ECLI:NL:RBZWB:2025:9661

ECLI:NL:RBZWB:2025:9661, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-12-2025, 02-442635 JE RK 25-2150

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 19-12-2025
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer 02-442635 JE RK 25-2150
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Ondertoezichtstelling. Internationaal Privaatrecht (IPR). Van rechtswege gezagsverhouding. Artikel 16 HKBV 1996. Geen andere bron beschikbaar over Eritrees recht dan het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van 6 februari 2025, uitgegeven door het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/442635 / JE RK 25-2150

Datum uitspraak: 19 december 2025

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

Zeeland-West-Brabant, Breda,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] (Eritrea),

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats].

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling

Stichting Jeugdbescherming Brabant,

hierna te noemen de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 december 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 december 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door een tolk;

- een vertegenwoordiger van de Raad;

- een vertegenwoordiger van de GI.

2. De feiten

[minderjarige] woont, met zijn [de halfbroer], bij zijn moeder.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht van de GI te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De Raad heeft ter toelichting op het verzoek het volgende naar voren gebracht. Er is, ondanks de inzet van vrijwillige hulpverlening, onvoldoende zicht gekomen op de veiligheid van [minderjarige] in contact met zijn moeder en [de halfbroer]. De moeder ontkent en/of bagatelliseert de zorgen die de kinderen uiten op school en bij de hulpverlening. De kinderen durven zich hierover steeds minder uit te spreken. De moeder is overbelast en onvoldoende in staat om de regie te voeren in het gezin, waarbij onduidelijk blijkt wat hiervan de oorzaak is. [de halfbroer] neemt onder meer zorgtaken van de moeder over. De Raad vreest dat als er niets gaat veranderen [minderjarige] problemen gaat ervaren in zijn sociaal-emotionele en didactische ontwikkeling. Het lukt de moeder niet om met ondersteuning van vrijwillige hulpverlening tot verandering te komen en zich te houden aan de afspraken. Zij lijkt onvoldoende in te zien welke invloed de thuissituatie heeft op de kinderen. Zij ontkent de zorgen over het geweld en legt de schuld buiten zichzelf. Het lukt de moeder onvoldoende om keuzes te maken in het belang van [minderjarige].

De moeder van [minderjarige] heeft tijdens de zitting aangegeven dat zij openstaat voor hulpverlening. Zij wil dat [minderjarige] bij haar blijft wonen. De moeder heeft verder aangegeven dat een aantal zaken in het rapport van de Raad niet kloppen. Het is niet zo dat [de halfbroer] veel zorgtaken op zich moet nemen. Zij krijgt ook hulp van Eritrese vrouwen uit de buurt.

Zijdens de GI is aangegeven dat de zorgen van de Raad worden gedeeld. Zo zijn er zorgen over de structurele veiligheid van [minderjarige]. Vanwege de wachttijden zal, tot dat een jeugdbeschermer beschikbaar is, er bij aanvang van de ondertoezichtstelling vanuit een “monitoringslijst” worden gewerkt. Er zal dan vanuit de GI eenmaal per maand contact zijn met de ouders. Zo nodig kunnen dan al zaken worden opgepakt.

5. De beoordeling

Internationaal Privaatrecht (IPR)

Aangezien [minderjarige] in het buitenland is geboren en daar zijn gewone verblijfplaats heeft gehad, draagt deze zaak een internationaal karakter. Gelet op deze internationale aspecten dient de kinderrechter eerst vast te stellen of hij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek van de Raad.

Op grond van artikel 7 lid 1 van de EU-Verordening 2019/1111 van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (hierna: Brussel II-ter), is de Nederlandse rechter bevoegd het verzoek van de Raad te beoordelen, nu [minderjarige] op het moment van de indiening van het verzoek zijn gewone verblijfplaats had in Nederland.

Het toepasselijk recht dient te worden vastgesteld aan de hand van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, Trb. 1997, 299, oftewel het Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996 (hierna: HKBV 1996). Op grond van artikel 15 HKBV 1996 wordt het Nederlands recht toegepast op het verzoek.

Van rechtswege gezagsverhouding

Alvorens het verzoek van de Raad inhoudelijk te kunnen behandelen, dient allereerst te worden vastgesteld wie op het moment van indiening van het verzoek met het gezag over [minderjarige] was belast. Er is op dit moment geen rechterlijke beslissing betreffende het gezag, waardoor de vraag rijst wie van rechtswege met het gezag is belast. Voor de vraag wie van rechtswege is belast met het ouderlijk gezag moet gekeken worden naar artikel 16 HKBV 1996. Hierin is het volgende bepaald:

Het van rechtswege ontstaan of tenietgaan van ouderlijke verantwoordelijkheid, zonder tussenkomst van een rechterlijke of administratieve autoriteit, wordt beheerst door het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind.

Het ontstaan of tenietgaan van ouderlijke verantwoordelijkheid door een overeenkomst of een eenzijdige rechtshandeling, zonder tussenkomst van een rechterlijke of administratieve autoriteit, wordt beheerst door het recht van de Staat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het moment waarop de overeenkomst of de eenzijdige rechtshandeling van kracht wordt.

Het op grond van het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind bestaande ouderlijke verantwoordelijkheid blijft bestaan na verplaatsing van die gewone verblijfplaats naar een andere Staat.

Indien de gewone verblijfplaats van het kind wordt verplaatst, wordt het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid van een persoon die deze verantwoordelijkheid niet reeds heeft, beheerst door het recht van de Staat van de nieuwe gewone verblijfplaats.

Aangezien [minderjarige] in Eritrea is geboren en in ieder geval daar tot 2023 heeft gewoond, lag zijn gewone verblijfplaats vanaf zijn geboorte in Eritrea. De van rechtswege gezagsverhouding dient in eerste instantie op grond van artikel 16 lid 1 HKBV 1996 derhalve naar het recht van Eritrea te worden beoordeeld.

Uit het rapport van de Raad komt naar voren dat de vader van [minderjarige] is overleden en de moeder niet gehuwd was ten tijde van de geboorte van [minderjarige]. In 2023 is de moeder met [minderjarige] naar Nederland gekomen. [minderjarige] draagt de geslachtsnaam van zijn vader.

De kinderrechter overweegt dat in Eritrea de Civil Code 2015 nog niet in werking is getreden. Dat betekent dat de in 1991 gepubliceerde Transitional Civil Code of Eritrea (hierna: TCCE) tot op heden van kracht is en toegepast moet worden. Uit het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van 6 februari 2025, uitgegeven door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, blijkt over ouderlijk gezag, voor zover hier van belang (pagina 28 e.v.), dat beide ouders gelijk zijn en beiden het gezag over een kind uitoefenen. Als één van de ouders overlijdt, krijgt de overblijvende ouder de voogdij. Bij gebrek aan een andere bron over het geldend Eritrees recht gaat de kinderrechter uit van dit ambtsbericht. Nu de vader van [minderjarige] is overleden, leidt de kinderrechter uit het voorgaande af dat de moeder naar Eritrees recht alleen met het gezag over [minderjarige] is belast.

In 2023 is [minderjarige] verhuisd naar Nederland. Vanaf dit moment is zijn gewone verblijfplaats gewijzigd naar Nederland.

Nu de moeder met het gezag naar het Eritrees recht is belast, blijft zij op grond van artikel 16 lid 3 HKBV 1996 met het gezag belast. Het op grond van het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind bestaande ouderlijke verantwoordelijkheid blijft bestaan na verplaatsing van die gewone verblijfplaats naar een andere Staat.

Inhoudelijke beoordeling verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling

De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid Burgerlijk Wetboek een minderjarige onder toezicht stellen van een GI wanneer die minderjarig zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:a. de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, enb. de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd en er zijn veel zorgen over zijn veiligheid. Hij heeft uitspraken gedaan over fysiek geweld door de moeder. Er zijn zorgen dat de moeder onvoldoende regie kan houden. Er is veel onrust geweest nadat in 2023 [de halfbroer] bij [minderjarige] en zijn moeder kwam wonen. Er zijn veel zorgen over de beschikbaarheid en mogelijkheden van de moeder, mede als gevolg van haar medische situatie waarvoor zij recentelijk meerdere weken in het ziekenhuis heeft gelegen. Het is niet duidelijk of zij voldoende kan aansluiten bij de behoeften van [minderjarige].

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de moeder in het vrijwillige kader onvoldoende hiervan heeft kunnen profiteren. Het lukt de moeder niet of onvoldoende om de (veiligheids)afspraken na te komen. Ook spelen hier mogelijk culturele aspecten een rol. Het is van belang dat er een jeugdbeschermer komt die regie gaat voeren en met de moeder aan de slag gaat om de hulpverlening van de grond te laten komen en er zicht komt op de mogelijkheden van de moeder en de (ontwikkelings)behoeften van [minderjarige]. Voor [minderjarige] is het ook belangrijk dat er een (vertrouwens)persoon kan komen waarbij hij de ruimte en veiligheid gaat ervaren om zich te uiten en waar hij zijn zorgen, behoeften, onzekerheden en emoties kan uiten.

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval in het belang van [minderjarige] nodig. De kinderrechter zal [minderjarige] daarom onder toezicht stellen van de GI voor de duur van een jaar.

De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 19 december 2025 tot 19 december 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van Boink als griffier, en op schrift gesteld op 2 januari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?