ECLI:NL:RBZWB:2026:10175

ECLI:NL:RBZWB:2026:10175

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-10-2026
Datum publicatie 20-10-2026
Zaaknummer 02-094179-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor poging tot zware mishandeling en overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte heeft als automobilist gedurende geruime tijd zeer gevaarlijk rijgedrag vertoond. Gelet op de ernst van de problematiek van verdachte en het gevaar dat verdachte voor anderen oplevert, wordt een tbs met verpleging van overheidswege noodzakelijk geacht om de kans op herhaling tot een voor de maatschappij aanvaardbaar niveau terug te brengen. Het is de meest passende maatregel, omdat de rechtbank, met de deskundigen, van oordeel is dat er geen reëel alternatief is. Naast de maatregel zal aan verdachte een gevangenisstraf van zeven maanden met aftrek van het voorarrest worden opgelegd.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-094179-25

Parketnummer TUL: 01-222429-22

Vonnis van de meervoudige kamer van 20 oktober 2026

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie] ,

raadsvrouw mr. M.A. Stoffijn, advocaat te Waalwijk.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 7 mei 2026. Bij tussenvonnis van 21 mei 2026 is het onderzoek heropend. Op 6 oktober 2026 heeft de nadere inhoudelijke zitting plaatsgevonden, waarbij de officier van justitie mr. J. Verschuren en de verdediging hun standpunten aanvullend kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

Feit 1: zich schuldig heeft gemaakt aan poging doodslag, dan wel het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, meermalen gepleegd;

Feit 2: zodanig heeft gereden dat hij de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden, waardoor andere weggebruikers gevaar liepen op de dood of zwaar lichamelijk letsel.

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 ten laste gelegde poging doodslag op [benadeelde 1] en het onder 2 ten laste gelegde veroorzaken van ernstige gevaarzetting in het verkeer. De ten laste gelegde poging doodslag dan wel poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel ten aanzien van [benadeelde 2] en [benadeelde 3] acht hij niet wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen voor het onder 1 ten laste gelegde. Er is geen sprake geweest van (voorwaardelijk) opzet op de dood van of het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan verbalisanten [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 1] . Het onder 2 ten laste gelegde kan wel wettig en overtuigend bewezen worden.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feiten en omstandigheden

Op basis van het dossier stelt de rechtbank het volgende vast. Bij een staandehouding op 25 maart 2025 rijdt verdachte weg van de politie, waarna een achtervolging plaatsvindt door verbalisant [benadeelde 1] . Bij deze achtervolging maakt verbalisant [benadeelde 1] gebruik van het stopteken en de optische en geluidssignalen. Op de Midden-Brabantweg neemt verdachte op het laatste moment een afslag. Daarbij rijdt hij over het puntstuk en vlak voor een achteropkomende auto langs.

Op de A59 rijdt verdachte over de vluchtstrook en passeert het verkeer op rijstrook 2 rakelings. De afstand tussen het voertuig van verdachte en de politieauto is dan ongeveer 75 meter. Het voertuig van verdachte steekt ineens vanuit de vluchtstrook schuin rijstrook 2 over en remt uit het niets zeer hard vanuit een snelheid van ongeveer 150 kilometer per uur. Verbalisant [benadeelde 1] moet zijn remmen volledig intrappen waardoor het anti-blokkeer-systeem van zijn dienstvoertuig wordt geactiveerd en ziet dat hij met enkel remmen een aanrijding niet kan voorkomen, waardoor hij tevens moet uitwijken.

Op de Overstortweg in Drunen overschrijdt verdachte de maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Verdachte verklaart daar 90 kilometer per uur te hebben gereden. Verbalisanten [benadeelde 2] en [benadeelde 3] hadden met een politievoertuig een wegblokkade opgezet. Verdachte vermindert bij het passeren van deze wegblokkade onvoldoende snelheid.

Feit 1 ten aanzien van verbalisant [benadeelde 1]

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte onverwachts op de snelweg zeer hard geremd heeft, terwijl hij wist dat hij op dat moment door de politie op hoge snelheid van ongeveer 150 kilometer per uur en op korte afstand werd achtervolgd. De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of het handelen van verdachte gekwalificeerd moet worden als poging tot doodslag dan wel poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank stelt voorop dat niet is gebleken dat verdachte de intentie (het volle opzet) heeft gehad om verbalisant [benadeelde 1] van het leven te beroven. Ten aanzien van het voorwaardelijk opzet op de dood van [benadeelde 1] is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen of, en in welke mate een dodelijke afloop (voor [benadeelde 1] in de achterop rijdende auto) van het ongeval waarschijnlijk was. De impact van een mogelijke aanrijding zal groot geweest zijn. Het is echter onduidelijk hoe groot de kans op overlijden van de agent hierbij was. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de onder 1 ten laste gelegde poging doodslag.

De rechtbank acht evenwel wel bewezen dat de kans dat [benadeelde 1] hierdoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk was. Verdachte wist ook dat de politie kort achter hem reed en heeft verklaard dat hij juist mede daarom remde. Naar eigen zeggen tot ongeveer 30 à 40 kilometer per uur. Volgens hem had de agent een rijopleiding gehad en had hij voldoende afstand moeten nemen. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hieruit dat verdachte zich bewust was van het gevaar dat zijn plotselinge remmen voor de achtervolgende agent opleverde, maar hij de verantwoordelijkheid voor het voorkomen van een aanrijding bij die agent legde. Verdachte heeft desondanks bewust zeer hard geremd en heeft daarmee de aanmerkelijke kans dat door zijn toedoen een ongeluk zou ontstaan waarbij [benadeelde 1] zwaar lichamelijk letsel zou oplopen willens en wetens aanvaard. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van de onder 1 ten laste gelegde poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Feit 1 ten aanzien van verbalisanten [benadeelde 2] en [benadeelde 3]

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om vast te kunnen stellen of er sprake was een aanmerkelijke kans op de dood dan wel het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel ten aanzien van verbalisanten [benadeelde 2] en [benadeelde 3] . Verdachte zal hier dan ook van worden vrijgesproken.

Feit 2

Op grond van de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht, acht de rechtbank bewezen dat verdachte de verkeersregels opzettelijk in ernstige mate heeft geschonden. Verdachte heeft, terwijl hij in zijn auto probeerde te ontkomen aan zijn aanhouding door de politie, de maximumsnelheid meerdere malen aanzienlijk overschreden, op het laatste moment een afslag genomen waarbij hij vlak voor een achteropkomende auto langs reed, ander verkeer rakelings gepasseerd en op hoge snelheid plotseling zeer hard geremd terwijl hij wist dat de politie kort achter hem reed. Hij stak daarbij meerdere malen zijn middelvinger naar de politie op. Daarnaast is hij met hoge snelheid op een stilstaand voertuig afgereden, zonder te remmen of uit te wijken. Verdachte heeft ook bekend dat hij meerdere verkeersovertredingen heeft begaan en verklaarde daarbij dat hij, als hij boos is, voor niemand stopt. Deze gedragingen leveren in onderlinge samenhang een ernstige schending van de verkeersregels op. Door dit rijgedrag was bovendien levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten. Er was sprake van een concreet gevaar voor aanrijdingen die, gelet op de gereden snelheden, naar algemene ervaringsregels tot dodelijk of zwaar lichamelijk letsel konden leiden. Het vorenstaande maakt dat de rechtbank het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen acht.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 25 maart 2025 in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- als bestuurder van een personenauto vanuit een hoge snelheid zeer hard te remmen, waardoor die [benadeelde 1] , moest uitwijken om een aanrijding te voorkomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op 25 maart 2025 in Nederland als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een personenauto, daarmee rijdende op meerdere wegen, waaronder in ieder geval de A59 en de Overstortweg, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door

- meermaals overschrijden van de krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde maximumsnelheid, en

- op het laatste moment een afslag te nemen, en

- meermaals rakelings passeren van overig verkeer, en

- vanuit een hoge snelheid op de rijbaan zeer hard te remmen, waardoor het overige verkeer moest uitwijken om een aanrijding te voorkomen, en

- onvoldoende snelheid, te verminderen bij een wegblokkade,

door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek van het voorarrest, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden en oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna: tbs met dwangverpleging). Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd om aan verdachte een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt verdachte geen maatregel van tbs met dwangverpleging op te leggen. De maatregel van tbs met dwangverpleging is een ultimum remedium die enkel behoort te worden ingezet als alternatieve mogelijkheden zijn benut en uitgeput. Het is niet passend en billijk om verdachte te veroordelen tot een maatregel van tbs met dwangverpleging nu er geen duidelijkheid bestaat over de alternatieven. Verdachte kan langdurige zorg ontvangen middels de afgegeven Wlz-indicatie. Verzocht wordt te volstaan met oplegging van een gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke rijontzegging.

Het oordeel van de rechtbank

Ernst van de feiten

Verdachte heeft als automobilist gedurende geruime tijd zeer gevaarlijk rijgedrag vertoond. Hij heeft met zeer hoge snelheid gereden op de autosnelweg, heeft andere auto’s rakelings gepasseerd, onvoldoende snelheid geminderd bij een wegblokkade en abrupt geremd, waardoor een politieagent die kort achter hem reed moest uitwijken om een aanrijding te voorkomen. Hij heeft meerdere verkeersregels in ernstige mate overtreden waardoor groot gevaar voor andere verkeersdeelnemers is ontstaan. Verdachte heeft zich door zo te handelen onverschillig getoond voor de veiligheid van anderen en zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer op grove wijze veronachtzaamd.

Persoon van verdachte

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld, waaronder voor meerdere Opiumwetfeiten en huiselijk geweld. Verdachte liep ten tijde van de delicten op 25 maart 2025 in een proeftijd waaraan bijzondere voorwaarden waren verbonden (01-222429-22). De eerdere veroordelingen hebben verdachte niet weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Uit het advies van [de psychiater] van 10 maart 2026 volgt dat verdachte een genetische stoornis heeft, licht tot matig verstandelijk beperkt is en ADHD en autistische kenmerken heeft. Verder is sprake van een stoornis in het gebruik van hallucinogenen LSD en ketamine, dat nu in gedwongen remissie is. Het agressieve en onverantwoordelijke gedrag van verdachte wordt geduid als antisociaal gedrag, zonder dat er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis. In de periode voorafgaande aan de tenlastegelegde feiten was verdachte weer fors ketamine aan het gebruiken en ontregeld in zijn gedrag mede door gerichtheid op gebruik. Daarnaast was hij ontwrichtend en grensoverschrijdend. In geval van een bewezenverklaring wordt geadviseerd de feiten in verminderde mate aan hem toe te rekenen. Zonder behandeling en begeleiding wordt de kans op herhaling van inadequaat, agressief en grensoverschrijdend gedrag hoog geschat. Om het recidiverisico te beperken, is intensieve en langdurige behandeling en begeleiding van verdachte noodzakelijk, gezien de complexe en ernstige problematiek. Verdachte wordt, gezien het verleden en zijn huidige houding, niet in staat geacht om zich aan voorwaarden te houden. Geadviseerd wordt om verdachte tbs met dwangverpleging op te leggen.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het advies van [de psycholoog] van 16 september 2025. Hieruit volgt dat verdachte lijdt aan een genetische stoornis in samenhang met een verstandelijke beperking. Daarnaast lijdt hij aan een ernstige stoornis in het gebruik van hallucinogenen. Geadviseerd wordt, in geval van een bewezenverklaring, de feiten in verminderde mate toe te rekenen, omdat de keuze- en handelingsvrijheid in sterke mate werd ingeperkt. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog, waarbij letsel voor derden niet uit te sluiten is. Verdachte is een zeer onvermogende man, begrijpt de wereld om hem heen niet en kan zich onvoldoende handhaven. De psycholoog adviseert een langdurig klinisch behandeltraject op een forensische afdeling met een hoge zorgintensiteit en een hoog beveiligingsniveau. Gezien het gebrek aan responsiviteit en ervaringen uit het verleden, wordt geadviseerd om de behandeling op te leggen binnen het juridisch kader van de tbs met dwangverpleging.

De rechtbank neemt de conclusies van de psychiater en psycholoog over en rekent de bewezenverklaarde feiten in verminderde mate aan verdachte toe.

Het op verzoek van de rechtbank opgemaakte reclasseringsrapport van 14 september 2026 is van gelijke strekking als de Pro Justitia rapportages. Verdachte heeft een complex en moeilijk te beïnvloeden syndroom (Klinefelter), heeft geen probleeminzicht en geen reflectief vermogen en een afwijkend norm- en waardebesef. Er is sprake van een lage frustratietolerantie en van zelfoverschatting. Bovendien voelt hij ook geen verantwoordelijkheid voor wat hij doet, en ziet hij de noodzaak om te komen tot een gedragsverandering niet in. Zijn gedrag kan hierdoor grillig en onvoorspelbaar zijn wat maakt dat de reclassering de kans op letselschade als hoog inschat. Verdachte heeft een autoriteitsprobleem en is tot heden niet in staat gebleken om zich voor langere tijd te committeren aan het naleven van voorwaarden. Klinische opnames hebben tot niets geleid en ambulante interventies middels voorwaarden hebben tot op heden recidive niet voorkomen. De kans op het onttrekken aan de voorwaarden wordt ingeschat als hoog. De reclassering sluit zich aan bij de bevindingen van de Pro Justitia rapporteurs en komt tot een negatief advies betreffende tbs met voorwaarden of een voorwaardelijk strafdeel.

Tbs met verpleging van overheidswege

Gelet op de inhoud van de Pro Justitia rapportages, het maatregelenrapport van de reclassering, waaruit tevens blijkt dat verdachte in gesprek met de reclassering risicovolle uitlatingen heeft gedaan, en het strafblad van verdachte is de rechtbank van oordeel dat een maatregel van terbeschikkingstelling noodzakelijk is. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat voldaan wordt aan de eisen die de wet daaraan stelt, te weten:

- dat bij verdachte ten tijde van het plegen van de feiten een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens bestond;

- dat feit 1 een misdrijf is waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld;

- dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen die maatregel eist.

Gelet op de ernst van de problematiek en het gevaar dat verdachte voor anderen oplevert, acht de rechtbank een tbs met verpleging van overheidswege noodzakelijk om de kans op herhaling tot een voor de maatschappij aanvaardbaar niveau terug te brengen. De rechtbank is zich ervan bewust dat een tbs met verpleging van overheidswege een zwaar middel is. Het is echter de meest passende maatregel, omdat de rechtbank, met de deskundigen, van oordeel is dat er geen reëel alternatief is. Een behandeling in het kader van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf is niet aan de orde gezien de meerdere mislukte reclasseringstoezichten in het verleden. Ook een tbs met voorwaarden is geen passende afdoeningsmodaliteit gezien het beperkte ziektebesef en -inzicht bij verdachte en het feit dat verdachte tot op heden niet in staat gebleken om zich voor langere tijd te committeren aan het naleven van voorwaarden. Daarbij kan een tbs met voorwaarden de veiligheid van de maatschappij onvoldoende worden gewaarborgd.

De rechtbank overweegt tot slot dat de tbs met verpleging van overheidswege zal worden opgelegd voor het onder 1 bewezenverklaarde misdrijf, dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

Gevangenisstraf

De rechtbank is van oordeel dat naast een tbs met verpleging van overheidswege ook een gevangenisstraf aan verdachte moet worden opgelegd. Bij het bepalen van de hoogte van die gevangenisstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de mate waarin de feiten aan verdachte kunnen worden toegerekend. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van zeven maanden met aftrek van het voorarrest passend en geboden is.

Nu de duur van de op te leggen tbs-maatregel ongemaximeerd is, ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr op te leggen. Tevens ziet de rechtbank, gelet op de gevangenisstraf en de tbs met verpleging van overheidswege die zullen worden opgelegd, geen noodzaak om daarnaast ook een ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting.

7. Het beslag

De verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen auto wordt verbeurd verklaard. Het voorwerp is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat de bewezen verklaarde feiten met behulp van dit voorwerp zijn begaan.

8. De vorderingen van de benadeelde partijen

[benadeelde 2] en [benadeelde 3]

De benadeelde partijen [benadeelde 2] en [benadeelde 3] vorderen beide een schadevergoeding van € 693,- bestaande uit immateriële schade voor feit 1.

Nu verdachte van poging doodslag dan wel het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel ten aanzien van [benadeelde 2] en [benadeelde 3] (feit 1) wordt vrijgesproken, kunnen de benadeelde partijen niet worden ontvangen in de vorderingen die betrekking hebben op dat feit. De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat wel bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige gevaarzetting (feit 2). Echter kan niet vastgesteld worden dat de gevorderde schade van [benadeelde 2] en [benadeelde 3] rechtstreeks voortvloeit uit het onder feit 2 bewezenverklaarde feit. De benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

[benadeelde 1]

De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een schadevergoeding van € 677,-

bestaande uit immateriële schade voor feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij voldoende heeft onderbouwd dat hij nadelige psychische gevolgen heeft ondervonden van het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat hij in aanmerking komt voor vergoeding van immateriële schade. De rechtbank acht, gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer, alsmede gelet op de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, vergoeding van het gevorderde bedrag, te weten € 677,- billijk.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 25 maart 2025. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

9. De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft een vordering ingediend dat de voorwaardelijke taakstraf van 40 uren die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch van 29 januari 2024 ten uitvoer zal worden gelegd. Ter zitting heeft de officier van justitie verzocht de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen gelet op de strafeis.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging in beginsel worden toegewezen. De rechtbank zal de vordering echter afwijzen gelet op de op te leggen straf en maatregel.

10. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36f, 37a, 37b, 45, 57, 302 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a en 176 van de Wegverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: poging tot zware mishandeling;

feit 2: overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 7 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Maatregel

- gelast de terbeschikkingstelling van verdachte, met verpleging van overheidswege;

Benadeelde partij [benadeelde 1]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van € 677,- bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 25 maart 2025 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1] , € 677,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 25 maart 2025 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 6 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Benadeelde partijen [benadeelde 3] en [benadeelde 2]

- verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 3] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

Beslag

- verklaart verbeurd het volgende voorwerp: 1 STK Personenauto, [kenteken] .

Vordering tenuitvoerlegging

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter,

en mr. K. Verschueren en mr. M. Koek, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.T.C.J.M. de Jongh, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 20 oktober 2026

De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 25 maart 2025 te Tilburg en/of Drunen ,, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 1] , van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- als bestuurder van een personenauto vanuit een hoge snelheid deze personenauto (abrupt) nagenoeg tot stilstand te laten komen, althans zeer hard te remmen, waardoor het overige verkeer, waaronder die [benadeelde 1] , moest uitwijken om een aanrijding te voorkomen, en/of

- als bestuurder van een personenauto geen, althans onvoldoende snelheid, te verminderen bij een wegblokkade bestaande uit een personenauto met inzittenden, te weten die [benadeelde 2] en/of die [benadeelde 3] en op deze personenauto af te rijden

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 25 maart 2025 te Tilburg en/of Drunen , althans in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een personenauto, daarmee rijdende op de weg of meerdere wegen, waaronder in ieder geval de A59 en/of de Overstortweg, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door

- ( meermaals) overschrijden van de krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde maximumsnelheid, en/of

- op het laatste moment een afslag te nemen, en/of

- ( meermaals) rakelings passeren van overig verkeer, en/of

- vanuit een hoge snelheid, althans een hogere snelheid dan aldaar toegestaan, op de rijbaan (abrupt) nagenoeg tot stilstand te komen, althans zeer hard te remmen, waardoor het overige verkeer moest uitwijken om een aanrijding te voorkomen, en/of

- geen, althans onvoldoende snelheid, te verminderen bij een wegblokkade,

door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was.

( art 5a lid 1 Wegenverkeerswet 1994 )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand