RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10951269 \ MB VERZ 24-200
beschikkingsnummer : 04102309125840614200
uitspraakdatum : 7 oktober 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college) heeft aan betrokkene een bestuurlijke boete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 oktober 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en [zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). Betrokkene is ook verschenen samen met zijn partner. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De overtreding waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: huishoudelijke afvalstoffen anders aanbieden dan via het aangewezen inzamelmiddel op 4 oktober 2023 om 09:12 uur op de [straat] te Breda.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt zijn afval altijd juist aan te bieden. Uit de foto’s blijkt dat de gegevens van betrokkene waarschijnlijk vanuit de papiercontainer op de zak zijn gelegd. Dit is immers te zien aan het feit dat het poststuk spierwit, ongekreukt en schoon op de zak lag. Betrokkene is in het bezit van een afvalpas voor een ondergrondse container, die regelmatig gebruikt wordt. Tijdens het hoorgesprek heeft betrokkene ook aangegeven veel last te hebben van zwervers, studenten en mensen die daar zakken dumpen waardoor anderen het weer opentrekken en graaien in de afval voor statiegeld en andere doeleinden. Hier hebben de medebewoners ook last van.
Ter zitting heeft betrokkene de afvalpas getoond en hieraan toegevoegd dat ze verbaasd waren over de boete. Ze zijn namelijk actief betrokken bij de wijk en houden de pleinen schoon. Betrokkene spuit zelfs de containers met regelmaat schoon. In de wijk is veel vuil en vandalisme, wat telkens bij de gemeente wordt gemeld. Er is geen intentie of reden om het afval niet op de juiste plaats aan te bieden. Betrokkene en hun buren zetten zich juist in voor de leefbaarheid van de wijk, ook voor hun kinderen. Zo wordt de wacht af en toe gehouden en worden de afvalpassen uitgeleend aan vreemden en studenten zodat zij hun afval op een juiste manier kunnen deponeren. Op de bewuste dag had betrokkene zijn papiercontainer om 08:00 uur buiten gezet, zodat het mogelijk is dat iemand de betreffende brief eruit heeft gehaald en op de afvalzak heeft gelegd.
Namens het college is ter zitting verzocht het beroep ongegrond te verklaren. Daartoe is het volgende aangevoerd. De toezichthouders hebben een standaard werkwijze, bestaande uit het bekijken of het afval te herleiden is tot iemand. Daarbij is het niet de bedoeling dat afvalsoorten gecombineerd worden. Er wordt enkel bekeken of ze in de afvalzak een stuk aantreffen met adres- en persoonsgegevens dat herleidbaar is tot iemand, waarna wordt bekeurd. Verder wordt diegene niet voor al het afval beboet. In bijzondere situaties wordt door de toezichthouder contact opgenomen met de zittingsvertegenwoordigers of een boete dient te worden opgelegd. In deze zaak is daar geen sprake van.
Overwegingen
De boete is gebaseerd op een overtredingsrapport dat is opgemaakt door een opsporingsambtenaar (verbalisant). De kantonrechter is van oordeel dat uit het dossier - met name uit het overtredingsrapport en de foto’s - voldoende blijkt dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
Dat wordt door betrokkene ook niet ontkend. Betrokkene betwist echter wel dat hij degene is die de overtreding heeft verricht. De vraag die de kantonrechter moet beantwoorden is dus of betrokkene als overtreder kan worden aangemerkt.
Volgens vaste rechtspraak mag in de regel worden aangenomen dat de persoon tot wie de aangetroffen afvalstoffen kunnen worden herleid, ook de overtreder is. Dit wordt het bewijsvermoeden genoemd. Dan is het vervolgens aan diegene om aannemelijk te maken dat hij of zij niet degene is geweest die het voorschrift heeft overtreden.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd voldoende aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het bewijsvermoeden. Daarbij is van belang dat sprake is van een consistente ontkenning aan de zijde van betrokkene, waarbij duidelijk uiteen is gezet dat de papiercontainer die ochtend aan de straat is gezet en op die manier de brief eruit kan zijn gehaald. De kantonrechter acht hierbij van belang dat het uiterlijk van de brief zeer schoon en ongekreukt is en dat lijkt niet overeen te komen met de manier waarop het in de afvalzak zou hebben gezeten. Gelet hierop geeft de kantonrechter betrokkene het voordeel van de twijfel.
Dit betekent dat de boete ten onrechte aan betrokkene is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beslissing van het college en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door het college worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt het college op het bedrag van € 100,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: