ECLI:NL:RBZWB:2026:10073

ECLI:NL:RBZWB:2026:10073

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-10-2026
Datum publicatie 16-10-2026
Zaaknummer 02.244736.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Vrijspraak poging tot doodslag. Bedreiging en vuurhanden hebben vuurwapen wettig en overtuigend bewezen. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummers: 02.244736.25 en 02.157222.23 (tul)

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 oktober 2026

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] ,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats] ,

raadsman mr. O.J. Much, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 oktober 2026, waarbij de officier van justitie mr. I.M. Peters en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1: heeft geprobeerd om [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) te doden dan wel dat hij die [slachtoffer] heeft bedreigd door met een vuurwapen te schieten;

feit 2: een vuurwapen voorhanden heeft gehad.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de primair onder feit 1 ten laste gelegde poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij [slachtoffer] dodelijk zou raken. Ook feit 2 kan wettig en overtuigend worden bewezen. Verdachte heeft dit feit bekend.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak van de poging tot doodslag. Niet kan worden vastgesteld dat het handelen van verdachte een aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer] heeft veroorzaakt noch, als wel sprake zou zijn van een aanmerkelijke kans, dat hij die kans bewust heeft aanvaard.

Voor de bewezenverklaring van het onder feit 1 subsidiair en onder feit 2 tenlastegelegde wordt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank nu verdachte deze feiten heeft bekend.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1

De rechtbank stelt op basis van het dossier en wat tijdens de zitting is besproken het volgende vast. Op de parkeerplaats op de Zuiderparklaan in Terneuzen heeft op 17 september 2025 rond 23:00 uur een schietpartij plaatsgevonden. Hierbij waren verdachte en [slachtoffer] betrokken. Verdachte zat samen met drie anderen in een Mercedes-Benz en stond op de parkeerplaats geparkeerd. Hij zat linksachter op de achterbank en had een vuurwapen bij zich dat hij kort daarvoor thuis had opgehaald. [slachtoffer] was de bestuurder van een Opel Corsa en heeft deze Opel Corsa op enig moment schuin achter de Mercedes-Benz geparkeerd met de neus van de auto in tegengestelde richting. Op het moment dat [slachtoffer] uit de auto stapte, heeft verdachte eenmaal met een vuurwapen geschoten in de richting van de Opel Corsa van [slachtoffer] . De Opel Corsa is door dit schot geraakt net onder de linker achterlamp.

Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer] , toen hij uit de auto stapte, een vuurwapen vasthad. Dit scenario vindt geen steun in het dossier en is daarom onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank gaat er dan ook niet van uit dat [slachtoffer] een vuurwapen heeft getoond.

De vraag die moet worden beantwoord is of het handelen van verdachte gekwalificeerd kan worden als een poging tot doodslag (primair) of een bedreiging (subsidiair).

Primair: poging tot doodslag?

Uit het dossier blijkt niet dat verdachte vol opzet had om [slachtoffer] te doden. Er kan echter ook sprake zijn van voorwaardelijk opzet.

Voor voorwaardelijk opzet geldt dat sprake moet zijn van een bewuste aanvaarding door verdachte van de aanmerkelijke kans op het gevolg. De beantwoording van de vraag of de gedraging van verdachte de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten, dat wil zeggen: een in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid.

De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte vanuit de Mercedes-Benz eenmaal heeft geschoten in de richting van de Opel Corsa van [slachtoffer] . De rechtbank kan niet precies vaststellen hoe de auto’s op dat moment ten opzichte van elkaar waren gepositioneerd. Zo is niet komen vast te staan op welke afstand de auto’s van elkaar stonden en in welke hoek de Opel Corsa stond ten opzichte van de Mercedes-Benz. Ook is niet duidelijk in hoeverre [slachtoffer] al uit de auto was gestapt en, wanneer dat wel het geval was, waar hij zich precies ten opzichte van de auto bevond. Evenmin blijkt uit het dossier wat de baan van het schot door verdachte is geweest. Een en ander brengt mee dat niet kan worden vastgesteld of er een (aanmerkelijke) kans was dat [slachtoffer] door het schot zou worden geraakt. De rechtbank acht dan ook niet bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer] en zal hem daarom vrijspreken van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag.

Subsidiair: bedreiging?

De rechtbank acht de subsidiair ten laste gelegde bedreiging wel wettig en overtuigend bewezen. Door met een vuurwapen in de richting van de auto van [slachtoffer] te schieten, terwijl [slachtoffer] zich in of naast deze auto bevond, heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Feit 2

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen op grond van het proces-verbaal beschrijving en categorisering vuurwapen en de bekennende verklaring van verdachte.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 1 subsidiair op 17 september 2025 te Terneuzen [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door met een vuurwapen een kogel af te vuren in de richting van een voertuig waar die [slachtoffer] zich in en/of naast bevond;

Feit 2 op 17 september 2025 te Terneuzen een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een geladen pistool, van het merk Blow, type TR 17, kaliber .380 auto zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek van het voorarrest, uitgaande van een bewezenverklaring voor de poging tot doodslag.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn proceshouding en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd. Gelet hierop wordt verzocht om te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest, en daarbij een voorwaardelijk deel op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft met een vuurwapen geschoten in de richting van de auto van [slachtoffer] , terwijl [slachtoffer] zich in de nabije omgeving van die auto bevond. Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging van [slachtoffer] en het voorhanden hebben van dat vuurwapen.

Tussen verdachte en [slachtoffer] was al langer sprake van een conflict. Het is zeer zorgelijk dat verdachte tijdens dit conflict het gebruik van een vuurwapen niet heeft geschuwd. Verdachte is dit vuurwapen notabene thuis nog gaan halen, omdat hij dacht dat de situatie tussen hem en [slachtoffer] zou gaan escaleren. Daarnaast heeft het schietincident plaatsgevonden op de parkeerplaats en dus op de openbare weg, waarbij meerdere personen aanwezig waren. Dit moet voor hen een beangstigende situatie zijn geweest. In het algemeen zorgt vuurwapengeweld op de openbare weg voor gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan.

Eendaadse samenloop

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van eendaadse samenloop, omdat de bewezenverklaarde feiten zo nauw met elkaar samenhangen dat verdachte daarvan in wezen één verwijt kan worden kan gemaakt.

De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte

In het nadeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met zijn strafblad. Hieruit blijkt dat verdachte vaker is veroordeeld voor bedreiging en geweldsfeiten en dat onderhavige feiten zijn gepleegd gedurende de proeftijd van een aan verdachte voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie. Die eerdere veroordelingen en de recent opgelegde voorwaardelijke straf hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden om wederom strafbare feiten te plegen.

Over verdachte is een rapport door de reclassering opgemaakt. Uit dit rapport van 15 september 2026 volgt dat sprake is van een gevarieerd delictpatroon. Er worden risicofactoren gezien op het gebied van sociaal netwerk, psychosociaal functioneren en de proceshouding. Er is sprake van een negatief crimineel netwerk en impulsiviteit. Daarnaast beschikt verdachte over onvoldoende remmings- of copingvaardigheden. Sinds 2020 is verdachte al in contact met de reclassering en vanaf 2023 leek verdachte stappen in de positieve richting te zetten. Zo kwam hij de afspraken met de reclassering na en had hij een baan. Verdachte bleef echter wel in aanraking komen met politie en justitie. De afgelopen jaren is een breed scala aan bijzondere voorwaarden ingezet. De reclassering ziet op dit moment geen mogelijkheden (meer) om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen. Zij adviseert bij een veroordeling dan ook een straf zonder bijzondere voorwaarden.

De straf

Bij vuurwapengeweld en -bezit, in samenhang met de hiervoor benoemde strafverzwarende omstandigheden, kan niet anders worden gereageerd dan met een gevangenisstraf van langere duur. Gelet op het reclasseringsrapport ziet de rechtbank geen meerwaarde in het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden. Zij zal dan ook volstaan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Alles afwegende en ook rekening houdende met de jonge leeftijd van verdachte, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. Het beslag

GSM

Ten aanzien van de in beslag genomen GSM wordt een last gegeven tot teruggave aan verdachte, aangezien deze GSM niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen

Huls

De in beslag genomen huls wordt onttrokken aan het verkeer. Het voorwerp is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om dat voorwerp te onttrekken aan het verkeer, omdat

het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang en de bewezenverklaarde feiten met betrekking tot dat voorwerp is begaan.

8. De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke jeugddetentie van 150 dagen die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 6 maart 2025 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

De rechtbank zal op grond van artikel 6:6:29 van het Wetboek van Strafvordering bepalen dat de jeugddetentie wordt vervangen door een gevangenisstraf nu verdachte inmiddels 21 jaar is en de rechtbank de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke jeugddetentie in een justitiële jeugdinrichting gelet op de persoon van verdachte niet passend acht.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 55 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

De eendaadse samenloop van:

feit 1, subsidiair: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart aan het verkeer onttrokken de in beslag genomen huls ([kenmerk]);

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen GSM (PL2000-2025249880-G2908285);

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 6 maart 2025 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02.157222.23 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten 150 dagen jeugddetentie;

- bepaalt dat deze ten uitvoer te leggen jeugddetentie zal worden vervangen door gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, en mr. L.W. Louwerse en mr. H. Skalonjic, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 oktober 2026.

De oudste rechter en de griffier en zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1hij op of omstreeks 17 september 2025 te Terneuzen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven,met een vuurwapen een kogel heeft afgevuurd in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 september 2025 te Terneuzen [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door met een vuurwapen een kogel af te vuren in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] en/of een voertuig waar die [slachtoffer] zich in en/of naast bevond;( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2hij op of omstreeks 17 september 2025 te Terneuzen een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (geladen) pistool, van het merk Blow, type TR 17, kaliber .380auto zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand