RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11554263 \ MB VERZ 25-301
beschikkingsnummer : 30062416553760554700 / 4656122
uitspraakdatum : 7 oktober 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college) heeft aan betrokkene een bestuurlijke boete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 oktober 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en [zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De overtreding waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: zich met hond op een openbare plaats bevinden zonder dat de hond is aangelijnd op de Turfvaartpark te Breda op 30 juni 2024 om 16:55 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. De hond liep vanwege een wond los. Normaal gesproken is de hond altijd aangelijnd. Betrokkene is doof en heeft moeite met communiceren, wat het lastiger maakte om de situatie ter plekke goed uit te leggen. Betrokkene begrijpt dat honden aangelijnd moeten zijn en is bewust van de regel. In het gebied lopen er regelmatig loslopende honden, wat de boete onverwachter maakt. De gemeente heeft aangegeven actiever te willen optreden tegen dit probleem. Dit impliceert dat de regels rondom het aanlijnen van honden niet altijd even duidelijk zijn voor bewoners. Hoewel betrokkene het belangrijk vindt dat er opgetreden wordt tegen overtredingen, is het onredelijk dat er direct boetes worden uitgedeeld zonder waarschuwing. Zeker als erkend wordt dat de regels niet altijd duidelijk zijn. Het ging voor betrokkene om een uitzonderlijke situatie. De boete is voor betrokkene als bijstandsgerechtigde erg hoog.
Namens het college is ter zitting verzocht het beroep ongegrond te verklaren. Vaststaat dat de hond onaangelijnd rondliep. Verder heeft de toezichthouder het niet als overmachtssituatie beoordeeld, waardoor de zittingsvertegenwoordiger geen reden ziet om hiervan af te wijken.
Overwegingen
De boete is gebaseerd op een overtredingsrapport dat is opgemaakt door een opsporingsambtenaar (verbalisant). De kantonrechter is van oordeel dat uit het dossier - met name uit het overtredingsrapport - voldoende blijkt dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dat wordt door betrokkene ook niet ontkend.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd geen reden waarom de boete niet opgelegd had mogen worden. De toezichthouder heeft daarin een discretionaire bevoegdheid. Daarbij ziet de kantonrechter ook geen reden voor een matiging. De gedraging komt voor eigen rekening en risico. Dat sprake was van een wond is niet aannemelijk gemaakt en vormt bovendien geen uitzondering op de geldende regels.
De boete is dus terecht opgelegd.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: