ECLI:NL:RBZWB:2026:10075

ECLI:NL:RBZWB:2026:10075

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-10-2026
Datum publicatie 16-10-2026
Zaaknummer 02-118839-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verdachte wordt veroordeeld voor artikel 6 WVW. Aan haar is opgelegd een taakstraf van 100 uur en een rijontzegging van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-118839-26

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 oktober 2026

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] ,

raadsman mr. A.J.C.M. de Graaff, advocaat te Breda.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 oktober 2026, waarbij de officier van justitie mr. P.W.P. Emmen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I van dit vonnis opgenomen. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen (primair), dan wel dat zij gevaar op de weg heeft veroorzaakt (subsidiair).

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde bewezen. Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt door aanmerkelijk en onvoorzichtig te rijden. Hierdoor heeft [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit primair vrijspraak van het primair ten laste gelegde. Er was slechts sprake van onoplettendheid op één moment, wat onvoldoende is voor de ondergrens van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). Indien de rechtbank van oordeel is dat de ondergrens van artikel 6 WVW wel wordt gehaald, dient verdachte te worden vrijgesproken van roekeloos en zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Voor de bewezenverklaring van de subsidiair ten laste gelegde overtreding van artikel 5 WVW refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Dat geldt ook voor het letsel van [slachtoffer] .

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld, zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Primair: overtreding artikel 6 WVW

Zwaar lichamelijk letsel

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat door het rijgedrag van verdachte aan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, zoals genoemd in artikel 6 WVW. Dat geldt alleen al voor de breuk in zijn rechter boven- en in zijn rechter onderarm, waaraan [slachtoffer] dezelfde dag nog in het ziekenhuis onder narcose is geopereerd om bij iedere breuk een plaat te zetten. Naast deze breuken was er echter ook nog sprake van een bloeduitstorting tussen het harde hersenvlies en het spinnenwebvlies (subduraal hematoom), een klaplong, een gescheurde lever en een gebroken rib. Op 13 oktober 2025 mocht [slachtoffer] het ziekenhuis verlaten en op 28 oktober 2025 is zijn revalidatie begonnen. In mei van dit jaar revalideerde [slachtoffer] nog steeds en had hij nog steeds last van hoofdpijnflashes.

Schuld in de zin van artikel 6 WVW?

Vervolgens moet de rechtbank nog de vraag beantwoorden of het rijgedrag van verdachte zodanig is geweest dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Daarvan is pas sprake bij minimaal een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Of sprake is van een dergelijke (mate van) schuld hangt volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad af van het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.

Feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte op dinsdag 30 september 2025 kort na 14:00 uur met een auto over de Doornboslaan in Breda reed, komende uit de richting van de Kadijk en rijdende richting de Stationslaan. Aangekomen bij het kruispunt van de Doornboslaan met de Buys Ballotstraat en de Baliëndijk wilde zij rechtsaf slaan naar de Buys Ballotstraat om even verderop aan het Edisonplein een broodje te kopen bij een bakkerij. Iets dat zij al vaker had gedaan.

[slachtoffer] was die dag met zijn klas van de middelbare school met de fiets naar het bos geweest. De klas fietste op het moment van het ongeval met de begeleiding terug naar school.

Voor eerdergenoemd kruispunt zijn op de Doornboslaan drie rijbanen. Een linker rijbaan om linksaf te slaan, een middelste rijbaan om rechtdoor te rijden en een rechter rijbaan om rechtsaf te slaan. Verdachte naderde het kruispunt met een gemiddelde indicatieve snelheid tussen de 52 en 59 kilometer per uur. Zij reed over de rechter rijbaan om rechtsaf te slaan en zag dat een klas overstak. Vanuit verdachte gezien staken die fietsende scholieren over van links naar rechts: vanuit de Baliëndijk richting de Buys Ballotstraat.

Verdachte passeerde de stopstreep van haar rijbaan, terwijl het voor haar geldende verkeerslicht minimaal 28 seconden op rood stond. Zij heeft vervolgens met de - vanuit haar gezien - linker voorkant van de auto het voorwiel van de fiets van de links komende [slachtoffer] geraakt, waarna [slachtoffer] door de lucht vloog en achter de (doorrijdende) auto van verdachte weer op het wegdek viel. [slachtoffer] was de laatste van een groepje uit zijn klas dat overstak. [slachtoffer] reed door rood. Verdachte zag [slachtoffer] pas toen ze over de stopstreep was.

Tot slot stelt de rechtbank vast dat de voorste auto op de naastgelegen rijbaan voor rechtdoor al 35 seconden had stilgestaan voor rood licht en aansluitend ook nog bijna vijf seconden is blijven staan voor groen licht. Die voorste auto trok net op toen verdachte die auto rechts voorbij reed.

Conclusie

Gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat niet alleen wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden, maar ook aanmerkelijk onoplettend. Verdachte heeft haar snelheid onvoldoende geminderd bij het naderen van het haar bekende kruispunt. Bovendien staat vast dat verdachte door rood is gereden, terwijl het betreffende verkeerslicht al 28 seconden rood licht uitstraalde. Alleen al gelet op die tijd wordt het verweer verworpen dat slechts sprake zou zijn geweest van onoplettendheid op één moment. Het kan feitelijk niet anders zijn dan dat de ter plaatse bekende verdachte helemaal niet op het voor haar rijbaan bestemde verkeerslicht heeft gelet: secondenlang niet en dus tientallen meters niet. Bij een snelheid van 36 kilometer per uur is de afgelegde afstand immers al tien meter per seconde en verdachte zelf heeft ook verklaard dat zij ongeveer 50 kilometer per uur reed. Daarbij mag van een gemiddelde oplettende automobilist verwacht worden dat die zou zien dat het verkeer op de naastgelegen rijbaan voor rechtdoor al lang stil stond en stil bleef staan, terwijl hun verkeerslicht al een paar seconden op groen stond. Voorts had zij gezien dat een klas scholieren net daarvoor aan het oversteken was, hetgeen al voldoende reden moet zijn om de eigen snelheid te verminderen. Niet alleen om tijdig te kunnen zien of er een reden is voor dat stil blijven staan bij groen licht, maar ook om vervolgens zelf passend te kunnen reageren op die mogelijke reden. Dat [slachtoffer] in dit geval door rood is gereden, doet aan de verkeersverantwoordelijkheid van verdachte niet af. Verdachte heeft zich onvoldoende vergewist of de weg die ze wilde vervolgen daadwerkelijk vrij was.

Gelet op het voorgaande, kan de overtreding van artikel 6 WVW wettig en overtuigend bewezen worden, zoals hierna onder 4.4. wordt weergegeven.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 30 september 2025 te Breda, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, daarmede rijdende over de weg, de Doornboslaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend

- gekomen bij een kruising met verkeerslichten en voorsorteerstroken - onvoldoende haar snelheid te minderen bij het benaderen van een kruispunt en

-haar aandacht in onvoldoende mate op de weg en op de verkeersgebruikers naast zich te houden en

- zonder zich er voldoende van te vergewissen dat de weg welke verdachte wilde afleggen vrij was en

- niet te stoppen voor een voor haar, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat (28 seconden) rood licht uitstraalde,

waardoor zij, verdachte, in botsing/aanrijding is gekomen met een fietser, waardoor die fietser (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een subdurale hematoom en een klaplong en een breuk in de onderarm en een breuk in de bovenarm en een gescheurde lever en een gebroken rib, werd toegebracht.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 80 uur, te vervangen door 40 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt om aan verdachte geen gevangenisstraf op te leggen. Verdachte is een first offender en de reclassering heeft het recidiverisico ingeschat als laag. Zij ervaart nog altijd schuldgevoelens en heeft psychische klachten door de aanrijding. Daarom zal zij beginnen met een traject bij de psycholoog. Het mediationtraject is succesvol afgerond. Verdachte heeft haar rijbewijs nodig voor haar werk. Daarom verzoekt de verdediging te volstaan met een geheel voorwaardelijk ontzegging van de rijbevoegdheid.

Het oordeel van de rechtbank

De ernst van het feit

De toen net negentienjarige verdachte heeft op 30 september 2025 een verkeersongeval veroorzaakt door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden, waardoor de toen pas dertienjarige [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Dat letsel is bij de bewijsoverwegingen al uitgebreid benoemd. Een jaar later is de revalidatie bijna afgerond: fysiotherapie, ergotherapie en bezoek aan een psycholoog. [slachtoffer] gaat inmiddels enkele uren naar school en krijgt bijles thuis. Dat de aanrijding niet alleen [slachtoffer] heeft geraakt, maar ook zijn ouders en zijn broertje, heeft de moeder van [slachtoffer] op indrukwekkende wijze toegelicht tijdens haar spreekrecht op zitting. Het idee dat [slachtoffer] dood had kunnen zijn, is onverteerbaar. Hij is ambitieus, maar zijn toekomst is onzeker, omdat nog moet blijken of het ongeval blijvend van invloed is. De onbevangenheid is weg. Als [slachtoffer] nu de deur uit gaat, is er steeds de zorg of hij veilig thuis gaat komen.

Voor de bewezen verklaarde overtreding van artikel 6 WVW met zwaar lichamelijk letsel als gevolg, gaan de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) uit van een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uur en onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden. Ook bij iemand die niet eerder met justitie in aanraking is geweest zoals verdachte. Vervolgens kijkt de rechtbank naar de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat zij van het begin af aan zelf diep onder de indruk is van de gevolgen van haar onverantwoorde verkeersgedrag. Direct na de aanrijding trof een mentor van [slachtoffer] verdachte huilend en erg in paniek aan achter het stuur van haar auto, terwijl ze riep dat ze bang was dat ze “die jongen” had doodgereden. Als ze op 16 februari 2026 aanvullend wordt gehoord, maakt ze zich nog steeds zorgen om [slachtoffer] en heeft sowieso een schuldgevoel. Ze heeft ook geprobeerd zelf contact te krijgen met [slachtoffer] om te horen hoe het ging, maar dat was niet gelukt. Een mediationgesprek met verdachte en haar vader en de vader van [slachtoffer] heeft vervolgens in mei 2026 naar tevredenheid van partijen plaatsgevonden.

De moeder van [slachtoffer] heeft tijdens de uitoefening van het spreekrecht op zitting gezegd dat zij en haar man verdachte ook een goede toekomst wensen. Verdachte heeft zich na het spreekrecht rechtstreeks tot de ouders gewend en emotioneel verteld dat ze zich nog steeds heel erg schaamt dat ze hen dit heeft aangedaan. Ze is iemand die niemand pijn doet en zeker geen kind. Ze heeft er een harde les van geleerd en heeft een groot schuldgevoel. Als ze de tijd terug kon draaien, had ze dat gedaan.

Het voorgaande sluit aan bij het reclasseringsrapport over verdachte van 17 september 2026. Daarin staat dat verdachte tijdens het reclasseringsonderzoek zichtbaar een geëmotioneerde indruk maakte wanneer over het ongeval werd gesproken. De gebeurtenis heeft een grote impact op haar gehad en zij ervaart nog altijd schuldgevoelens. Hoewel verdachte het gebeurde het liefst achter zich laat, erkent zij dat verdere verwerking nodig is en dat een EMDR-behandeling hierin helpend kan zijn. Op zitting heeft verdachte toegelicht dat ze inmiddels is doorverwezen voor EMDR en ook naar fysiotherapie voor de lichamelijke klachten die mogelijk komen door het trauma dat ze zelf aan het ongeval heeft overgehouden. Zij zal binnenkort ook de Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer (EMG) volgen. De reclassering adviseert het volwassenenstrafrecht toe te passen en een veroordeling zonder bijzondere voorwaarden. Interventies of toezicht zijn niet nodig en het herhalingsgevaar is laag.

Tot slot is van belang dat verdachte werkt als persoonlijk begeleider bij [werkgever] en zij haar auto nodig heeft voor haar werk.

Conclusie

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een hogere onvoorwaardelijke taakstraf dan geëist door de officier van justitie passend en geboden is. Gelet op de ernst van het feit zal de rechtbank een taakstraf opleggen van 100 uur, eventueel te vervangen door 50 dagen hechtenis. Gelet op de diepe, traumatische indruk die het ongeval op verdachte zelf heeft gemaakt, kan naar het oordeel van de rechtbank daarnaast worden volstaan met een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. De rechtbank zal een voorwaardelijke ontzegging opleggen van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een

ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 100 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen;

Bijkomende straf

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter, en mr. D.H. Hamburger en mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Andraws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 oktober 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

zij op of omstreeks 30 september 2025 te Breda, als verkeersdeelnemer, namelijk alsbestuurder van een personenauto, daarmede rijdende over de weg, de Buys Ballotstraat en/of de Doornboslaan en/of de Baliendijk, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,- gekomen bij een kruising met verkeerslichten en voorsorteerstroken - met een hogere snelheid te rijden dan ter plaatse verantwoord was, althans onvoldoende haar snelheid te minderen bij het benaderen van een kruispunt en/of geen gevolg te geven aan (een) verkeersteken(s) die/dat een gebod of verbod inhoud(t)(en), immers heeft zij, verdachte, niet de richting gevolgd die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevond aangaf, en/of is zij het stilstaande verkeer via rechts voorbij gereden en heeft zij haar aandacht niet voortdurend, althans in onvoldoende mate op de weg en/of op de verkeersgebruiker(s) naast zich en vóór haar gehouden en/of is zij zonder zich er voortdurend/voldoende van te vergewissen dat de weg welke verdachte wilde afleggen vrij was, niet gestopt voor een voor haar, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat (28 seconden) rood licht uitstraalde en/of heeft zij geen voorrang verleend aan een voor haar, verdachte, van links komendefietser waardoor zij, verdachte, in botsing/aanrijding is gekomen met voornoemde fietser waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een subdurale hematoom en/of een zware hersenschudding en/of een klaplong en/of een breuk in de onderarm en/of een breuk in de bovenarm en/of een gescheurde lever en/of een gebroken rib, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;(art. 6 Wegenverkeerswet 1994)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 30 september 2025 te Breda, als bestuurder van een personenauto, daarmede rijdende over de weg, de Buys Ballotstraat en/of de Doornboslaan en/of de Baliendijk,- gekomen bij een kruising met verkeerslichten en voorsorteerstroken - met een hogere snelheid heeft gereden dan ter plaatse verantwoord was, althans onvoldoende haar snelheid te heeft geminderd bij het benaderen van een kruispunt en/of geen gevolg heeft geven aan (een) verkeersteken(s) die/dat een gebod of verbod inhoud(t)(en), immers heeft zij, verdachte, niet de richting gevolgd die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevond aangaf, en/of is zij het stilstaande verkeer via rechts voorbij gereden en heeft zij haar aandacht niet voortdurend, althans in onvoldoende mate op de weg en/of op de verkeersgebruiker(s) naast zich en vóór haar gehouden en/of is zij zonder zich er voortdurend/voldoende van te vergewissen dat de weg welke verdachte wilde afleggen vrij was, niet gestopt voor een voor haar, verdachtes, rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat (28 seconden) rood licht uitstraalde en/of heeft zij geen voorrang verleend aan een voor haar, verdachte, van links komende fietser, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;(art. 5 Wegenverkeerswet 1994).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand