RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Wrakingskamer
Locatie Breda
zaaknummer C/02/443073 HA RK 25-275
beslissing van 19 december 2025 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoekster],
verder ook te noemen verzoekster.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit het volgende:
- de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier met parketnummer
02-132000-25;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van de politierechter
mr. Vliegenberg op 11 december 2025, tijdens welke zitting het verzoek tot wraking is gedaan;
- het e-mailbericht van 17 december 2025 van mr. Vliegenberg, waarin zij laat weten niet in het wrakingsverzoek te berusten.
2. Het verzoek
Het verzoek strekt tot wraking van mr. Vliegenberg (hierna: de rechter), belast met de behandeling in de zaak met parketnummer 02132000-25.
De rechter berust niet in het wrakingsverzoek.
3. De gronden van het verzoek
In het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 11 december 2025 is door verzoekster het volgende geantwoord op de vraag van de rechter naar de wrakingsgronden: “U oordeelt bevooroordeeld. Sowieso mijn bezwaar is afgewezen. Mijn foto’s worden niet meegenomen. Mijn foto’s zijn duidelijk. U gaat er bevooroordeeld vanuit dat een agent mag liegen. De feiten zijn gewoon dat wat de agent zegt niet kan. Daarom ga ik u wraken.”
4. De beoordeling van het wrakingsverzoek
Op grond van artikel 512 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan een verdachte of het Openbaar Ministerie elk van de rechters die een strafzaak behandelen wraken op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 513, lid 1, Sv wordt het verzoek tot wraking gedaan, zodra de feiten en omstandigheden als hiervoor bedoeld aan verzoekster bekend zijn geworden.
Voordat tot inhoudelijke beoordeling van het verzoek kan worden overgegaan, dient te worden beoordeeld of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan. Het verzoek moet worden gedaan zodra de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden bekend zijn geworden. Bovendien moet het wrakingsverzoek zijn ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd. Dat betekent dat als een rechter met het doen van een einduitspraak is begonnen, er geen wrakingsverzoek meer kan worden ingediend. De wrakingskamer wijst in dit verband op artikel 1, vijfde lid van het wrakingsprotocol van deze rechtbank: “Het wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de in lid 4 bedoelde feiten en omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden en voordat in de hoofdzaak een aanvang is gemaakt met het doen van de einduitspraak.”
In dit geval heeft de rechter op 11 december 2025 aan het einde van de mondelinge behandeling het onderzoek ter terechtzitting in voornoemde zaak gesloten en meteen mondeling uitspraak gedaan. Tijdens de motivering daarvan is de rechter door verzoekster onderbroken en door haar gewraakt. Gelet op het bepaalde in artikel 1, vijfde lid van het wrakingsprotocol van deze rechtbank is het verzoek daarom te laat gedaan.
Deze omstandigheid moet ertoe leiden dat verzoekster niet in het wrakingsverzoek kan worden ontvangen. Wraking van een rechter is op grond van de wet alleen mogelijk zolang een zaak wordt behandeld door die rechter. De wetgever heeft niet voorzien in de mogelijkheid een rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd en een aanvang heeft gemaakt met het geven van een eindbeslissing.
Omdat sprake is van niet-ontvankelijkheid ziet de wrakingskamer af van een mondelinge behandeling van het verzoek, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, sub d van het wrakingsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).
5. De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven op 19 december 2025 door mr. Kok, mr. Peters en mr. Zander, en op dezelfde dag uitgesproken in tegenwoordigheid van
mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
de griffier, de voorzitter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.