RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11753260 \ MB VERZ 25-1025
beschikkingsnummer : 08042515143860552500 / 5650690
uitspraakdatum : 7 oktober 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college) heeft aan betrokkene een bestuurlijke boete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 oktober 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en [zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De overtreding waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: bromfiets plaatsen buiten daarvoor bestemde voorzieningen op de Karnemelkstraat te Breda op 8 april 2025 om 15:14 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt op dat moment niet op de hoogte te zijn geweest van het feit dat het verboden was. De bromfiets stond net buiten de parkeervoorziening. Dit komt omdat het fietsenrek vol was en het in betrokkene’s perspectief niet erg was als het er net iets buiten stond. Daarnaast stond de bromfiets er ook niet hinderlijk. Tijdens het halen van het rijbewijs werd betrokkene geleerd dat je de bromfiets op het trottoir mag parkeren zolang hij niet hindert voor het overige verkeer en passanten. Ook heeft betrokkene geen borden gezien dat de bromfiets niet overal geplaatst mag worden. Een groot deel van de bebording is omgedraaid of te hoog geplaatst waardoor je ze tijdens het rijden niet kan zien. Betrokkene was voor het eerst in Breda en helaas niet op de hoogte van de plaatselijke regelgeving.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij destijds in Rotterdam woonde en van daar naar Breda is gekomen met de bromfiets. Dat was namelijk goedkoper dan het reizen met de trein. Betrokkene reed via de Terheijdenseweg langs het station over de Vlaszak en kwam bij het centrum uit. Achteraf zag betrokkene dat hier borden staan, maar dat ze omgedraaid, beschadigd en niet goed zichtbaar en te lezen zijn. Betrokkene verwijst naar de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en stelt dat deze wet- en regelgeving geldt na bekendmaking, maar door de staat van de bebording is betrokkene nooit bekend geweest met de geldende regels. De borden staan bij de Meerten Verhoffstraat en de Terheijdenseweg ter hoogte van het speelplein. Het laatste bord staat verschuild achter een boom bij een bocht waar de gemiddelde weggebruiker veel rekening moet houden met de verkeerssituatie. Verder stond de bromfiets voor een gesloten winkel.
Namens het college is ter zitting verzocht het beroep ongegrond te verklaren. Daartoe is het volgende aangevoerd. Betrokkene stelt niet bekend te zijn geweest met de regels, maar het Besluit Fietshandhaving 2018 is bekendgemaakt via een publicatie, waardoor betrokkene op de hoogte had kunnen zijn. Van een bezoeker van een stad wordt verwacht dat deze op de hoogte is van de plaatselijke wet- en regelgeving. Ook had betrokkene op het internet kunnen kijken. Dat er geen hinder is, doet niets af aan de overtreding. Ook staan er overal herhalingsborden. In het aanwijzingsbesluit staan alle straten genoemd waar men uitsluitend binnen de daarvoor aangewezen vakken mag parkeren.
Overwegingen
De boete is gebaseerd op een overtredingsrapport dat is opgemaakt door een opsporingsambtenaar (verbalisant). De kantonrechter is van oordeel dat uit het dossier - met name uit het overtredingsrapport en de foto’s - voldoende blijkt dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dat wordt door betrokkene ook niet ontkend.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat, ondanks dat het de verantwoordelijkheid is van een weggebruiker om de plaatselijke wet- en regelgeving te kennen en hiernaar te handelen, ter zitting gebleken is dat de zichtbaarheid van het eerste bord is belemmerd. De boete zal worden gematigd tot de helft.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van het college zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door het college worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van het college in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 35,-;
‒ draagt het college op het bedrag van € 35,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: