ECLI:NL:RBZWB:2025:9796

ECLI:NL:RBZWB:2025:9796

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 07-10-2025
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer 11169760 \ MB VERZ 24-799
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

ongegrond: beroep tegen bestuurlijke boete, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer : 11169760 \ MB VERZ 24-799

beschikkingsnummer : 11022420573460634700 / 4219927

uitspraakdatum : 7 oktober 2025

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college) heeft aan betrokkene een bestuurlijke boete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 7 oktober 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en [zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De overtreding waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte doen buiten daarvoor bestemde plaatsen op 11 februari 2024 om 20:57 uur in het park Valkenberg te Breda.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene vierde carnaval in het café Publieke Werken in de St. Annastraat en moest plassen, waardoor hij naar het toilet ging. Het was daar erg druk en iedereen maande elkaar op te schieten met plassen. Betrokkene is op 9 januari 2024 geopereerd voor een besnijdenis en had nog erg veel last. Omdat het niet lukte, is betrokkene toen naar buiten gelopen en besloot hij spontaan bij het park een nieuwe poging te wagen. Gemachtigde stelt het niet eens te zijn met de reden dat betrokkene aan de overkant van het café terecht kon, of bij de Uri lift in het park. Gemachtigde verwijst naar de bijgevoegde foto’s, waaruit volgt dat de ingang van het stadserf niet bepaald tegenover het café zit. Er stond ook niet aangegeven dat er toiletten stonden. Daarnaast valt deze smalle ingang ook niet direct in het zicht van de voorbijganger. Het toilet in het park staat helemaal aan de andere kant vanwaar betrokkene het park inliep. Ook hier staat nergens aangegeven dat er zich een toilet bevindt in het park. Betrokkene is 19 februari 2024 gestart op de KMA in Breda voor zijn opleiding en een dergelijke boete is een grote aderlating op zijn basisloon van de KMA.

Namens het college is ter zitting verzocht het beroep ongegrond te verklaren. Daartoe is het volgende aangevoerd. Schuin tegenover het café is de ingang van het Stadserf en daar stonden toen dixies. De boetebedragen zijn wettelijk vastgesteld, waardoor er geen aanleiding is voor een matiging. De aangevoerde omstandigheid is iets waar betrokkene rekening mee moet houden, waarbij zeker met carnaval van tevoren rekening moet worden gehouden met drukte bij de toiletten.

Overwegingen

De boete is gebaseerd op een overtredingsrapport dat is opgemaakt door een opsporingsambtenaar (verbalisant). De kantonrechter is van oordeel dat uit het dossier - met name uit het overtredingsrapport - voldoende blijkt dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dat wordt door betrokkene ook niet ontkend.

De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene, juist met de genoemde omstandigheden, anders had kunnen en moeten handelen. Dit is een eigen verantwoordelijkheid van betrokkene. De kantonrechter ziet geen aanleiding voor een matiging. Betrokkene diende rekening te houden met de drukte door carnaval en zich er tijdig van te vergewissen waar hij naar het toilet kon.

De boete is dus terecht opgelegd.

Beslissing

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.

Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:

Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum verzending:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?