Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-015367-22
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 16 oktober 2026 met betrekking tot verlenging van terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,
thans verblijvende in de tbs-kliniek FPC [kliniek 1] ,
hierna: betrokkene,
raadsman mr. A.A. Nunnikhoven, advocaat te Tilburg .
1. Inleiding
Bij beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 oktober 2022 is betrokkene
veroordeeld tot terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna: tbs) wegens poging tot doodslag en een mishandeling.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste
lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs is op 18 oktober 2022 aangevangen. Bij beslissing van deze rechtbank van
22 oktober 2024 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van twee jaren.
2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 3 september 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 2 oktober 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. S. Wilt-Withfield, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman A.A. Nunnikhoven, advocaat te Tilburg. Voorts is als deskundige gehoord de heer [deskundige] , Verpleegkundig Specialist GGZ en coördinerend regiebehandelaar bij Fivoor FPC [kliniek 1] .
3. Adviezen
Advies instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 13 augustus 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met 2 jaar. De heer [betrokkene] lijdt aan schizofrenie en is daarbij chronisch psychotisch. De psychose wordt gekenmerkt door grootheids- en achterdochtige wanen, hallucinaties en desorganisatie; verder zijn er negatieve symptomen, bestaande uit verminderde zelfredzaamheid en selectieve gerichtheid op primaire behoeftes. De hallucinaties zijn
imperatief van karakter en gaan gepaard met agressieve impulsdoorbraken en suïcidale ideaties.
Door een combinatiebehandeling van clozapine en aripiprazol vertoont betrokkene een significante verbetering in zijn globale functioneren, waardoor de indicatie voor elektroconvulsietherapie (ECT) is komen te vervallen. Hij is actiever en meer ontspannen, maar soms ook volledig in zijn psychotische belevingswereld. Ondanks dit gegeven blijft er toch sprake van een verbetering van zijn globale functioneren en is zijn EVBG-status opgeheven en is hij op 3 februari 2025 intern over geplaatst naar [afdeling 1] , een kleine zorgafdeling met intensieve hand-in-handbegeleiding. Ondanks dat betrokkene vroegsignalen, zoals hallucinaties, goed kan herkennen en kan aangeven dat hij dan beter
op zijn kamer kan blijven, hebben er toch enkele incidenten plaatsgevonden. Vanaf eind 2025 neemt hij deel aan recreatieve activiteiten en arbeid buiten de afdeling, waarbij telkens vooraf het risico op incidenten wordt ingeschat voordat wordt besloten dat hij op dat moment in staat is om daar aan deel te nemen. Op 16 maart 2026 is betrokkene opnieuw overgeplaatst, hetgeen goed is verlopen. Inmiddels is hij een half jaar incidentvrij, maar voor stabiel functioneren blijft hij afhankelijk van intensieve begeleiding binnen een structurerend en begrenzend milieu op een kleinschalige afdeling. Het risico op gewelddadig gedrag wordt nog altijd ingeschat als hoog. De instelling is van mening dat een langdurige intensieve behandeling op een hoog beveiligingsniveau noodzakelijk is om het recidiverisico te kunnen beteugelen.
Gezien de ernst van de problematiek, die vooralsnog therapieresistent is gebleken, wordt de kans dat daadwerkelijk een resocialisatietraject kan worden ingezet als laag ingeschat. De uit de problematiek voortvloeiende risicofactoren zijn immers onbewerkbaar gebleken. Nu betrokkene langere tijd stabiel functioneert zullen de mogelijkheden wat betreft langdurige intensieve zorg onderzocht worden met de nadruk op kwaliteit van leven. Hij zal hiervoor worden aangemeld bij de longcare-voorziening [afdeling 2] van de [kliniek 2] .
Intensieve begeleiding, duidelijkheid en structuur is noodzakelijk om het hoge recidiverisico te beheersen. Een dergelijk traject overschrijdt de duur van twee jaar, waardoor wordt geadviseerd de maatregel met twee te verlengen.
Ter zitting heeft de heer [deskundige] daaraan nog het volgende toegevoegd. Betrokkene heeft meerdere stappen gezet in zijn behandeling; hij is van niveau 4 naar niveau 2 gegaan. De risico’s en klachten van betrokkene blijven echter wel bestaan en nemen bij oplopende druk bij betrokkene toe. Op de longcare afdeling waarvoor betrokkene is aangemeld kunnen ze mensen met de problematiek van betrokkene begeleiden. Op 22 oktober 2026 heeft hij een intakegesprek en zal blijken of betrokkene wordt geaccepteerd. De wachttijden zijn lang en ook op het moment dat iemand aangenomen is, kan het nog langere tijd in beslag nemen. Dat is ook de reden waarom wordt geadviseerd de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen.
Adviezen (externe) gedragsdeskundigen
Advies psychiater
In het rapport van [psychiater] , d.d. 25 juni 2026 staat dat betrokkene lijdende is aan een schizofreniespectrumstoornis, een stoornis in het gebruik van cannabis, alcohol en een stimulantium, alle in remissie in gereguleerde omstandigheden, en zwakbegaafdheid. Het risico op gewelddadig gedrag zal zonder het huidige tbs-kader zeer waarschijnlijk snel oplopen naar hoog. Betrokkene heeft nog een lange weg te gaan in zijn behandeltraject. Het valt niet te verwachten dat binnen één jaar het bevel tot dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd kan worden. Gelet op de huidige fase van het traject - betrokkene is nog steeds afhankelijk van intensieve zorg en hand-in-hand-begeleiding om geweld en ontregeling te voorkomen, hij heeft nog zeer beperkte vrijheden binnen de kliniek, laat staan dat hij verlof heeft kunnen opbouwen -, is het advies om de maatregel van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.
Advies psycholoog
[psycholoog] , GZ-psycholoog heeft in haar rapport d.d. 4 september 2026 de door de psychiater vastgestelde stoornissen bevestigd. Bij het wegvallen van de maatregel wordt het risico op gewelddadig gedrag ingeschat als hoog. Gezien de huidige fase van het traject, waarin een resocialisatietraject en verlofafspraken nog helemaal niet aan de orde zijn, wordt geadviseerd de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen. Betrokkene is vanwege de genoemde problematiek sterk afhankelijk van de behandelsetting waar hij nu verblijft. Er is blijvende alertheid en ondersteuning van het behandelteam nodig om zo stabiel mogelijk te kunnen functioneren. Gezien het chronische karakter van zijn problematiek moet bovendien rekening worden gehouden met een blijvende behoefte aan langdurige, hoog gestructureerde zorg, waarin begeleiding, behandeling, toezicht en beveiliging duurzaam kunnen worden geboden.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting gebleven bij de vordering de tbs met 2 jaar te verlengen.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene heeft op zitting verklaard dat hij er wel vrede mee heeft als hij naar de longcare-voorziening wordt overgeplaatst. Als hij daar zijn best doet, kan hij in de toekomst het RIBW-traject ingaan.
De verdediging heeft op zitting primair verzocht de vordering af te wijzen en subsidiair om de tbs met een jaar te verlengen. Betrokkene laat minder agressie zien, heeft een manier gevonden om met de stemmen in zijn hoofd om te gaan en heeft meer vrijheden dan voorheen het geval was. Het is voor betrokkene belangrijk om een stip op de horizon te houden.
5. Beoordeling
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.
Uitgangspunt is dat er verlengd dient te worden met twee jaren, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling niet binnen een jaar gereed zou zijn, tenzij er in het specifieke geval aanleiding is om van dit uitgangspunt af te wijken. De rechtbank stelt vast dat betrokkene het afgelopen halfjaar een positieve ontwikkeling en duidelijke verbetering heeft laten zien. Voor deze gunstige trend complimenteert de rechtbank betrokkene. Gelet op de adviezen van de instelling en de deskundigen is de rechtbank echter van oordeel dat er thans onvoldoende grond is om af te wijken van het uitgangspunt en te beslissen tot een verlenging met slechts één jaar. Betrokkene heeft op 22 oktober 2026 een intakegesprek voor de longcare-voorziening [afdeling 2] van de [kliniek 2] . Gelet op de wachttijden bij de betreffende voorziening en de nodige tijd die na een eventuele acceptatie verstrijkt voordat een feitelijke plaatsing kan plaatsvinden, is een behandeling van langere duur onvermijdelijk. Om het ingezette positieve traject een stabiel vervolg te geven en de vereiste continuïteit te waarborgen, zal de rechtbank de terbeschikkingstelling met twee jaar verlengen.
6. Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. R.J.H. de Brouwer voorzitter en mr. D.H. Hamburger en mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van K. van Rijs, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 oktober 2026.