ECLI:NL:RBZWB:2025:9746

ECLI:NL:RBZWB:2025:9746, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-12-2025, RK 25-021274

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer RK 25-021274
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

ongegrond. sprake van recidive

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

raadkamernummer : 25-021274

datum : 2 december 2025

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager] ,

geboren op [datum] 1981 te [plaats] ,

wonende op het [adres] ,

woonplaats kiezende ten kantore van mr. Woodrow aan de Tivolistraat 30 te (5017 KR)

Tilburg,

hierna te noemen: klager

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

Op 4 november 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Taks en mr. R.A.H. Huijgevoort als gemachtigd waarnemend advocaat van klager, gehoord.

Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager. Daartoe is aangevoerd dat klager eigenaar is van de inbeslaggenomen scooter. Enig strafvorderlijk belang voor de inbeslagname ontbreekt. Er is geen sprake van onherroepelijke recidive. In eerdere zaken ging het om een personenauto. Klager wist niet dat hij niet op een scooter mocht rijden en was dus niet op de hoogte van de gevolgen die dat zou hebben. Voorts blijkt niet uit de onderliggende stukken dat klager door de politie is gewaarschuwd dat bij een volgende keer de scooter in beslag zou worden genomen. Klager meent dan ook dat het hoogst waarschijnlijk is dat de scooter aan klager zal worden teruggegeven. Het voortduren van het beslag acht klager in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Klager heeft een persoonlijk belang bij teruggave van de scooter gelet op de financiële waarde die de scooter vertegenwoordigt en hij de scooter nodig heeft om zijn kinderen te zien, waarbij hij dan door anderen rondgereden wordt.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke conclusie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat een verbeurdverklaring van de scooter zal volgen. Klager is meerdere malen staandegehouden voor het rijden zonder geldig rijbewijs. Desondanks is klager wederom zonder geldig rijbewijs gaan rijden. De kans op herhaling wordt zeer groot geschat. Het klaagschrift dient ongegrond verklaard te worden.

2. De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.

De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:

a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,

b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.

In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.

Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:

- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of

- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of

- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.

De aanwezigheid van een strafvorderlijk belang sluit niet uit dat de rechtbank onder omstandigheden bij de beoordeling van het klaagschrift ook onderzoekt of voortzetting van het beslag voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Tegen klager is een proces-verbaal opgemaakt wegens het rijden zonder geldig rijbewijs. Uit de recente documentatie van klager blijkt dat er sprake is van recidive. Om die reden is de scooter van klager ook in beslag genomen. In een korte periode is klager meermalen staandegehouden voor het rijden zonder geldig rijbewijs en ook ná inbeslagname van de scooter is aan klager een strafbeschikking uitgereikt voor het rijden onder geldig rijbewijs.

Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank het gevaar voor herhaling groot en acht zij het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de scooter zal uitspreken.

De raadsman heeft namens klager gesteld dat voortduring van het beslag niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Deze stelling is echter niet onderbouwd, anders dan dat klager door voortzetting van het beslag wordt benadeeld. Ook de waarde van de scooter is niet ter sprake gekomen, zodat de rechtbank - bij deze stand van zaken - voortduring van het beslag niet disproportioneel acht.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift tegen het artikel 94 Sv beslag ongegrond verklaren.

3. De beslissing

De rechtbank

- verklaart het klaagschrift ongegrond.

Deze beslissing is genomen door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 2 december 2025.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.H.M. Collombon

Griffier

  • mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?