ECLI:NL:RBZWB:2025:9869

ECLI:NL:RBZWB:2025:9869

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 21-05-2025
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer C/02/447974 / JE RK  26-798
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Machtiging tot uithuisplaatsing (na spoedbeslissing en horen van partijen)

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/447974 / JE RK 26-798

Datum uitspraak: 21 mei 2025

Nadere beschikking van de kinderrechter over spoedmachtiging uithuisplaatsing

in de zaak van

gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Tilburg, hierna te noemen: de GI,

over de minderjarige

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , China,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof uit Gilze,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] .

1. Het verdere verloop van de procedure

In het procesdossier zitten de volgende stukken:

de in deze zaak gegeven beschikking van 8 mei 2026 en alle daarin genoemde stukken;

het op 19 mei 2026 ontvangen bericht van de GI, met aanvullende stukken;

de tijdens de zitting door de GI overgelegde brief van [minderjarige] ;

de tijdens de zitting door de vader overgelegde brief.

Op 21 mei 2026 heeft de kinderrechter het verzoek, met gesloten deuren, mondeling ter zitting behandeld. Bij die zitting zijn verschenen en heeft de kinderrechter gehoord:

de vader;

mr. Van Kerkhof, namens de moeder;

een vertegenwoordigster namens de GI.

De moeder is niet in persoon bij de zitting aanwezig geweest.

[minderjarige] heeft, gezien zijn leeftijd, het recht om zijn mening in deze zaak te geven. Hij is daarom uitgenodigd om zijn mening schriftelijk of tijdens een gesprek met de kinderrechter te geven. [minderjarige] heeft ervoor gekozen om zijn mening op te schrijven in een brief. Tijdens de zitting heeft de GI deze brief voorgelezen en overhandigd aan de kinderrechter. De kinderrechter heeft vervolgens de aanwezigen in de gelegenheid gesteld om in de loop van de zitting hierop te reageren.

2. De feiten

De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 9 februari 2026 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI, met ingang van 9 februari 2026 tot 9 februari 2027.

Bij voormelde, in deze zaak gegeven beschikking van 8 mei 2026 is met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend, met ingang van 8 mei 2026 en tot 22 mei 2026. De beslissing over het resterende deel van het verzoek is aangehouden tot de zitting op 21 mei 2026. Deze beslissingen zijn genomen zonder de belanghebbenden daaraan voorafgaand in de gelegenheid te stellen om hun mening daarover te geven.

3. De verzoeken van de GI en de onderbouwing daarvan

De kinderrechter dient, nadat partijen in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening in deze zaak te geven, te beoordelen of er sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die ertoe moeten leiden dat de spoedbeslissing van 8 mei 2026 met onmiddellijke ingang dient te worden herroepen.

Aan de orde is nog het verzoek van de GI om met spoed, dus zonder de belanghebbenden daaraan voorafgaand in de gelegenheid te stellen om hun mening daarover te geven, een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van twee weken, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Daarnaast is nog aan de orde het verzoek van de GI om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, dus tot 9 februari 2027, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Tijdens de zitting heeft de GI dit verzoek mondeling gewijzigd, in die zin dat de GI nu verzoekt om voor de duur van de ondertoezichtstelling een zogenoemde “brede machtiging” te verlenen die ziet op een uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dan wel in een gezinshuis (een gezinsgerichte omgeving).

De GI heeft ter onderbouwing van haar (mondeling gewijzigde) verzoeken, samengevat, onder meer het volgende aangegeven.

[minderjarige] heeft een belast verleden en hij kampt met zowel lichamelijke gezondheidsproblemen als kindeigen problematiek. Ook kampt hij met trauma- en hechtingsproblematiek. De moeder is ernstig overbelast geraakt. Zij kan de zorg voor [minderjarige] niet langer dragen. Dat de moeder twee telefoons aantrof bij [minderjarige] , was voor haar de bevestiging dat [minderjarige] betrokken is bij criminele activiteiten. Dit was voor de moeder de druppel die de emmer deed overlopen. Dit heeft ertoe geleid dat de moeder [minderjarige] op 8 mei 2026 heeft afgezet bij het kantoor van de GI. Daarbij heeft zij een aantal afwijzende uitspraken gedaan richting [minderjarige] . De GI stelt voorop dat er voor hen beiden een zeer verdrietige situatie is ontstaan. Gezien de ontstane situatie kan [minderjarige] voorlopig niet terugkeren naar zijn moeder. De vader en zijn partner kunnen de zorg voor [minderjarige] niet dragen. Ook worden er geen mogelijkheden gezien om [minderjarige] binnen het netwerk te plaatsen. [minderjarige] verblijft op dit moment op een [crisisplek]. Daar kan hij in principe tot 22 mei 2026 blijven. Daarna zal hij naar een andere plek toe moeten gaan. De GI heeft al een aantal vervolgplekken benaderd, maar ook een aantal afwijzingen ontvangen. De GI hoopt daarom dat [minderjarige] toch nog wat langer bij [crisisplek] kan blijven. Voorkomen moet worden dat hij ter overbrugging tijdelijk op een andere (crisis)plek zal moeten worden geplaatst. Om de zoektocht naar een passende vervolgplek voor [minderjarige] zo groot als mogelijk te maken, heeft de GI haar verzoek mondeling ter zitting gewijzigd, in die zin dat de GI nu verzoekt om voor de duur van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] een zogenoemde “brede machtiging” te verlenen op basis waarvan hij in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dan wel in een gezinshuis (een gezinsgerichte omgeving) kan worden geplaatst.

Gezien wat er in de afgelopen weken is gebeurd, bestaat bij de GI niet de verwachting dat [minderjarige] op korte termijn kan worden teruggeplaatst bij zijn moeder. De situatie moet eerst tot rust komen. Daarnaast heeft de moeder eerst persoonlijke hulpverlening nodig. Het plan is om [minderjarige] over te plaatsen naar een plek waar hij langere tijd kan verblijven en van daaruit een intensief MST-traject in te zetten. De GI zal ook vanuit de medische problematiek en -behoeften van [minderjarige] zoeken naar een passende vervolgplek, zoals de vader voorstelt (zoals bij [locatie] in [plaats] ). De GI vindt het op dit moment niet passend om een schriftelijke aanwijzing te geven aan [minderjarige] , zoals de vader voorstelt, omdat dit met het oog op de trauma’s van [minderjarige] naar verwachting averechts zal werken. De GI wijst tot slot beide ouders op hun ouderlijke verantwoordelijkheden om alles te blijven doen wat in hun macht ligt om het leven van [minderjarige] beter te maken. Eventuele persoonlijke problematiek ontslaat de ouders niet van deze verantwoordelijken.

4. De mening van [minderjarige]

Tijdens de zitting heeft de GI een brief van [minderjarige] voorgelezen met daarin zijn mening over het verzoek. In deze brief heeft [minderjarige] , samengevat, onder meer het volgende aangegeven. [minderjarige] vindt het lastig om uit te leggen hoe het nu met hem gaat. Hij vindt het vooral erg vervelend hoe hij uit huis is gegaan. Hij had liever op een normale manier afscheid genomen van zijn moeder. Daarnaast doet het [minderjarige] veel dat hij nu wordt gezien als een probleemkind. Nu hij niet meer thuis woont, voelt hij zich rustiger omdat er minder contact en gedoe is. Tegelijkertijd voelt hij zich onrustig, omdat hij niet weet waar hij terecht zal komen en hoe zijn toekomst eruit zal komen te zien. [minderjarige] weet op dit moment nog niet of hij wil terugkeren naar huis of dat hij op een andere plek wil gaan wonen. [minderjarige] wil in ieder geval graag meekijken en -denken over de opties die er zijn. [minderjarige] weet op dit moment wel zeker dat hij niet bij zijn vader wil gaan wonen. Ook wil hij graag naar een plek toe gaan waar hij zijn eigen spullen mee naartoe kan nemen. Als hij weer thuis zou gaan wonen, dan heeft hij vooral rust nodig. Hij wil een eigen ruimte hebben en niet steeds overal over moeten praten. Hij wil gewoon zijn eigen ding doen. [minderjarige] hoopt dat er naar hem wordt geluisterd en dat hij mag meedenken over wat er met hem zal gaan gebeuren.

5. De standpunten van de belanghebbenden

De vader heeft zijn standpunt verwoord in een brief die hij ter heeft overgelegd. Kort samengevat stemt de vader in met het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van de lopende ondertoezichtstelling. De vader heeft het beste met [minderjarige] voor en hij wil zijn ouderlijke verantwoordelijkheid nemen. Maar hij kan de zorg voor [minderjarige] op dit moment niet dragen. De vader maakt zich ernstig zorgen over [minderjarige] . Hij hoopt dat er een passende, medisch gerichte (overbruggings)plek wordt gevonden voor [minderjarige] of een gespecialiseerd gezinshuis waar hij langere tijd kan blijven. De vader verzoekt daarnaast aan de GI om een schriftelijke aanwijzing te geven aan [minderjarige] en hem te verplichten om mee te werken aan de medische (hematologische) controles. Tegelijkertijd wil de vader graag contact houden met [minderjarige] . De vader zal ook zijn afspraken met de hulpverlening en de GI blijven nakomen.

Namens de moeder is, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. De moeder stemt ook in met het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van de lopende ondertoezichtstelling. [minderjarige] kampt met forse kindeigen problematiek en hij verkeert in een negatief netwerk, terwijl hij erg beïnvloedbaar is. In de afgelopen periode zijn er, naar de mening van de moeder, onvoldoende stappen gezet in het kader van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] . De zorgen over [minderjarige] namen steeds verder toe, terwijl de moeder lange tijd over haar eigen grenzen is heengegaan. Voor de moeder was er op een gegeven moment nog maar één optie, namelijk aangeven dat [minderjarige] per direct uit huis moet gaan. De acute aanleiding hiervan was dat de moeder twee telefoons heeft gevonden bij [minderjarige] . De moeder heeft [minderjarige] daarom, samen met wat spullen, afgezet bij het kantoor van de GI. De moeder is vandaag niet ter zitting aanwezig, omdat zij op omvallen staat. Hoewel het inzetten van MST op termijn eventueel een optie kan zijn, is [minderjarige] daar naar de mening van de moeder op dit moment nog niet aan toe. De moeder vindt het belangrijkste dat er eerst hulpverlening wordt ingezet gericht op de hechtingsproblematiek van [minderjarige] . Dit kan alleen als [minderjarige] tijdelijk op een andere plek verblijft. Ook om die reden is een uithuisplaatsing van [minderjarige] nu noodzakelijk. De moeder realiseert zich dat zij zelf ook hulpverlening nodig heeft.

6. De beoordeling door de kinderrechter

Wettelijk kader

Op basis van artikel 1:265b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.

Op grond van artikel 800, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking over het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing onverwijld, oftewel zonder daaraan voorafgaand horen van de belanghebbenden, worden afgegeven indien de mondelinge behandeling van het verzoek niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de jeugdige.

Spoedbeslissing

De kinderrechter overweegt dat voormelde spoedbeslissing van 8 mei 2026 is genomen zonder de belanghebbenden daaraan voorafgaand in de gelegenheid te stellen om hun mening daarover te geven. Tijdens de zitting zijn partijen daartoe in de gelegenheid gesteld. Naar aanleiding van wat er tijdens de zitting is gezegd, is naar het oordeel van de kinderrechter niet gebleken dat er sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden waardoor de spoedbeslissing van 8 mei 2026 met onmiddellijke ingang zou moeten worden herroepen.

Aangezien de kinderrechter het verzoek om (aansluitend) een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling hierna zal beoordelen en zij daarover zal beslissen, heeft de GI geen belang meer bij het resterende deel van het verzoek om met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlenen voor de duur van twee weken en onverwijld daarop te beslissen, oftewel zonder de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen om daarover te worden gehoord. De kinderrechter zal het resterende deel van voormeld spoedverzoek daarom afwijzen.

Inhoudelijke beoordeling machtiging tot uithuisplaatsing

Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de kinderrechter als volgt.

[minderjarige] heeft in zijn leven al veel meegemaakt. Hij is geadopteerd en vanuit China naar Nederland gekomen. Daarnaast kampt hij met lichamelijke gezondheidsproblemen, kindeigen problematiek en trauma- en hechtingsgerelateerde problematiek. Doordat de zorgen over [minderjarige] toenamen en de hulpverlening tot nu toe onvoldoende van de grond komt, wordt de moeder al een langere tijd overbelast. Op een gegeven moment kon zij de situatie niet langer aan en heeft zij [minderjarige] , samen met wat spullen, afgezet bij het kantoor van de GI. De kinderrechter stelt voorop dat hierdoor voor alle betrokkenen, en voor [minderjarige] in het bijzonder, een zeer verdrietige situatie is ontstaan. Voor [minderjarige] moet de ontstane situatie namelijk erg belastend en verwarrend zijn. [minderjarige] heeft het handelen van zijn moeder ervaren als een enorme afwijzing. Daarnaast ervaart hij momenteel veel onzekerheid en onduidelijkheid over waar hij in de komende periode zal verblijven en hoe zijn leven eruit zal komen te zien. Gezien de problematiek van [minderjarige] en doordat de moeder ernstig overbelast is geraakt, kan [minderjarige] op dit moment niet terugkeren naar huis. Hij kan momenteel ook niet bij zijn vader verblijven. Dit betekent dat een uithuisplaatsing van [minderjarige] op dit moment in het belang van zijn verzorging en opvoeding noodzakelijk is. Binnen het netwerk worden er op dit moment geen passende plekken gezien waar [minderjarige] kan worden geplaatst. [minderjarige] verblijft daarom nu op een [crisisplek]. Daar kan hij, zoals het er nu uitziet, niet langer blijven. De kinderrechter zal daarom het (mondeling gewijzigde) verzoek van de GI toewijzen en een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dan wel in een gezinsgerichte voorziening verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, dus tot 9 februari 2027.

Door een dergelijke “brede machtiging” te verlenen hoopt de kinderrechter dat er zo snel als mogelijk alsnog een passende plek voor [minderjarige] wordt gevonden waar hij in ieder geval de komende periode kan verblijven. De kinderrechter vindt het daarnaast van belang dat er zo snel als mogelijk passende hulpverlening wordt ingezet voor [minderjarige] en voor het systeem, met als gevolg dat er snel voldoende rust en stabiliteit zal ontstaan. Tegelijkertijd is het van belang dat [minderjarige] snel duidelijkheid krijgt over zijn perspectief (de plek waar hij verder zal opgroeien), zodat hij weet waar hij aan toe is. Hoewel ieder kind behoefte heeft aan duidelijkheid over het perspectief, is het gezien de achtergrond en de problematiek van [minderjarige] extra belangrijk dat hij zo snel als mogelijk zal worden geholpen en dat hij de nodige duidelijkheid zal ervaren over zijn perspectief. De kinderrechter verzoekt aan de GI om hier aandacht voor te houden en alle mogelijke opties voor een passende vervolgplek te onderzoeken, zoals de door de vader voorgestelde opties met een medische insteek.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter zal de beslissing, gelet op het kinderbeschermende karakter daarvan en het belang dat hierover duidelijkheid bestaat, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de GI. Dit betekent dat de beslissing per direct van kracht is, ook als hiertegen een hoger beroep wordt ingesteld.

7. De beslissing van de kinderrechter

De kinderrechter:

wijst het resterende deel van het spoedverzoek af;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dan wel in een gezinsgerichte voorziening, met ingang van 22 mei 2026 tot 9 februari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos als griffier, en schriftelijk vastgesteld en ondertekend op 4 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Wallerbos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand