ECLI:NL:RBZWB:2026:10022

ECLI:NL:RBZWB:2026:10022

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 22-10-2026
Datum publicatie 15-10-2026
Zaaknummer BRE 26/5202 OPIUMW VV
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Woningsluiting. Afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 oktober 2026 in de zaak tussen

de burgemeester van de gemeente Tilburg.

Samenvatting

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/5202

[verzoekster] BV, verzoekster, in hoedanigheid van mentor en bewindvoerder van [betrokkene] uit [plaats] , betrokkene

(gemachtigde: mr. F.H.J. de Graaf),

en

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Tiwos Tilburgse Woonstichting uit Tilburg (Tiwos)

(gemachtigde: mr. C.J.P. Schellekens).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit tot sluiting van de woning met bijbehorend erf aan de [adres] (de woning) voor de duur van een maand. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij mede aan de hand van de gronden van verzoekster.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 7 september 2026 heeft de burgemeester betrokkene op grond van artikel 13b van de Opiumwet gelast om de woning per 21 september 2026 (11:00 uur) te sluiten en gesloten te houden voor een periode van een maand. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De burgemeester heeft toegezegd dat de voorgenomen sluiting wordt opgeschort tot drie dagen nadat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben betrokkene en zijn gemachtigde deelgenomen. Namens de burgemeester is [persoon 1] verschenen. Tiwos heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en [persoon 2] .

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Betrokkene huurt de woning van Tiwos.

Naar aanleiding van een tweetal Meld Misdaad Anoniem (MMA) meldingen is de politie een onderzoek gestart naar de woning. Op 21 mei 2026 heeft de politie de woning doorzocht. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat daarbij de volgende verdovende middelen zijn aangetroffen:

- cocaïne base 0,6 gram;

- cocaïne base 15,33 gram;

- cocaïne hcl 1,87 gram;

- procaïne 0,21 gram;

- metamfetamine 60 gram;

- hasj 35,37 gram;

- hennep 4,5 gram;

- 3 joints.

Verder is aangetroffen:

- € 7.330,99 euro aan contant geld;

-een stuk vuurwerk van het merk/type Cobra6;

- een mini precisie weegschaal.

In een brief van 16 juni 2026 heeft de burgemeester aan betrokkene zijn voornemen kenbaar gemaakt om de woning met toepassing van artikel 13b van de Opiumwet voor een maand te sluiten. Verzoekster heeft een zienswijze ingediend.

Bij het bestreden besluit heeft de burgemeester betrokkene gelast om de woning te sluiten en gesloten te houden voor een periode van een maand, met ingang van 21 september 2006 om 11:00 uur.

Standpunt van de burgemeester

4. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat sluiting van de woning voor de duur van een maand volledig gerechtvaardigd is. In de woning is namelijk zowel een handelshoeveelheid harddrugs als een handelshoeveelheid softdrugs aangetroffen, waarvan aannemelijk is dat deze in de woning aanwezig waren om te worden verkocht, afgeleverd of verstrekt. Bovendien bevindt de woning zich in een voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk. Een sluiting voor een maand is noodzakelijk om de rechtsorde te herstellen. Het belang van het tegengaan van de handel in drugs, het belang van handhaving van de openbare orde en de rechtsorde en het belang van zichtbaarheid van de sluiting en het wegnemen van risico’s voor omwonenden, wegen voor de burgemeester zwaarder dan het belang van betrokkene om in de woning te kunnen blijven.

Gronden van verzoekster

5. Verzoekster voert aan dat de burgemeester heeft nagelaten in haar besluitvorming te betrekken wat naar voren is gebracht in de zienswijze ten aanzien van het geschiktheidsvereiste. Verder voert verzoekster aan dat met een lichter middel (flyers, stickers en bebording) een soortgelijk effect zou kunnen worden bewerkstelligd. Volgens verzoekster is de sluiting in dit geval niet evenwichtig. De burgemeester heeft de medische gezondheidstoestand van betrokkene niet meegenomen in haar besluitvorming. Ter onderbouwing van haar stelling dat betrokkene als een kwetsbare burger kan worden aangemerkt, heeft verzoekster een brief van revalidatiearts [persoon 3] van 31 oktober 2016 en de conclusie van een door Revant opgesteld rapport van 14 juni 2016 overgelegd. Recentere medische stukken zijn niet beschikbaar, aangezien bij betrokkene al lange tijd sprake is van een medische eindtoestand. Deze medische eindsituatie maakt dat het behouden van een stabiele en constante thuissituatie van cruciaal belang is. Het verliezen van de woning zal tot gevolg hebben dat de restklachten die betrokkene heeft overgehouden aan het auto-ongeluk in 2016 zullen toenemen, wat maatschappelijke teloorgang in de hand zal werken. Ook heeft verzoekster verwezen naar informatie op de website van de Federatie Medisch Specialisten. Verzoekster heeft een verklaring van de moeder van betrokkene, een verklaring van [persoon 4] ( [persoon 4] ) van Self Doen Wat Werkt van 6 oktober 2026 en een e-mail van [persoon 5] van Stichting Traverse overgelegd. Tot slot voert verzoekster aan dat betrokkene niet beschikt over vervangende woonruimte.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

6. De voor de beoordeling van het verzoek belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

Spoedeisend belang

7. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Verzoekster heeft aangevoerd dat betrokkene de beslissing op het bezwaarschrift niet kan afwachten, omdat hij dan tussentijds zijn woning zou moeten verlaten en vooralsnog geen nieuwe vervangende woonruimte kan vinden.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in beginsel spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening aanwezig. De burgemeester heeft het spoedeisend belang ook niet betwist.

Is de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten en mag hij deze bevoegdheid toepassen?

8. Tussen partijen is niet in geschil dat de burgemeester op grond van de Opiumwet en de beleidsregels bevoegd is om de woning voor een maand te sluiten, omdat sprake is van een ernstig geval. Er is immers meer dan 39 gram softdrugs en 77 gram harddrugs aangetroffen.

Wanneer een burgemeester beleid heeft vastgesteld, zal hij moeten bezien of er grond bestaat om daarvan af te wijken. Steeds zal hij daarbij moeten beoordelen of zijn optreden in een concreet geval evenredig is. De burgemeester moet zich ervan vergewissen dat de sluiting van de woning en de duur ervan met het oog op de te dienen doelen geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.

Geschiktheid

Het doel van de burgemeester met de sluiting van de woning is het herstellen van de rechtsorde, tegengaan van de handel in drugs en handhaving van de openbare orde. Verder wil de burgemeester daarmee de sluiting van de woning zichtbaar maken en risico’s voor omwonenden wegnemen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat met een sluiting van de woning de door de burgemeester nagestreefde doelen -in ieder geval tijdelijk- worden bereikt. De woning wordt daarmee immers tijdelijk aan het drugscircuit onttrokken en de aanwezigheid van drugsgerelateerde activiteiten in en rondom de woning wordt gedurende die periode voorkomen. Daarom is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter sprake van een geschikt middel.

Verzoekster heeft aangevoerd dat de burgemeester in het bestreden besluit heeft nagelaten te reageren op de in de zienswijze naar voren gebrachte stelling dat de geschiktheid van de maatregel in dit specifieke geval in twijfel wordt getrokken. De voorzieningenrechter overweegt dat de burgemeester in de beslissing op bezwaar alsnog kan ingaan op de vraag of een sluiting in dit geval een positieve bijdrage zal leveren aan de doelstellingen die ten grondslag liggen aan het Damoclesbeleid. Vooralsnog ziet de voorzieningenrechter hierin geen aanleiding om de sluiting geen geschikt middel te achten.

Noodzaak

Aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding dient vervolgens te worden beoordeeld in hoeverre sluiting van het pand noodzakelijk is voor het herstel van de openbare orde en om herhaling te voorkomen.

De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester de noodzaak tot sluiten aanwezig heeft mogen achten. De burgemeester heeft op grond van de bestuurlijke rapportage kunnen concluderen dat sprake was van een ernstige situatie die de sluiting van de woning noodzakelijk maakt. In tegenstelling tot verzoekster ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om te stellen dat de burgemeester met een lichter middel had kunnen volstaan. De burgemeester heeft mogen aannemen dat sprake is van een ernstig geval. Daarbij heeft de burgemeester in aanmerking kunnen nemen dat een grote hoeveelheid hard- en softdrugs is aangetroffen, in combinatie met attributen die bij drugshandel worden gebruikt en een aanzienlijk bedrag aan contant geld. Verder is in dit verband van belang dat er meldingen zijn gedaan over mogelijke drugshandel vanuit de woning en dat de woning in een voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk ligt. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat de burgemeester het van belang heeft mogen achten om een signaal af te geven aan de omgeving van de woning en het criminele circuit waarvan de woning deel uitmaakt, ter voorkoming van herhaling. De burgemeester hoefde gelet op wat is aangetroffen dan ook niet met een lichter middel, zoals de door verzoekster voorgestelde flyers, stickers en een bebording, te volstaan. Dat, zoals verzoekster heeft gesteld, betrokkene inmiddels zelf maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat zich in de woning nog ooit drugs dan wel drugsgerelateerde goederen zullen bevinden, leidt de voorzieningenrechter niet tot een ander oordeel. De woningsluiting is namelijk een pandgerichte maatregel die erop gericht is de bekendheid van de woning in het drugscircuit teniet te doen en ook overigens de openbare orde en het woon- en leefklimaat te herstellen.

Evenwichtigheid

Als de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat sluiting van het pand noodzakelijk is, dient hij zich ervan te vergewissen dat de duur van de sluiting evenwichtig is, ook als de duur in overeenstemming is met de duur die volgt uit een beleidsregel. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met het pand en de mogelijkheid om weer van het pand gebruik te kunnen maken. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig.

Inherent aan een sluiting van een woning is dat de bewoner de woning moet verlaten. Dit is op zichzelf dan ook geen bijzondere omstandigheid. Tiwos heeft ter zitting verklaard dat los van de uitkomst van deze procedure een civiele ontbindings- en ontruimingsprocedure zal worden opgestart. Dit kan ertoe leiden dat verzoeker ook na de sluitingsperiode niet meer terug kan naar zijn woning. Deze omstandigheid kan worden meegewogen bij de evenwichtigheid. Dit hoeft zich echter niet zonder meer tegen sluiting te verzetten, bijvoorbeeld niet als de betrokkene een verwijt van de overtreding kan worden gemaakt of gezien de ernst van de overtreding.

De voorzieningenrechter is met de burgemeester van oordeel dat betrokkene een verwijt kan worden gemaakt van de overtreding. Bovendien geldt dat, zoals hiervoor is overwogen, sprake is van een forse overschrijding van de grens voor een toegestane hoeveelheid soft- en harddrugs. Het betoog van verzoekster dat het vanwege de medische situatie van betrokkene onevenwichtig is de woning te sluiten, volgt de voorzieningenrechter niet. Uit de door verzoekster overgelegde verklaringen en medische informatie blijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat betrokkene vanwege zijn gezondheidsklachten een bijzondere binding heeft met deze specifieke woning. De enkele stelling dat de medische situatie van betrokkene maakt dat het behouden van een stabiele en constante thuissituatie van cruciaal belang is, is daarvoor onvoldoende. De voorzieningenrechter begrijpt dat tijdelijk elders moeten verblijven niet wenselijk is voor betrokkene, gelet op zijn niet-aangeboren hersenletsel (NAH) en de daaruit voortvloeiende beperkingen, maar dit vormt voor de voorzieningenrechter geen reden om de sluiting van de woning onevenwichtig te achten. Dat recent een begeleidingstraject is opgestart, betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter evenmin dat sprake is van een bijzondere binding aan de woning. Begeleidingsbezoeken kunnen ook op een andere locatie plaatsvinden. Bovendien lijkt de voorzieningenrechter dat waar betrokkene behoefte aan heeft, zoals structuur en regelmaat, ook elders kan worden gecreëerd dan in de woning. Ook de omstandigheid dat betrokkene niet over vervangende woonruimte zou beschikken kan niet tot een ander oordeel leiden. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het uitgangspunt is dat men zelf verantwoordelijk is voor vervangende huisvesting. De burgemeester heeft al in het begeleidend schrijven bij het voornemen van 16 juni 2026 aangeraden om op dat moment contact op te nemen met Stichting Traverse. Gebleken is dat betrokkene dit destijds heeft nagelaten en dit pas enkele dagen voor de zitting alsnog heeft gedaan. Dat Stichting Traverse heeft aangegeven te twijfelen of de maatschappelijke opvang de meest passende oplossing is voor betrokkene, maakt niet dat de sluiting onevenwichtig moet worden geacht. Er zijn andere vormen van alternatieve huisvesting, zoals het huren van een vakantiewoning. Dat dit betekent dat betrokkene dubbele lasten zal hebben, is inherent aan de tijdelijke sluiting van de woning door de burgemeester. Bovendien heeft verzoeker nagelaten met objectiveerbare bewijsstukken aan te tonen dat hij financieel gezien niet in staat zou zijn om tijdelijke woonruimte te huren. Gelet op wat hiervoor is overwogen, acht de voorzieningenrechter de maatregel van sluiting van de woning evenwichtig.

Conclusie en gevolgen

9. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat de burgemeester in redelijkheid van haar bevoegdheid tot sluiting van de woning gebruik heeft kunnen maken. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 22 oktober 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage: wettelijk kader

Opiumwet

Artikel 2

Het is verboden om een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:

a. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;

b. te telen te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;

c. aanwezig te hebben;

d. te vervaardigen.

Artikel 3

Het is verboden om een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:

a. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;

b. te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;

c. aanwezig te hebben;

d. te vervaardigen.

Artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet

De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:

a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;

b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.

Cocaïne en metamfetamine staan op lijst 1. Hasjiesj en hennep staan op lijst II.

Beleidsregels

Woningen en/of bij woningen behorende erven worden gesloten in de volgende gevallen:

- harddrugs in woningen en/of op bij woningen behorende erven

- softdrugs in woningen en/of op bij woningen behorende erven

Indien in woningen of op bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs), met een handelshoeveelheid van > 0,5 gram, en/of (een) voorwerp(en) en/of stof(fen) als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, van de Opiumwet voorhanden is/zijn, is sprake van een ernstig geval en volgt bij een 1ste constatering een sluiting van 1 maand.

Indien in woningen of op bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs), met een handelshoeveelheid van > 5 planten/stekken en/of > 30 gram, is het op basis van die hoeveelheid in beginsel aannemelijk dat de aangetroffen drugs deels of geheel bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking en volgt bij een 1ste constatering een bestuurlijke waarschuwing.

Overtreding

In een woning (en/of op bijbehorende erven) wordt harddrugs aangetroffen met een handelshoeveelheid van > 0,5 gram

Sluiting

1ste constatering: 1 maand sluiting

2de constatering: 2 maanden sluiting

3de constatering: 4 maanden sluiting

4de constatering: 8 maanden sluiting

5de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd

Overtreding

In een woning (en/of op bijbehorende erven) wordt softdrugs aangetroffen met een handelshoeveelheid van > 5 planten/stekken en/of > 30 gram.

Sluiting

1ste constatering: bestuurlijke waarschuwing

2de constatering: 1 maand sluiting

3de constatering: 2 maanden sluiting

4de constatering: 4 maanden sluiting

5de constatering: 8 maanden sluiting

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand