RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10649911 \ MB VERZ 23-407
beschikkingsnummer : 01052314293040614200
uitspraakdatum : 7 oktober 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college) heeft aan betrokkene een bestuurlijke boete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 oktober 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en [zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De overtreding waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: huishoudelijke afvalstoffen anders aanbieden dan via het aangewezen inzamelmiddel op 1 mei 2023 om 14:29 uur op de Croystraat te Breda.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat als er een poststuk met zijn naam in een vuilniszak heeft gezeten dit niet wil zeggen dat het van hem afkomstig is. Dat kan betrokkene ook bewijzen met de meegestuurde vaststellingsovereenkomst, waarin staat dat hij de woning op 18 april 2023 verlaten heeft, waardoor hij er op 1 mei 2023 ook niet geweest kan zijn. Dit kan betrokkene ook onderbouwen met afschriften. Dat betrokkene af zou zien van een mondelinge toelichting is onjuist.
Namens het college is ter zitting verzocht het beroep ongegrond te verklaren. Daartoe is het volgende aangevoerd. Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat betrokkene op 26 april 2023 is vertrokken naar [woonplaats] en dat andere mensen op 28 april 2023 zijn komen wonen op het adres. Het afval is aangetroffen op 1 mei 2023, dus in dezelfde week dat betrokkene er nog was. Het gaat niet om de datum waarop het afval onjuist is aangeboden, maar wanneer de verbalisant het heeft aangetroffen. Het is aannemelijk dat betrokkene de overtreder is geweest.
Overwegingen
De boete is gebaseerd op een overtredingsrapport dat is opgemaakt door een opsporingsambtenaar (verbalisant). De kantonrechter is van oordeel dat uit het dossier - met name uit het overtredingsrapport en de foto’s - voldoende blijkt dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
Dat wordt door betrokkene ook niet ontkend. Betrokkene betwist echter wel dat hij degene is die de overtreding heeft verricht. De vraag die de kantonrechter moet beantwoorden is dus of betrokkene als overtreder kan worden aangemerkt.
Volgens vaste rechtspraak mag in de regel worden aangenomen dat de persoon tot wie de aangetroffen afvalstoffen kunnen worden herleid, ook de overtreder is. Dit wordt het bewijsvermoeden genoemd. Dan is het vervolgens aan diegene om aannemelijk te maken dat hij of zij niet degene is geweest die het voorschrift heeft overtreden.
In deze zaak is het aangetroffen afval tot betrokkene te herleiden op grond van de (adres- en persoons)gegevens die in de afvalzak zijn gevonden. Het bewijsvermoeden dat betrokkene daarmee ook de overtreder is, is door betrokkene niet weerlegd. De enkele stelling dat betrokkene het afval niet op de betreffende plek heeft achtergelaten omdat het door een verhuizing onlogisch zou zijn om het afval daar te storten is daarvoor onvoldoende gelet op de korte tijdsspanne tussen de verhuizing en het aantreffen van het afval.
De boete is dus terecht opgelegd.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: