RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11629113 \ MB VERZ 25-576
beschikkingsnummer : 15012514250460638800 / 5249530
uitspraakdatum : 7 oktober 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college) heeft aan betrokkene een bestuurlijke boete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 oktober 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en [zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De overtreding waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: niet nakomen van voorschriften/beperkingen vergunning of ontheffing op de [plein] te Breda op 15 januari 2025 om 14:25 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stond met zijn draaiorgel bij een winkelcentrum te draaien en verplaatste zijn orgel iedere 15 minuten naar een andere locatie bij hetzelfde winkelcentrum. Zoals in de vergunning van de gemeente staat mag betrokkene op diverse locaties binnen de gemeente draaien zolang betrokkene zich elke 15 minuten verplaatst. In het winkelcentrum zijn drie verschillende plaatsen waar gedraaid kan worden, wat betekent dat betrokkene om de 30 minuten weer terugkomt op een locatie waar hij al is geweest. Dit is toegestaan volgens de vergunning.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij van deze inkomsten moet leven en dat er in de gemeente Breda een aantal jaar geen orgel meer heeft gedraaid, waardoor mensen niet meer zo gewend zijn hieraan. Het orgel bestaat uit een mechanisch instrument dat niet harder of zachter gezet kan worden. De handhaver is tweemaal komen kijken, waar ze bij de tweede keer besloot om achter betrokkene aan te rennen die op dat moment aan het verplaatsen was. Na een discussie met de handhaver besloot betrokkene te stoppen die dag en weg te gaan, waarna de handhaver overging tot het bekeuren. De ontheffing heeft betrokkene, binnen een paar minuten na daarom gevraagd te zijn, op zijn mobiele telefoon aan de handhaver getoond, nadat de partner van betrokkene deze naar hem gemaild had
Namens het college is ter zitting verzocht het beroep gegrond te verklaren. Daartoe is het volgende aangevoerd. In het proces-verbaal is te lezen dat betrokkene op dezelfde locatie is gezien als 55 minuten eerder. Het verhaal dat betrokkene zich elk kwartier verplaatst en na enig moment weer op dezelfde plaats uitkomt is wat betreft de zittingsvertegenwoordiger mogelijk en past ook binnen de voorwaarden van de vergunning. Daarbij blijkt uit het dossier dat de vergunning ter plaatse is getoond, waardoor eveneens is voldaan aan de voorwaarden.
Overwegingen
De boete is gebaseerd op een overtredingsrapport dat is opgemaakt door een opsporingsambtenaar (verbalisant).
De kantonrechter kan gelet op wat er op zitting is besproken niet vaststellen dat betrokkene de voorwaarden van de vergunning niet is nagekomen.
Dit betekent dat de boete ten onrechte aan betrokkene is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beslissing van het college en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door het college worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt het college op het bedrag van € 250,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: