minderjarige] en anderen onvoldoende te kunnen waarborgen, hetgeen maakt dat [hulpverlening] de plaatsing heeft beëindigd. Het is de kinderrechter daarnaast gebleken dat [minderjarige] nu bij oma (vz) verblijft. Ze wil graag bij oma blijven wonen, omdat zij zich daar veilig voelt. Dit beperkt het risico op nieuwe escalaties tot een minimum. De ouders zijn ook akkoord met een plaatsing bij oma. Om de plaatsing van [minderjarige] in het netwerkpleeggezin van oma te formaliseren, zal de kinderrechter de gevraagde machtiging tot uithuisplaatsing in het netwerkpleeggezin van oma (vz) verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Hierbij merkt de kinderrechter op dat dit een tijdelijke plaatsing betreft. Het is de kinderrechter immers gebleken dat oma ernstig ziek is en financiële zorgen heeft, dat er sprake is van een gebrek aan structuur en grenzen en dat [minderjarige] een (gedeeltelijke) zorgrol op zich neemt. De plaatsing bij oma is daarom geen perspectief biedende plek. De kinderrechter acht het van belang dat de GI de komende periode op zoek gaat naar een passende, toekomstbestendige vervolgplek voor [minderjarige], zodat zij kan oefenen met verantwoordelijkheid en volwassen vaardigheden. Hierbij dient de voorkeur van [minderjarige] meegewogen te worden en te worden onderzocht, gelet op de vele wisselingen van verblijfplek die zij al heeft meegemaakt. Tevens is het van belang dat er zicht wordt verkregen op de opvoedbehoeften en diagnostiek. Ook is het belangrijk dat Open Door zo snel mogelijk wordt ingezet, zodat [minderjarige] kan worden begeleid bij het vinden en behouden van een passende dagbesteding en bij het leren omgaan met emoties, grenzen en structuur. Het is aan de GI als regievoerder om, samen met de ouders, te onderzoeken hoe [minderjarige] hiervoor kan worden gemotiveerd. Op grond van het voorgaande zal de kinderrechter tevens aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De kinderrechter zal voorts bepalen dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in het netwerkpleeggezin van oma (vz) komt te vervallen, zodra gebruik wordt gemaakt van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Tot slot overweegt de kinderrechter dat de eerdere machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, welke door de kinderrechter is verleend bij beschikking van deze rechtbank van 19 maart 2025, met ingang van heden zal komen te vervallen nu voornoemde trajectmachtiging wordt verleend.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin, te weten bij oma vaderszijde (vz), en aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 11 december 2025 en tot 19 maart 2026;

bepaalt dat de machtiging tot uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin, te weten bij oma vaderszijde (vz) vervalt met ingang van de datum dat de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder ten uitvoer wordt gelegd;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025 door mr. Zuijdweg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 23 december 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Boomaars

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?