RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11292393 \ MB VERZ 24-1199
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 7 oktober 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] B.V.
adres : [adres 1]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 oktober 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. Hoveijn (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is namens Appjection [gemachtigde] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op [adres 2] te Breda op 10 mei 2023 om 14:22 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. De bestuurder heeft zich in het voetgangersgebied begeven om zijn werkzaamheden uit te voeren (storing geldmaat). Betrokkene is in het bezit van een ontheffing van het RVV in het kader van zijn of haar werkzaamheden, welke zichtbaar achter de voorruit was geplaatst. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de ontheffing niet op kenteken staat en daardoor niet geregistreerd is in het systeem.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op de vrijstelling staat dat de Automaten Servicing moet worden uitgevoerd met een voertuig dat herkenbaar is als Brink’s Solutions Nederland. Op de foto in het dossier blijkt niet dat het om een zodanig herkenbaar voertuig gaat. Daarnaast is de route die betrokkene rijdt onduidelijk. Betrokkene rijdt namelijk van de geldmaat af. Dit maakt dat de zittingsvertegenwoordiger de verklaring van betrokkene onvoldoende betrouwbaar acht en geen reden ziet tot vernietiging. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn is wel matiging van de sanctie met 25% aan de orde.
Overwegingen
Inhoudelijk
Het dossier bevat een foto van de gedraging. Op de foto is duidelijk te zien dat het voertuig van betrokkene voorbij het – ook op de foto zichtbare – bord is gereden. De gedraging staat daarmee vast.
Betrokkene heeft een bewijs van de werkzaamheden en de vrijstelling toegevoegd aan het beroepschrift bij de officier van justitie. De vrijstelling is afgegeven door de Directeur van Brink’s Solutions Nederland ten behoeve van personeel belast met de uitvoering van waardetransporten alsmede het uitvoeren van “automaten servicing met de daarbij behorende automaten servicing voertuigen” en geldt ook voor G7 borden.
Hoewel uit het dossier niet blijkt dat de Directeur van Brink’s Solutions Nederland bevoegd is om een dergelijke vrijstelling te verlenen, gaat de kantonrechter er – in het voordeel van betrokkene – van uit dat daaraan een door de bevoegde instantie verleende ontheffing van het RVV ten grondslag ligt.
Betrokkene heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat is voldaan aan de voorwaarden voor het gebruik van deze ontheffing. Uit de foto in het dossier blijkt niet dat het gaat om een ‘als zodanig herkenbaar automaten servicing voertuig’. Daarnaast blijkt uit het dossier in combinatie met Google StreetView dat betrokkene op het moment van de gedraging juist van de geldmaat af reed in plaats van er naartoe. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat betrokkene geen beroep kan doen op de ontheffing. De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 26 mei 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim vier maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. Daarbij wordt de wegingsfactor 0,25 (zeer licht) toegepast, nu de matiging uitsluitend het gevolg is van overschrijding van de redelijke termijn (zie ECLI:NL:HR:2023:1526). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75
totaal € 453,50
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 120,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 40,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: