ECLI:NL:RBZWB:2025:9660

ECLI:NL:RBZWB:2025:9660, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-12-2025, 02-442655 JE RK 25-2154

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 19-12-2025
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer 02-442655 JE RK 25-2154
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Ondertoezichtstelling. Internationaal Privaatrecht (IPR). Van rechtswege gezagsverhouding. Artikel 16 HKBV 1996. Geen andere bron beschikbaar over Eritrees recht dan het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van 6 februari 2025, uitgegeven door het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/442655 / JE RK 25-2154

Datum uitspraak: 19 december 2025

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

Zeeland-West-Brabant, Breda,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] ( Eritrea ),

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling

Stichting Jeugdbescherming Brabant,

hierna te noemen de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 december 2025;

het uittreksel uit het gezagsregister betreffende [minderjarige] .

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 december 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door een tolk;

- de moeder, bijgestaan door een tolk;

- een vertegenwoordiger van de Raad;

- een vertegenwoordiger van de GI.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

2. De feiten

[minderjarige] is geboren in Eritrea en hij is in 2013 bij zijn vader in Nederland gaan wonen. In 2023 is zijn moeder, samen met zijn [halfbroertje] , in Nederland komen wonen. Sindsdien woont [minderjarige] bij zijn moeder en [het halfbroertje] .

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De Raad heeft, ter toelichting op het verzoek, het volgende naar voren gebracht. In het kader van de vrijwillige hulpverlening is onvoldoende zicht gekomen op de veiligheid van [minderjarige] in het contact met zijn ouders. Beide ouders ontkennen en bagatelliseren de zorgen die [minderjarige] uit op school en bij de hulpverlening. De moeder is overbelast en onvoldoende in staat om regie te voeren binnen het gezin. De vader legt veel druk op [minderjarige] en hij stelt te strenge regels. Er is sprake van dreigend contactverlies tussen [minderjarige] en zijn vader. [minderjarige] voelt zich verantwoordelijk voor veel zaken binnen het gezin waardoor hij onvoldoende toekomt aan zijn eigen behoefte en ontwikkeling. De Raad heeft zorgen dat [minderjarige] vast zal lopen op school en hij hiermee gaat stoppen. Als er niets verandert heeft de Raad ook zorgen over de sociaal-emotionele en didactische ontwikkeling van [minderjarige] . De ouders zijn momenteel onvoldoende bereid en in staat om onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen en hulpverlening te accepteren, doordat het hen gezamenlijk onvoldoende lukt om met ondersteuning van hulpverlening tot verandering te komen en zich te houden aan de gemaakte afspraken. De ouders lijken onvoldoende in te zien welke invloed de thuissituatie op [minderjarige] heeft. Zij ontkennen de zorgen over het huiselijk geweld en leggen de schuld buiten zichzelf. De moeder lijkt niet altijd open en eerlijk naar de hulpverlening te zijn en bagatelliseert de zorgen die door beide kinderen worden geuit. Ook is zij overbelast in de opvoeding en lukt het haar onvoldoende om keuzes te maken in het belang van [minderjarige] .

De moeder heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat zij openstaat voor hulpverlening. Zij zal dat niet afwijzen.

De vader heeft aangegeven dat de inhoud van het rapport van de Raad voor het grootste deel is gevuld met informatie die [minderjarige] aan de hulpverleners heeft verteld. De vader stelt dat [minderjarige] hem vanwege zijn gameverslaving op afstand houdt en dat hij niet naar zijn moeder luistert. Dit, zodat [minderjarige] kan gamen wanneer hij dat wil. [minderjarige] heeft om deze reden ook de buitenwereld een verkeerd beeld gegeven van zijn ouders. De vader is erg streng voor [minderjarige] zodat hij zijn school zou halen. [minderjarige] wil echter zijn eigen gang gaan en hij weet dat zijn vader vasthoudt aan de regels. Op dit punt staat de vader ook open voor hulpverlening. In het verleden is er slechts hulpverlening geweest die aan [minderjarige] aangaf dat als je ouders je op een bepaalde manier behandelen je ook bij een ander gezin kan gaan wonen. Dit is echter nimmer met de ouders besproken, maar wel aan [minderjarige] voorgehouden.

Namens de GI is naar voren gebracht dat de zorgen van de Raad worden gedeeld. Vanwege de wachttijden zal, tot dat een jeugdbeschermer beschikbaar is, er bij aanvang van de ondertoezichtstelling vanuit een “monitoringslijst” worden gewerkt. Er zal dan vanuit de GI eenmaal per maand contact zijn met de ouders. Zo nodig kunnen dan al zaken worden opgepakt.

5. beoordeling

Internationaal Privaatrecht (IPR)

Aangezien [minderjarige] in het buitenland is geboren en daar zijn gewone verblijfplaats heeft gehad, draagt deze zaak een internationaal karakter. Gelet op deze internationale aspecten dient de kinderrechter eerst vast te stellen of hij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek van de Raad.

Op grond van artikel 7 lid 1 van de EU-Verordening 2019/1111 van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (hierna: Brussel II-ter), is de Nederlandse rechter bevoegd het verzoek van de Raad te beoordelen, nu [minderjarige] op het moment van de indiening van het verzoek zijn gewone verblijfplaats had in Nederland.

Het toepasselijk recht dient te worden vastgesteld aan de hand van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, Trb. 1997, 299, oftewel het Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996 (hierna: HKBV 1996). Op grond van artikel 15 HKBV 1996 wordt het Nederlands recht toegepast op het verzoek.

Van rechtswege gezagsverhouding

Alvorens het verzoek van de Raad inhoudelijk te kunnen behandelen, dient te worden vastgesteld wie op het moment van indiening van het verzoek met het gezag over [minderjarige] was belast. Er was op dat moment geen rechterlijke beslissing betreffende het gezag, waardoor de vraag rijst wie van rechtswege met het gezag is belast. Voor de vraag wie van rechtswege is belast met het ouderlijk gezag moet gekeken worden naar artikel 16 HKBV 1996. Hierin is het volgende bepaald:

1. Het van rechtswege ontstaan of tenietgaan van ouderlijke verantwoordelijkheid, zonder tussenkomst van een rechterlijke of administratieve autoriteit, wordt beheerst door het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind.

2. Het ontstaan of tenietgaan van ouderlijke verantwoordelijkheid door een overeenkomst of een eenzijdige rechtshandeling, zonder tussenkomst van een rechterlijke of administratieve autoriteit, wordt beheerst door het recht van de Staat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het moment waarop de overeenkomst of de eenzijdige rechtshandeling van kracht wordt.

3. Het op grond van het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind bestaande ouderlijke verantwoordelijkheid blijft bestaan na verplaatsing van die gewone verblijfplaats naar een andere Staat.

4. Indien de gewone verblijfplaats van het kind wordt verplaatst, wordt het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid van een persoon die deze verantwoordelijkheid niet reeds heeft, beheerst door het recht van de Staat van de nieuwe gewone verblijfplaats.

Aangezien [minderjarige] in Eritrea is geboren en in ieder geval daar tot 2013 heeft gewoond, lag zijn gewone verblijfplaats vanaf zijn geboorte in dit land. De gezagsverhouding van rechtswege dient in eerste instantie op grond van artikel 16 lid 1 HKBV 1996 derhalve naar het recht van Eritrea te worden beoordeeld.

Uit het rapport van de Raad komt naar voren dat de ouders geen relatie met elkaar hebben gehad en dat zij nimmer met elkaar getrouwd zijn geweest. De vader was al getrouwd toen hij de moeder ontmoette. [minderjarige] heeft de eerste twee jaren van zijn leven bij zijn moeder in Eritrea gewoond. In 2013 is hij naar Nederland gekomen en is hij bij zijn vader gaan wonen. De moeder verbleef in deze periode in Eritrea . In 2023 is de moeder met het halfbroertje van [minderjarige] , [het halfbroertje] , naar Nederland gekomen. [minderjarige] is toen bij zijn moeder en [het halfbroertje] gaan wonen. [minderjarige] draagt de geslachtsnaam van de vader.

De kinderrechter overweegt dat in Eritrea de Civil Code 2015 nog niet in werking is getreden. Dat betekent dat de in 1991 gepubliceerde Transitional Civil Code of Eritrea (hierna: TCCE) tot op heden van kracht is en toegepast moet worden. Uit het Algemeen Ambtsbericht over Eritrea van 6 februari 2025, uitgegeven door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, blijkt over ouderlijk gezag, voor zover hier van belang (pagina 28 e.v.), het volgende: in geval van een buitenechtelijk kind oefenen beide ouders het ouderlijk gezag uit. De vader van een onwettig kind wordt erkend indien voldaan wordt aan één van de onderstaande voorwaarden:

de ouders zich als getrouwd beschouwen en dit door de samenleving/in de maatschappij geaccepteerd wordt, ook als is er geen huwelijksovereenkomst of als getuigen de echtelijke relatie bevestigen;

de vader het kind als zijn kind erkent;

de moeder de vader noemt en ervan uit gegaan kan worden dat dit juist is;

als het kind bij een verkrachting is verwerkt, kan een rechtbank over het vaderschap beslissen.

Bij gebrek aan een andere bron over het geldend Eritrees recht gaat de kinderrechter uit van dit ambtsbericht.

Vanaf de geboorte van [minderjarige] staat vast dat de vader zijn vader is en hij zijn geslachtsnaam draagt. Tijdens de zitting hebben de vader en de moeder verklaard dat de vader ook als vader op de doopakte van [minderjarige] staat vermeld. De kinderrechter gaat dan ook uit van de situatie dat de vader naar Eritrees recht ook is aan te merken als juridische vader van [minderjarige] . Gelet op deze omstandigheden is de kinderrechter van oordeel dat naar Eritrees recht sprake is van gezamenlijk gezag door beide ouders.

In 2013 is [minderjarige] verhuisd naar Nederland. Vanaf dit moment is de gewone verblijfplaats van [minderjarige] gewijzigd van Eritrea naar Nederland.

Nu de ouders met het gezag naar het Eritrees recht zijn belast, blijven zij op grond van artikel 16 lid 3 HKBV 1996 met het gezag belast. Het op grond van het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind bestaande ouderlijke verantwoordelijkheid blijft bestaan na verplaatsing van die gewone verblijfplaats naar een andere Staat.

Dit betekent dat op het moment van indiening van het verzoek de ouders gezamenlijk met het gezag over [minderjarige] waren belast.

Inhoudelijke beoordeling verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling

De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid Burgerlijk Wetboek een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:a. de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, enb. de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Hij legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd, omdat er veel zorgen zijn over zijn veiligheid. Door [minderjarige] zijn verschillende uitingen gedaan over fysieke begrenzing door zijn ouders als hij niet luistert of als hij de door hen gestelde regels onvoldoende naleeft. [minderjarige] heeft lange tijd in het gezin van zijn vader gewoond. Hij is in 2023 bij zijn moeder en halfbroertje gaan wonen nadat zij ook in Nederland zijn komen om alhier te verblijven. Dit heeft tot de nodige onrust geleid en zij moesten erg wennen aan elkaar. Er zijn zorgen over de beschikbaarheid en mogelijkheden van de moeder. [minderjarige] is zelfbepalend en accepteert niet altijd het gezag van zijn moeder. Daarnaast zijn er zorgen of de moeder voldoende kan aansluiten bij de behoeften van [minderjarige] . De moeder is ernstig ziek, wat onder meer blijkt uit een recente ziekenhuisopname van meerdere weken, waardoor zij minder beschikbaar kan zijn voor [minderjarige] . Er zijn ook veel zorgen dat [minderjarige] veel (verzorgings)taken van zijn moeder overneemt waardoor hij regelmatig wordt belast met volwassenzaken die niet passen bij zijn leeftijd. Tot slot zijn er zorgen over het ontbreken van het contact tussen [minderjarige] en zijn vader. Sinds september 2025 is er geen contact meer tussen hen.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ouders in het vrijwillige kader onvoldoende hiervan hebben kunnen profiteren. Het lukt de moeder niet of onvoldoende om de (veiligheids)afspraken na te komen. Ook spelen hier mogelijk culturele aspecten een rol. Het is van belang dat er een jeugdbeschermer komt die regie gaat voeren en met de ouders aan de slag gaat om de hulpverlening van de grond te laten komen en er zicht komt op de mogelijkheden van de ouders en wat [minderjarige] nodig heeft. Ook is het van belang dat [minderjarige] zich aan de regels en grenzen van zijn ouders gaat houden en deze regels en grenzen passend zijn bij zijn ontwikkeling en leeftijd. Voor [minderjarige] is het ook belangrijk dat er een (vertrouwens)persoon kan komen waarbij hij de ruimte en veiligheid gaat ervaren om zich te uiten en waar hij zijn zorgen, behoeften, onzekerheden en emoties kan uiten. Daarnaast is het van belang dat er een visie komt op welke wijze gewerkt zal gaan worden aan contactherstel tussen [minderjarige] en zijn vader en wat er nodig is om dit contactherstel te bereiken.

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval in zijn belang noodzakelijk. De kinderrechter zal [minderjarige] dan ook onder toezicht stellen voor de duur van een jaar.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 19 december 2025 tot 19 december 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025 door Mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van Boink als griffier, en op schrift gesteld op 2 januari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?