ECLI:NL:RBZWB:2025:9745

ECLI:NL:RBZWB:2025:9745, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-12-2025, RK 25-018437

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer RK 25-018437
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

gegrond. Teruggave fatbike

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

raadkamernummer : 25-018437

datum : 2 december 2025

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager],

geboren op [datum] 2009 te [plaats],

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. C.G.A. Mattheussens, advocaat te Roosendaal (Vijfhuizenberg 207a, 4708 AJ Roosendaal),

hierna te noemen: klager.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

Op 4 november 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Tax en mr. C.G.A. Mattheussens als gemachtigd advocaat van klager en [belanghebbende] als belanghebbende en wettelijke vertegenwoordiger van klager, gehoord.

Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager. Daartoe is aangevoerd dat klager rechthebbende is van de fatbike. Deze is op 26 mei 2025 in beslag genomen nadat door de politie was geconstateerd dat de remmen en de banden van de fatbike niet in orde waren en ook de ketting ontbrak. De fatbike is daardoor aangemerkt als een bijzondere bromfiets die onder een goedkeuringsplichtig voertuig valt. Deze aanname is echter feitelijk en juridisch onjuist. Er is geen sprake van een situatie dat de fatbike zich in zodanige staat bevond dat er in strijd met de wet is gehandeld. Daar komt bij dat de fatbike bij een officiƫle dealer is gekocht. Dat de originele ketting ontbreekt, doet daar juridisch gezien niets aan af en leidt niet tot de conclusie dat de fatbike niet meer de weg op mag. De inbeslagname is een disproportionele maatregel. De fatbike is slechts een jaar oud en vertegenwoordigt een grote waarde. Bovendien zijn de gebreken aan de fatbike van zodanige aard dat ze op een eenvoudige wijze ongedaan kunnen worden gemaakt.

[belanghebbende] heeft namens klager in raadkamer aangevoerd dat zij de fatbike (mede) om medische redenen voor klager heeft gekocht en dat de fatbike aan hem toebehoort.

De officier van justitie heeft nadrukkelijk gepersisteerd bij de schriftelijke conclusie van het CVOM en zich op het standpunt gesteld dat het beslag op de fatbike gehandhaafd dient te blijven en dat deze dient te worden onttrokken aan het verkeer. De fatbike is, in de staat waarin deze zich bevindt, niet toegestaan op de openbare weg. De waarde van het voertuig staat in beginsel los van de beslagbeslissing. Verder was klager een gewaarschuwd mens en heeft hij nagelaten het voertuig te herstellen.

2. De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.

Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.

De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:

a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,

b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.

In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.

Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:

- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of

- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of

- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.

De aanwezigheid van een strafvorderlijk belang sluit niet uit dat de rechtbank onder omstandigheden bij de beoordeling van het klaagschrift ook onderzoekt of voortzetting van het beslag voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

De rechtbank is van oordeel dat klager redelijkerwijs als rechthebbende op kan worden aangemerkt.

De rechtbank is van oordeel dat uit het summiere dossier en de bijgevoegde mutatie niet blijkt dat de fatbike op 26 mei 2025 harder heeft gereden, dan wel harder kon rijden dan is toegestaan. Evenmin blijkt uit de stukken dat de fatbike was voorzien van een gashendel.

In het dossier wordt wel beschreven dat de ketting op de fatbike ontbrak en dat de trappers zonder weerstand ronddraaiden, maar er is niet vastgesteld dat de fatbike zonder trappen werd voortbewogen of kon worden voortbewogen. In de mutatie waarin wordt beschreven dat klager eerder, op 20 mei 2025, staande is gehouden, is wel opgenomen dat hij toen te hard zou hebben gereden, maar dat is niet nader toegelicht of onderbouwd. Wel blijkt uit de stukken dat de fatbike op 26 mei 2025 mankementen vertoonde, maar uit de stukken valt niet zonder meer af te leiden dat er geen sprake meer is van een fiets met trapondersteuning. Uit de mutatie die bij de eerdere staandehouding is opgemaakt, valt evenmin af te leiden dat klager is gewaarschuwd voor (andere) gebreken.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het inbeslaggenomen voorwerp verbeurd zal verklaren.

dan wel zal onttrekken aan het verkeer.

3. De beslissing

De rechtbank

- verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de elektrische fiets, merk/type La Souris Crossboss, aan klager.

Deze beslissing is genomen door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 2 december 2025.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.H.M. Collombon

Griffier

  • mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?