Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-130289-26, 02-128814-26, 02-192607-26 (gev.ttz).
Vonnis van de meervoudige kamer van 16 oktober 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,
ingeschreven op het [adres 1] ,
gedetineerd in het [locatie] ,
raadsman mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat te Roosendaal.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 oktober 2026, waarbij de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Daarnaast is mevrouw [reclasseringswerker] , reclasseringswerker bij Reclassering Nederland, als deskundige ter zitting gehoord.
De zaak met parketnummer 02-128814-26 is ter zitting overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering gevoegd bij de reeds eerder gevoegde zaken met de parketnummers 02-130289-26 en 02-192607-26.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, in chronologische volgorde op neer dat verdachte in Tilburg :
02-192607-26
op 22 januari 2026 een politiecel onbruikbaar heeft gemaakt;
02-128814-26
op 3 mei 2026 [benadeelde 1] heeft beledigd;
02-130289-26
op 3 mei 2026 buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: BOA) [benadeelde 2] heeft beledigd (feit 1), bedreigd (feit 2) en zich tegen hem heeft verzet waarbij die [benadeelde 2] letsel heeft opgelopen (feit 3).
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onbruikbaar maken van de politiecel, omdat de opzet hierop ontbrak bij verdachte (02-192607-26). De verdediging heeft ook vrijspraak bepleit voor de belediging van [benadeelde 1] , nu verdachte niet past in de signalementen van de dader (02-128814-26). De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor de bewezenverklaring van de drie feiten die betrekking hebben op BOA [benadeelde 2] (02-130289-26).
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
02-192607-26
Op 22 januari 2026 is door de politie aangifte gedaan van vernieling van een cel in het cellencomplex aan de [adres 2] . Voor de celdeur waar verdachte verbleef, lag een flinke bruine plas en stukjes ontlasting. In de cel waren er meerdere plekken waar ontlasting op de grond en op de muur zat. De ontlasting op de celdeur zat tot ongeveer één meter hoog. Rondom het toilet zat zowel op de muur als op de grond ontlasting. Op de foto’s in het dossier is dit ook te zien. Hierdoor is de cel onbruikbaar gemaakt.
De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de bevindingen van [verbalisant] over de op 22 januari 2026 op het cellencomplex in Tilburg ingesloten verdachte. Die zei omstreeks 10:00 uur over de intercom dat als hij niet mocht roken hij zijn hele cel onder zou poepen. Toen verdachte omstreeks 11:00 uur werd opgehaald voor transport bleek verdachte dit ook gedaan te hebben. Nu verdachte met dit “onder poepen” heeft gedreigd, de plekken waar de ontlasting is aangetroffen en de eigen verklaring van verdachte op de zitting van 24 juli 2026 dat hij heeft gesmeerd in de cel, staat het opzet van verdachte naar het oordeel van de rechtbank vast. Daarom kan het onbruikbaar maken van een politiecel wettig en overtuigend worden bewezen, zoals hierna onder 4.4. wordt weergegeven.
02-128814-26
Volgens [benadeelde 1] bij de Albert Heijn aan de Piusstraat in Tilburg trof hij op 3 mei 2026 omstreeks 9:00 uur een donkergetinte man met een tenger postuur bij het open staande emballage-apparaat. [benadeelde 1] legde uit dat ze bezig waren met onderhoud, waarop de man boos werd en hem uitschold voor “homo” en “nicht”. Medewerker vers [medewerker] liep omstreeks 09:00 uur het magazijn uit. Hij liep voorbij het emballageapparaat waar hij zag dat een donkergetinte man naar zijn collega schreeuwde. Hij hoorde de man meermaals 'homo' roepen en zag dat hij naar zijn collega keek terwijl hij dit zei. Op dat moment waren klanten in de winkel aanwezig. Aangever voelde zich door deze uitlatingen aangetast in zijn goede naam en eer. Omstreeks 09:05 uur kregen politiemensen de opdracht om naar de Albert Heijn aan de Piusstraat in Tilburg te gaan vanwege een conflict tussen een medewerker van de supermark en een man. De politiemensen troffen omstreeks 09.07 uur verdachte aan in de Koopvaardijstraat in Tilburg. Dat is volgens Google Maps een paar honderd meter van eerdergenoemde Albert Heijn. Verdachte verklaarde dat hij lege blikjes in de supermarkt wilde inleveren, maar dat de automaat op tilt sloeg waarna hij in een discussie terecht kwam met de medewerker van de supermarkt.
Gelet op het voorgaande kan de belediging van [benadeelde 1] wettig en overtuigend bewezen worden, zoals hierna onder 4.4. wordt weergegeven. Dat het door [benadeelde 1] en [naam] gegeven signalement op punten niet overeenkomt met verdachte is geen reden voor twijfel bij de rechtbank.
02-130289-26
Op 3 mei 2026 omstreeks 16:30 uur bevond verdachte zich in een bus van Arriva , lijn 6, op het busstation aan de Spoorlaan in Tilburg. [benadeelde 2] was die dag als BOA werkzaam bij [team] van Arriva . Hij was samen met twee collega’s naar de bus gekomen na een melding van een agressief persoon in de bus, waarbij de noodknop was ingedrukt.
Van de gebeurtenissen in de bus zijn camerabeelden gemaakt, die zijn beschreven en ter zitting getoond. Uit deze camerabeelden volgt dat verdachte in de bus agressief gedrag vertoont naar onder meer [benadeelde 2] . Aangever [benadeelde 2] heeft vervolgens aangifte gedaan van belediging, bedreiging en wederspannigheid met letsel ten gevolge.
Feit 1: bedreiging
De camerabeelden bevestigen de aangifte van [benadeelde 2] dat hij bedreigd is met de dood door verdachte. Op de camerabeelden is te horen dat verdachte op twee momenten respectievelijk zegt ”Ik stomp jou voor je smoel, steek je in je nek” en “Ik steek jou in je nek”. Daarom kan dit feit wettig en overtuigend bewezen worden, zoals hierna onder 4.4.4 wordt weergegeven.
Feit 2: wederspannigheid met lichamelijk letsel ten gevolge
Op camerabeelden is ook te zien dat verdachte na bedreigingen, maar ook na het hierna nog te bespreken beledigen en nog ander agressief gedrag richting met name [benadeelde 2] , wordt vastgepakt door [benadeelde 2] . Samen met collega’s brengt hij de tegenwerkende verdachte naar de grond. Daarna had [benadeelde 2] een gebogen pink, die hij niet kon strekken, en zat er een (geringe) zwelling en blauwe plek (hematoom) rondom PIP. Daarom kan dit feit wettig en overtuigend bewezen worden, zoals hierna onder 4.4. wordt weergegeven.
Feit 3: belediging
Camerabeelden bevestigen tot slot dat [benadeelde 2] door verdachte uitgescholden wordt met de woorden ‘kankerhomo, ‘homo’, ‘nicht’ en ‘mafkees’. Ook spuugt verdachte in de richting van [benadeelde 2] , maar dat is een belediging door feitelijkheden en alleen een mondelinge belediging is ten laste gelegd. Daardoor zal verdachte van het spugen (partieel) worden vrijgesproken. Feit 3 kan voor het overige wettig en overtuigend bewezen worden, zoals hierna onder 4.4 wordt weergegeven.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
02-192607-26 op 22 januari 2026 te Tilburg opzettelijk en wederrechtelijk een politiecel dat aan deNationale Politie toebehoorde, onbruikbaar heeft gemaakt;
02-128814-26 op 3 mei 2026 te Tilburg opzettelijk [benadeelde 1] , in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd door hem de woorden toe te voegen: 'homo' en 'nicht';
02-130289-26 1.
op 3 mei 2026 te Tilburg, [benadeelde 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [benadeelde 2] meermalen dreigend de woorden toe te voegen "Ik steek je in jouw nek", - terwijl dit feit werd gepleegd tegen die [benadeelde 2] in diens hoedanigheid van buitengewoon opsporingsambtenaar;
2.
op 3 mei 2026 te Tilburg, zich met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, [benadeelde 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar) werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten belast met de handhaving van de Wet personenvervoer 2000, door zijn lichaam (met kracht) in tegengestelde richting te bewegen dan in de richting waarin voornoemde [benadeelde 2] verdachte trachtte te geleiden, terwijl de met dit misdrijf gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een gebogen pink en een zwelling en hematoom rondom de PIP, bij die [benadeelde 2] ten gevolge hebben gehad;
3.op 3 mei 2026 te Tilburg opzettelijk een ambtenaar, te weten [benadeelde 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd door die [benadeelde 2] meermalen de woorden toe te voegen: "kankerhomo" en/ "homo" en "nicht" en "mafkees" .
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaar. Verdachte voldoet aan de harde criteria en zachte criteria voor oplegging van de ISD-maatregel.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt de rechtbank geen onvoorwaardelijke ISD-maatregel op leggen, omdat niet is voldaan aan de zachte criteria nu nog niet alle behandelmogelijkheden zijn uitgeput. De verdediging bepleit diagnostisch onderzoek naar verdachte binnen het kader van een voorwaardelijke ISD-maatregel met begeleid wonen, reclasseringscontact en ambulante behandeling, eventueel met een opname van zeven weken bij middelengebruik.
Het oordeel van de rechtbank
Ernst van de feiten
Verdacht heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Hij heeft een medewerker van Albert Heijn beledigd en later op diezelfde dag een BOA bedreigd, beledigd en zich verzet met letsel tot gevolg bij deze BOA. Uit de toelichting van de BOA bij zijn vordering benadeelde partij blijkt dat hij tot op heden nog (pijn)klachten ervaart en het onzeker is of de pink volledig zal herstellen. Dit alles is gebeurd in een bus waarin zich nog andere passagiers bevonden, die ook met het agressieve gedrag van verdachte werden geconfronteerd. Eerder heeft verdachte een politiecel onbruikbaar gemaakt door deze met zijn ontlasting te besmeuren. Met zijn handelen heeft verdachte blijk gegeven van een gebrek aan respect voor anderen, het openbaar gezag en het eigendom van de politie.
Persoon van de verdachte
Verdachte heeft een uitgebreid strafblad met veroordelingen voor voornamelijk vermogens- en geweldsdelicten, waarbij ook onvoorwaardelijke gevangenisstraffen zijn opgelegd. Deze straffen hebben verdachte er niet van weerhouden opnieuw de fout in te gaan. Dat sluit ook aan bij het rapport van de reclassering over verdachte van 26 augustus 2026.
De reclassering concludeert in voornoemd rapport dat verdachte een uitgebreid strafblad van voornamelijk vermogens- en geweldsdelicten heeft en inmiddels voldoet aan de criteria voor een ISD maatregel. De reclassering ziet criminogene risicofactoren in de al decennialang bestaande verslaving aan harddrugs en alcohol en in het psychosociaal functioneren, wat heeft geleid tot maatschappelijke teloorgang. Verdachte is al jarenlang dakloos en eerdere plaatsingen in een beschermde of begeleide woonvorm zijn mislukt. Hij heeft niet de wens om abstinent te raken van harddrugs. Ook eerdere reclasseringstoezichten en hulpverleningstrajecten, zowel in een vrijwillig als in een gedwongen kader, zijn beëindigd door het (verbaal) agressieve gedrag en zelfbepalende houding van verdachte. Verouderde diagnostiek spreekt van een licht verstandelijke beperking en schizofrenie, maar recente diagnostiek ontbreekt, omdat verdachte weigerde daar aan mee te werken. Er is tevens sprake van problemen in de impuls- en emotiebeheersing. Alleen een langdurig verblijf in een gedwongen setting met veel structuur biedt nog kansen volgens de reclassering.
Van andere interventies kan geen gedragsverandering worden verwacht. Daarnaast is de maatregel gewenst ter beveiliging van de maatschappij. Verdachte voldoet aan de formele vereisten (aantal feiten/veroordelingen) en een minder stringent kader biedt geen perspectief. Het risico op zowel recidive als geweld als het onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als hoog. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een ISD-maatregel.
Deskundige mevrouw [reclasseringswerker] van de reclassering heeft op zitting toegelicht dat het ontbreken van actuele diagnostiek haar ISD-advies niet anders maakt. Binnen het kader van de ISD-maatregel kan juist nader onderzoek worden gedaan naar de problematiek van verdachte en naar passende behandeling en/of medicatie.
De ISD-maatregel
De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan alle eisen die de wet aan het opleggen van een ISD-maatregel stelt. Voor de bewezen verklaarde misdrijven onder parketnummer 02-192607-26 (onbruikbaar maken cel) en de feiten 1 en 2 van parketnummer 02-130289-26 (bedreiging en wederspannigheid) is voorlopige hechtenis toegelaten en verdachte is in de vijf jaren voorafgaand aan dit misdrijf ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld. Bovendien zijn deze misdrijven begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Daarnaast is voldaan aan de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers, nu over een periode van vijf jaren meer dan tien processen-verbaal tegen verdachte zijn opgemaakt, waarvan tenminste één in het afgelopen kalenderjaar. Ook blijkt uit het reclasseringsadvies dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan en dat de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist. Dat betekent dat aan verdachte een ISD-maatregel kan worden opgelegd.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de oplegging van een ISD-maatregel passend en geboden is. De ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van recidive. Daarnaast kan tijdens de maatregel worden gewerkt aan de problematiek van verdachte. Op grond van het reclasseringsrapport concludeert de rechtbank dat een minder ingrijpend kader niet voorhanden is om tot een blijvende gedragsverandering te komen.
De rechtbank volgt de verdediging niet in haar standpunt dat eerst alle behandelmogelijkheden moeten zijn uitgeput. De wet stelt deze eis niet. Ook het ontbreken van actuele diagnostiek is geen belemmering. Overigens heeft verdachte op zitting expliciet verklaard daar geen meerwaarde in te zien.
De rechtbank zal verdachte een ISD-maatregel opleggen voor de duur van twee jaar zonder aftrek van voorarrest voor de bewezen verklaarde misdrijven onder parketnummer 02-192607-26 (onbruikbaar maken cel) en de feiten 1 en 2 van parketnummer 02-130289-26 (bedreiging en wederspannigheid).
Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel
Voor de twee tenlastegelegde beledigingen (feit 3 van parketnummer 02-130289-26 en 02-128814-26) geldt dat geen voorlopige hechtenis is toegelaten. Hiermee voldoen deze feiten niet aan de eisen zoals gesteld in artikel 38m Sr en kunnen deze feiten dus niet mede ten grondslag liggen aan de oplegging van de ISD-maatregel.
In de omstandigheid dat de rechtbank ten aanzien van de overige bewezenverklaarde feiten de ISD-maatregel aan verdachte zal opleggen, ziet de rechtbank aanleiding om ten aanzien van de bewezen verklaarde beledigingen, toepassing te geven aan het bepaalde in art. 9a Sr.
7. De vorderingen van de benadeelde partijen
02-192607-26
De benadeelde partij Nationale Politie vordert een schadevergoeding van € 110,75 aan materiele schade voor het feit met parketnummer 02-192607-26. Dit bedrag bestaat uit € 90,75 aan schoonmaakkosten en € 20,- aan administratiekosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.
Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf 22 januari 2026.
De rechtbank zal daarnaast de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
02-130289-26 feit 2
De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft een voegingsformulier als benadeelde partij ingediend, maar daarop zijn geen schadebedragen gemeld. De benadeelde partij heeft ter zitting toegelicht niet volledig te zijn hersteld en zijn opgelopen schade op een later moment in een keer op verdachte te willen verhalen. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9a, 36f, 38m, 38n, 57, 63, 181, 266, 267, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. Beslissing
02-192607-26
02-128814-26
02-130289-26
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
- opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken;
- belediging;
- verklaart verdachte strafbaar;
- gelast de plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaar;
- bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd ten aanzien van het onder feit 3 van parketnummer 02-130289-26 en het onder parketnummer 02-128814-26 bewezenverklaarde feit;
Benadeelde partijen
02-192607-26
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij de Nationale Politie van € 110,75 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 22 januari 2026 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Nationale Politie, € 110,75 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 22 januari 2026 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 1 dag gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
02-130289-26 feit 2
- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Faouzi voorzitter,
en mr. D.H. Hamburger en R. J.H. de Brouwer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E. Andraws, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 oktober 2026.
De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
02-192607-26
hij op of omstreeks 22 januari 2026 te Tilburg opzettelijk en wederrechtelijk een
politiecel, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan
Nationale Politie toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
02-128814-26
hij op of omstreeks 3 mei 2026 te Tilburg, opzettelijk [benadeelde 1] , in zijn/haar/hun
tegenwoordigheid, mondeling, heeft beledigd door hem/haar/hun de woorden toe te voegen: 'homo' en/of 'nicht', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking
( art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
02-130289-26
1hij op of omstreeks 3 mei 2026 te Tilburg, [benadeelde 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door- die [benadeelde 2] meermalen, althans eenmaal dreigend de woorden toe te voegen "Ik steek je neer" en/of "Ik ga je kapot steken" en/of "Ik steek je in jouw nek", althans woorden van gelijkende dreigende aard of strekking en/of- daarbij zwaaiende en/of stekende bewegingen te maken met een paraplu in de richting van die [benadeelde 2] ,terwijl dit feit werd gepleegd tegen die [benadeelde 2] in diens hoedanigheid van buitengewoon opsporingsambtenaar;( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 285 lid 5 Wetboek van Strafrecht )
2hij op of omstreeks 3 mei 2026 te Tilburg, zich met geweld en/of bedreiging met geweld,heeft verzet tegen een ambtenaar, [benadeelde 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar) werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te wetenbelast met de handhaving van de Wet personenvervoer 2000 en/of ter aanhoudingvan verdachte, door zijn lichaam (met kracht) in tegengestelde richting te bewegen dan in derichting waarin voornoemde [benadeelde 2] verdachte trachtte te geleiden terwijl dit misdrijf en/of de daarmee gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een gebogen pink en/of een zwelling en hematoom rondom de PIP, bij die [benadeelde 2] ten gevolge heeft gehad;( art 181 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
3hij op of omstreeks 3 mei 2026 te Tilburg opzettelijk een ambtenaar, te weten [benadeelde 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door- die [benadeelde 2] meermalen, althans eenmaal de woorden toe te voegen: "kankerhomo" en/of "homo" en/of "nicht" en/of "mafkees" althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of- te spugen in de richting van die [benadeelde 2] ;( art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 267 lid 1 ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht )