ECLI:NL:RBZWB:2025:9786

ECLI:NL:RBZWB:2025:9786

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 07-10-2025
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer 11715151 \ MB VERZ 25-863
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

gegrond, beroep tegen bestuurlijke boete, gegrond (proceskostenvergoeding).

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer : 11715151 \ MB VERZ 25-863

beschikkingsnummer : 30082419583460641800 / 4891798

uitspraakdatum : 7 oktober 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : mr. R.J.G. Ensink (Blackbirdadvocatuur)

Verloop van de procedure

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college) heeft aan betrokkene een bestuurlijke boete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 7 oktober 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en [zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). Gemachtigde en betrokkene zijn ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De overtreding waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden of zich bevinden binnen een voor publiek toegankelijk natuurgebied, park, plantsoen met motorvoertuig op de [weg] te Teteringen op 30 augustus 2024 om 19:58 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de bestuurlijke boete ten onrechte aan betrokkene is opgelegd. Gemachtigde stelt dat sprake is van de in art. 5:29 lid 3 sub f van de APV opgenomen uitzondering, die met zich brengt dat het niet verboden is om met (bijvoorbeeld) een motorvoertuig te rijden of zich te bevinden op een weg binnen een publiek toegankelijk natuurgebied. In de beslissing op bezwaar wordt gesteld dat deze uitzondering niet van toepassing zou zijn. De gemeente miskent hiermee dat betrokkene niet heeft betwist dat zijn motorvoertuig zich in het publiek toegankelijk natuurgebied bevond, maar dat hij zich heeft beroepen op de uitzondering die luidt dat het verbod niet geldt voor zover dat het motorvoertuig zich op een voor het openbaar verkeer openstaande weg, inclusief de daarbij horende berm, bevindt, welke zich in casu voordoet. De gemeente heeft niet (voldoende gemotiveerd) betwist dat de pleeglocatie moet worden aangemerkt als een weg zoals bedoeld in art. 1 lid 1 sub b WVW1994. Gemachtigde verwijst naar de foto waaruit evident blijkt dat het motorvoertuig op de weg en daartoe behorende berm geparkeerd staat. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.

Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat het voertuig voor 80% op de rijbaan staat en slechts met twee linker wielen in de berm geparkeerd staat, dat onderdeel is van de weg. Gemachtigde is ervan overtuigd dat het gaat om een berm, gelet op de situatie zoals op de foto te zien en de definitie van Van Dale hierover. Gemachtigde verwijst hiervoor naar uitspraak ECLI:NL:RVS:2011:BQ7944. De berm heeft vaak de functie van een parkeergelegenheid en is wettelijk gezien een onderdeel van de weg. De eigendomssituatie doet er daarom niet toe. Dit kan van de gemeente of een privépersoon zijn, maar dat maakt niet dat het geen berm is. Het college levert geen bewijs van de locatie van het bord, maar toont het slechts ter zitting. Op Google Maps is er een te zien, hetgeen het vermoeden wekt dat alles daar een natuurgebied is. Gesteld wordt dat sprake is van een natuurgebied, maar waar dat gebied begint en ophoudt is door het college niet meer dan in een zin toegelicht. Concreet bewijs hiervan in het dossier, zoals een plattegrond of bewerkte luchtfoto met zones of lijnen, ontbreekt. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een natuurgebied. Dat het volgens het college gaat om groen, maakt niet dat geen sprake is van een berm. De door het college ter zitting getoonde uitdraaien van het omgevingsloket is een planologische bestemming die niet voor eenieder kenbaar is zoals de APV. Verder is hieruit de relatie van het voertuig tot de plaats waar het stond geparkeerd niet op te maken, en evenmin is het bewijs dat het voertuig in een gebied stond waarvan het planologische bestemming natuur is.

Betrokkene heeft hieraan toegevoegd dat toen hij de grond kocht het een bosgebied was. Sinds die periode zijn er al gesprekken tussen hem en de gemeente over de bestemming en inrichting van het gebied. Het bestemmingsplan werd gewijzigd en toen weer teruggedraaid. Ook zijn de paarse borden van de gemeente tussendoor verwijderd en opnieuw geplaatst.

Gemachtigde heeft op zitting benadrukt dat het voertuig niet tussen de bomen, maar erbuiten staat. Eigenlijk staat het voertuig voor 90% op de rijbaan en voor het overige in de berm en in het geheel niet in een natuurgebied. Het huidige omgevingsplan heeft bovendien weliswaar planologisch de bestemming natuur, maar dat zegt niets over de feitelijke bestemming. Voorts is het perceel van betrokkene afgesloten voor derden waardoor het niet voor het publiek toegankelijk is, zodat ook op grond daarvan geen sprake is van een overtreding van de APV.

Namens het college is ter zitting verzocht het beroep ongegrond te verklaren. Daartoe is het volgende aangevoerd. De locatie is inderdaad deels eigendom van betrokkene, maar dat maakt niet uit. Het betreft immers een voor het publiek toegankelijk natuurgebied en. De weg waarop het voertuig deels staat is een openbare weg waar niet geparkeerd mag worden. Wat betrokkene deed mag dus sowieso niet. De zittingsvertegenwoordiger volgt het standpunt dat het om een berm gaat niet. Ter zitting is een uitdraai van het omgevingsloket overhandigd, waarop de bestemming van het gebied te zien is.

Overwegingen

De boete is gebaseerd op een overtredingsrapport dat is opgemaakt door een opsporingsambtenaar (verbalisant).

De kantonrechter is gelet op de foto en de uitleg ter zitting van oordeel dat de plaats waar het voertuig stond wél toegankelijk is voor het publiek. Ook acht de kantonrechter gelet op de ter zitting overhandigde uitdraai van de bestemming in combinatie met de foto voldoende aannemelijk dat het een natuurgebied betreft.

Echter, er bevindt zich maar één foto van de betreffende locatie in het dossier en op die foto is onduidelijk of betrokkene nu deels op de weg, de berm of in het natuurgebied staat. Er ligt veel zand, maar er zijn ook plukken groen te zien. Bij gebreke aan andere foto’s van de directe omgeving kan de kantonrechter niet vaststellen dat sprake is van zich met een voertuig bevinden in een natuurgebied.

Gelet hierop ziet de kantonrechter aanleiding om het beroep gegrond te verklaren.

Dit betekent dat de boete ten onrechte aan betrokkene is opgelegd.

Het beroep is daarom gegrond. De beslissing van het college en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door het college worden terugbetaald.

Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. De vergoeding wordt slechts voor de kantonfase toegekend, gelet op het feit dat betrokkene daar pas is bijgestaan door een professionele gemachtigde. De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:

beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50

zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50

totaal € 907,00

Beslissing

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gegrond;

‒ vernietigt de bestreden beslissing en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;

‒ draagt het college op het bedrag van € 150,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;

‒ veroordeelt het college tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 907,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.

Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:

Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum verzending:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?