RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11292419 \ MB VERZ 24-1202
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 7 oktober 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres 1]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 oktober 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. Hoveijn (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is namens Appjection [gemachtigde] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken op [adres 2] te Breda op 21 januari 2023 om 00:17 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt niet over een verdrijvingsvlak gereden te hebben. Betrokkene stelt daarnaast dat op de pleeglocatie geen verdrijvingsvlak aanwezig is waardoor de feitcode niet zou kloppen. Betrokkene verzoekt primair om vernietiging van de sanctie en subsidiair om matiging van de sanctie. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde een beroep gedaan op overschrijding van de redelijke termijn.
De zittingsvertegenwoordiger heeft voorgesteld het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren in die zin dat de feitcode moet worden gewijzigd in feitcode R618a met als omschrijving: “als bestuurder een puntstuk gebruiken”. Verder is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de zittingsvertegenwoordiger verzoekt de sanctie met 25% te matigen.
Overwegingen
Inhoudelijk
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor feitcode R618 met als omschrijving “als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken”. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen reden om te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant dat betrokkene pas op het allerlaatste moment de afrit nam en daarbij over een weggedeelte is gereden waar niet mag worden gereden.
Uit de stellingen van betrokkene en raadpleging van Google StreetView is echter gebleken dat de feitcode niet juist is. Er zijn bij de betrokken afritten geen verdrijvingsvlakken, maar wel puntstukken. De verbalisant had feitcode R618a moeten gebruiken met als omschrijving “als bestuurder een puntstuk gebruiken”. Bij die feitcode hoort hetzelfde boetebedrag.
Naar het oordeel van de kantonrechter wordt betrokkene door deze wijziging van de feitcode niet in zijn belangen geschaad. Voor betrokkene was voldoende duidelijk waar de boete betrekking op had. Aan de gewijzigde feitcode ligt geen ander feitencomplex ten grondslag. De feitcode zal daarom worden gewijzigd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 31 januari 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim acht maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
€ 1.230,50
Beslissing
De kantonrechter:
o de feitcode wordt gewijzigd in R618a met als omschrijving: “als bestuurder een puntstuk gebruiken”;
o de boete wordt gematigd tot € 187,50, plus € 9,- administratiekosten;
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: