Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-293109-21
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 02 oktober 2026 met betrekking tot de verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
verblijvende in Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) [kliniek 1] te [plaats 1] ,
hierna: betrokkene,
raadsman mr. B.J.P. van Gils, advocaat te Tilburg.
1. Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank van 6 oktober 2022 is betrokkene voor onder meer zware
mishandeling veroordeeld tot een terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden.
De rechtbank constateert dat het in deze zaak voor zover het de zware mishandeling betreft,
gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs met voorwaarden is aangevangen op 6 oktober 2022. Bij beslissing van deze rechtbank van 16 oktober 2024 is de tbs met voorwaarden laatstelijk verlengd voor een termijn van twee jaren.
2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 13 augustus 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met voorwaarden. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
Ter zitting van 2 oktober 2026 is de officier van justitie mr. S. Wilt-Withfield gehoord. Ook is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. B.J.P. van Gils, advocaat te Tilburg. Verder zijn mevrouw [reclasseringswerker] , reclasseringswerker, en [psychiater] , psychiater, als deskundigen gehoord.
3. Adviezen
Advies reclassering
Uit het rapport van de reclassering van 24 juli 2026 leidt de rechtbank af dat betrokkene is gediagnosticeerd met schizofrenie, stoornis in alcoholgebruik, in remissie en een stoornis in cannabisgebruik, in langdurige remissie. De tbs-maatregel is gestart op 6 oktober 2022 met een opname bij [kliniek 2] te [plaats 2] . Deze opname is niet goed verlopen waardoor is besloten hem in november 2023 over te plaatsen naar [kliniek 3] te [plaats 3] . Op
6 november 2025 is betrokkene opgenomen bij FPA [kliniek 1] , [afdeling] , omdat hij klaar was om naar een lager beveiligingsniveau te gaan. Tot op heden verblijft hij hier. Inmiddels is er een woonprofiel opgemaakt en is betrokkene aangemeld bij IFZ om een indicatie aan te vragen voor een beschermde woonvorm. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag. Geadviseerd wordt de tbs met voorwaarden te verlengen voor de duur van één jaar. Betrokkene verblijft nog klinisch en hij moet nog resocialiseren naar een beschermde woonvorm. De reclassering wil het komende jaar gebruiken om een juiste plek voor betrokkene te vinden en te bezien of hij zich daar staande kan houden en zijn medicatie, zoals voorgeschreven, blijft innemen. De wens is dat betrokkene in een gedegen woonomgeving met begeleiding verblijft, alvorens de maatregel wordt beëindigd. Betrokkene zal blijvende woonbegeleiding binnen de GGZ nodig hebben, ook in de toekomst.
Ter zitting heeft de deskundige [reclasseringswerker] daaraan nog het volgende toegevoegd. Het woonprofiel is in juni 2026 opgemaakt door [kliniek 1] . Hieruit kwam naar voren dat er een beschermde woonvorm gezocht moest worden met begeleiding nabij. DIZ heeft betrokkene aangemeld bij RIBW Brabant. Betrokkene is hier afgewezen omdat het indexdelict daar heeft plaatsgevonden. Betrokkene is vervolgens eind juli 2026 aangemeld bij [GGZ-instelling] . Hier zal hij eind november een intakegesprek hebben. De Wlz (Wet langdurige zorg) indicatie is inmiddels afgegeven door het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) en betrokkene krijgt een mentor. Er is dus sprake van een andere situatie dan ten tijde van het opmaken van het advies. De reclassering vindt ook dat betrokkene thuis hoort in de reguliere GGZ, hetgeen maakt dat de verlenging van de tbs met voorwaarden niet langer nodig is. Zolang er nog geen plek is voor betrokkene in een vervolgvoorziening op grond van de Wlz, kan hij met de indicatie zijn tijd overbruggen bij [kliniek 1] .
Advies psychiater
In het rapport van [psychiater] van 28 mei 2026 staat dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie. Tevens is sprake van enig cognitief verval ten gevolge van schizofrenie. De verslavingsproblematiek is binnen het lopende traject in remissie, in een gereguleerde omgeving. Vanwege de bereikte stabiliteit is de inschatting dat het risico op gewelddadig gedrag binnen de huidige context laag zal zijn. Bij het wegvallen van de nodige structuur, ondersteuning, holding en passende uitstroom zal het risico op gewelddadig gedrag op den duur oplopen tot matig/hoog. Zolang er sprake is van een stabiel functioneren, in de zin dat de positieve symptomen adequaat onder controle zijn door antipsychotische medicatie en dat betrokkene abstinent is, is er geen sprake van een verhoogd risico. De voorgeschiedenis heeft laten zien dat betrokkene een behoorlijke mate van holding en ondersteuning nodig heeft om stabiel te blijven functioneren. Beschermd wonen met voldoende nabijheid van de begeleiding, het liefst in de buurt van zijn moeder, lijkt een passend uitstroommodel. Het is van belang dat er een woonprofiel wordt opgesteld en men op zoek gaat naar een gepaste woonplek voor betrokkene, waar hij met een WLZ-indicatie (of een vergelijkbare indicatie) kan blijven wonen. De psychiater is van mening dat de onderhavige casus thuishoort in de regulier GGZ, dat het risico in de context ‘in zorg’ al lange tijd laag is en dat betrokkene met een zorgmachtiging (indien hij deze krijgt) voorlopig kan blijven op [afdeling] , totdat hij uitstroomt naar een gepaste woonsetting. Door de psychiater wordt geadviseerd de tbs-maatregel niet te verlengen.
Ter zitting is de psychiater bij zijn advies de tbs-maatregel niet te verlengen gebleven.
Betrokkene is voldoende gestabiliseerd en als hij voldoende zorg en ondersteuning krijgt zijn er geen risico’s op gewelddadig gedrag. Ook bij het wegvallen van de tbs zijn er voldoende waarborgen om het risico beperkt te houden. Het is wel belangrijk dat betrokkene niet tussen wal en schip valt, in die zin dat het van belang is dat hij in [kliniek 1] kan blijven tot het moment dat hij kan doorstromen. De psychiater is – anders dan uit zijn eerdere advies naar voren komt – met de reclassering van mening dat een zorgmachtiging daarvoor niet noodzakelijk is.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie verzoekt om afwijzing van de vordering. Met de nodige hulp in het kader van de Wlz wordt het recidiverisico tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene heeft op zitting verklaard dat het goed met hem gaat, dat hij zijn medicatie trouw inneemt en dat hij dit ook zal blijven doen. Hij heeft dagbesteding en de verloven verlopen goed. Hij denkt dat het goed is dat hij naar [GGZ-instelling] gaat. Wat hem betreft hoeft de tbs-maatregel niet meer te worden verlengd.
De verdediging heeft op zitting verzocht de vordering af te wijzen. Er is een passend alternatief voorhanden en het recidiverisico is tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht, waardoor een verlenging van de tbs-maatregel niet langer noodzakelijk is.
5. Beoordeling
De tbs-maatregel van betrokkene kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen dat eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens.
De rechtbank stelt op basis van de rapporten en de toelichting daarop ter zitting vast dat er bij betrokkene nog steeds een stoornis aanwezig is. Ook staat vast dat betrokkene vanwege de aard en ernst van zijn psychiatrische problematiek blijvend aangewezen zal zijn op zorg.
Vanwege de bereikte stabiliteit op alle gebieden wordt het recidiverisico ingeschat als laag.
De vraag die aan de rechtbank voorligt is of de tbs met voorwaarden moet worden verlengd of dat de noodzakelijke zorg, begeleiding en toezicht ook mogelijk is buiten het kader van de tbs met voorwaarden. In dat verband overweegt de rechtbank dat de indicatie op grond van de Wlz inmiddels door het CIZ is afgegeven. Met deze indicatie kan betrokkene geplaatst worden op een vervolgplek waarbij hij de benodigde zorg zal blijven ontvangen. Met de deskundigen is de rechtbank van oordeel dat het huidige (lage) recidiverisico binnen dit zorgkader op een verantwoorde wijze kan worden ondervangen. Mocht er niet direct plaats zijn binnen een vervolgvoorziening, dan kan de tussenliggende periode op basis van de afgegeven indicatie worden overbrugd bij [kliniek 1] .
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, niet langer meer eist dat de tbs met voorwaarden wordt verlengd. De vordering van de officier van justitie wordt dan ook afgewezen.
6. Beslissing
De rechtbank:
wijst af de vordering van de officier van justitie.
Deze beslissing is genomen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter en mr. R.J.H de Brouwer en mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van K. van Rijs, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 oktober 2026.
De jongste rechter is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.