RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11623820 \ MB VERZ 25-530
beschikkingsnummer : 08022516545210664600/ 5352053
uitspraakdatum : 7 oktober 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college) heeft aan betrokkene een bestuurlijke boete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 oktober 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en [zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De overtreding waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: huishoudelijke afvalstoffen anders aanbieden dan via het aangewezen inzamelmiddel op de Bothastraat te Breda op 8 februari 2025 om 16:54 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat de vuilnisbakken dagelijks vol zitten en hij er onmogelijk bij kan omdat er planken en ander afval voor staan. Voor een kartonnendoos loopt betrokkene niet twee straten verder, maar wel voor een GFT zak. Van de situatie dat alles vol staat is geen foto genomen. Iemand anders heeft afval in betrokkene haar kartonnen doos gestopt, waardoor de handhaving dit als overtreding heeft gezien. Betrokkene ruimt dagelijks troep op in de omgeving troep. Haar GFT bak is al driemaal niet geleegd en daar wordt niets aan gedaan.
Namens het college is ter zitting verzocht het beroep ongegrond te verklaren, aangezien de gedraging niet is betwist en vaststaat. Een volle container vormt geen reden om er afval bij te plaatsen.
Overwegingen
De boete is gebaseerd op een overtredingsrapport dat is opgemaakt door een opsporingsambtenaar (verbalisant). De kantonrechter is van oordeel dat uit het dossier - met name uit het overtredingsrapport en de foto’s - voldoende blijkt dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
Betrokkene erkent ook de doos daar te hebben achtergelaten, maar niet het afval dat in de doos zit.
Volgens de gemeente is betrokkene ook alleen voor de doos beboet.
Alleen al de doos naast de container plaatsen is voldoende om te kunnen vaststellen dat de boete terecht is opgelegd. In wat betrokkene heeft aangevoerd ziet de kantonrechter ook geen reden om de boete te matigen. Als een container vol zit, moet het afval mee worden teruggenomen. De boete is dus terecht opgelegd.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: