ECLI:NL:RBZWB:2026:1021

ECLI:NL:RBZWB:2026:1021

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 19-02-2026
Zaaknummer 02-100905-24 - 02-021583-24 - 02-292011-23 en 02-000971-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Inhoudsindicatie volgt

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummers: 02-100905-24, 02-021583-24, 02-292011-23 en 02-000971-24

Vonnis van de meervoudige kamer van 17 februari 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres 1] ,

raadsvrouw mr. K.C. van de Wijngaart, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 03 februari 2026, waarbij de officier van justitie mr. G. Smid en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Op 12 juli 2024 heeft de politierechter de zaken met parketnummer 02-292011-23 en 02-000971-24 overeenkomstig artikel 285 Wetboek van strafvordering (hierna Sv) gevoegd.

Tevens heeft de politierechter overeenkomstig artikel 369 Sv de zaken naar deze kamer verwezen.

Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 Sv alle zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

02-100905-24: op 24 januari 2024 opzettelijk brand heeft gesticht in zijn appartement;

02-021583-24 feit 1: op 19 januari 2024 [aangeefster] heeft mishandeld;

02-021583-24 feit 2: op 19 januari 2024 [aangeefster] heeft bedreigd;

02-292011-23 feit 1: op 6 november 2023 meerdere verbalisanten heeft bedreigd;

02-292011-23 feit 2: op 6 november 2023 zich heeft verzet tegen de aanhouding;

02-000971-24: op 2 januari 2024 [aangever] heeft bedreigd.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie (parketnummer 02-292011-23)

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit met parketnummer 02-292011-23 dat zou zijn gepleegd op 6 november 2023 (bedreiging). De verbalisanten hebben niet voldaan aan de verbaliseringsplicht, omdat hun bevindingen geen recht doen aan de beelden die de verdediging met veel moeite heeft opgevraagd. Niet alle relevante feiten zijn opgenomen in de processen-verbaal. Zo is te zien dat de politie niet deëscalerend optrad. Daarnaast wordt onder andere niet gezegd waarom verdachte de deur moet openen en waarom de politie verdachte wil aanhouden. Dat staat wel in het proces-verbaal van [verbalisant 1] . Er is sprake van een onherstelbaar vormverzuim.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie

ontvankelijk is in de vervolging van verdachte. Er is geen sprake van een doelbewuste

schending van het recht op een eerlijk proces van verdachte. De beelden zijn aan de

verdediging verstrekt. Als er al afwijkingen zouden zijn, dan zijn deze het gevolg van de

heftigheid van het incident en kan hooguit sprake zijn van strafvermindering of een enkele

constatering van het verzuim.

Het oordeel van de rechtbank

Juridisch kader

In artikel 359a Sv is bepaald welke rechtsgevolgen de rechter kan verbinden aan de vaststelling dat in het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd die niet meer kunnen worden hersteld en waarvan de rechtsgevolgen niet uit de wet blijken. Blijkens de wetsgeschiedenis zijn onder vormverzuimen ook begrepen normschendingen bij de opsporing. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad komtniet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie als rechtsgevolg van een vormverzuim slechts in uitzonderlijk gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte op diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Vormverzuim?

Verschillende verbalisanten hebben geverbaliseerd over de aanhouding op heterdaad van verdachte. Voorafgaand aan en ten tijde van de aanhouding droeg [verbalisant 1] een bodycam. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verbalisanten hebben voldaan aan hun verbaliseringsplicht en dat deze processen-verbaal bruikbaar zijn voor het bewijs. Op grond van artikel 152 Sv omvat de verbaliseringsplicht alles wat relevant kan zijn voor enige in de strafzaak te nemen beslissing. Uit deze verplichting volgt niet dat het proces-verbaal een letterlijke uitwerking van de camerabeelden dient te zijn. Alle relevante feiten en omstandigheden blijken naar het oordeel van de rechtbank voldoende uit de processen-verbaal van de betrokken verbalisanten. In het proces-verbaal van [verbalisant 1] leest de rechtbank ook niet dat verdachte meer is meegedeeld dan uit de beelden blijkt, zoals de raadsvrouw stelt.

Er is dan ook geen sprake van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv.

Conclusie

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte, ook in de zaak met parketnummer 02-292022-23.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van de feiten op 6 november 2023 is door verschillende verbalisanten een proces-verbaal opgemaakt over de bedreiging en de wederspannigheid. Enkel van het bedreigen met het mes dient verdachte partieel te worden vrijgesproken, omdat hier onvoldoende bewijs voor is.

Het dossier bevat voldoende bewijs voor de bedreiging van [aangever] op 2 januari 2024 met de aangifte die wordt ondersteund door de verklaring van [getuige 1] .

De verklaring van [aangeefster] over de mishandeling en bedreiging op 19 januari 2024 vindt steun in de verklaring van [getuige 2] . Wel kan op basis van de verklaringen enkel het tonen van het mes worden bewezen. Van het maken van stekende bewegingen dient verdachte partieel te worden vrijgesproken.

Uit het onderzoek naar de brand op 24 januari 2024 is gebleken dat er vluchtige stoffen zijn aangetroffen op de bank. Verdachte was als enige in de woning. In combinatie met zijn suïcidale verklaring acht de officier van justitie dit feit wettig en overtuigend bewezen. Door de brandstichting is gevaar voor de woning en omliggende woningen veroorzaakt. Dat er ook gevaar op zwaar lichamelijk letsel dan wel levensgevaar is ontstaan kan niet worden vastgesteld. Van dit gedeelte van de tenlastelegging dient verdachte partieel te worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten kan komen.

Verdachte dient van het onder 1 ten laste gelegde feit met parketnummer 02-292011-23 dat zou zijn gepleegd op 6 november 2023 (bedreiging) te worden vrijgesproken, omdat niet kan worden vastgesteld dat hij bedreigende bewegingen heeft gemaakt of bedreigende woorden heeft uitgesproken. De ondergrens van een strafbare bedreiging is niet gehaald. Ook dient verdachte te worden vrijgesproken van de onder feit 2 ten laste gelegde wederspannigheid. De verbalisanten waren niet werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening nu het voor verdachte niet duidelijk was terzake van welk feit hij werd aangehouden en er disproportioneel geweld is gebruikt voorafgaand en bij de aanhouding.

Ten aanzien van het feit met parketnummer 02-000971-24 dient verdachte tevens te worden vrijgesproken, omdat de aangifte van [aangever] onvoldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. De verklaring van [getuige 1] kan dit steunbewijs niet leveren, omdat getuige woorden in de Turkse taal heeft gehoord en getuige deze taal niet machtig is. Ook is de verklaring van [getuige 1] deels de auditu.

Op 19 januari 2024 doet zich in de woning van verdachte een incident voor met zijn ex-vriendin [aangeefster] . [aangeefster] doet aangifte van bedreiging en mishandeling. De verklaring van aangeefster en de [getuige 2] komen op belangrijke punten niet overeen, waardoor deze getuigenverklaring onvoldoende steun biedt aan de aangifte. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs, waardoor verdachte van de feiten met parketnummer 02-021583-24 dient te worden vrijgesproken.

Op 24 januari 2024 is er brand ontstaan in de woning van verdachte. Niet kan worden bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op het aansteken van de brand. Verdachte geeft hiervoor namelijk een alternatieve verklaring. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat de verklaring van verdachte niet juist is. Ook van dat feit dient verdachte te worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

02-292011-23Bedreiging van meerdere verbalisanten

Op 6 november 2023 om 02:15 uur krijgt de politie een melding van vernieling van ruiten van appartement [huisnummer 1] door de bewoner van [huisnummer 2] , waarna ze ter plaatse gaan bij het appartementencomplex. Verdachte, woonachtig op [huisnummer 2] , zoekt op verschillende momenten de politie op, zit hoog in zijn emotie en schreeuwt. Nadat [verbalisant 2] een mes bij verdachte waarneemt als verdachte de politie uitdaagt om zijn woning te betreden, gaan de verbalisanten over tot aanhouding van verdachte.

Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat om de aanhouding van verdachte te bewerkstelligen de deur van zijn woning wordt geforceerd. Uit de verklaringen van de verbalisanten [verbalisant 3] , [verbalisant 4] en [verbalisant 1] blijkt dat verdachte meermaals richting de deur komt gelopen. Hij heeft op dat moment een klauwhamer in zijn handen, wees hiermee in hun richting en liep naar de verbalisanten toe. [verbalisant 2] staat hierbij in de buurt en hoort van haar collega’s over de hamer. De verbalisanten voelen zich hierdoor bedreigd en moesten stoppen met het forceren van de deur. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de bedreiging van de verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 3] , [verbalisant 2] en [verbalisant 4] door een klauwhamer te tonen. Verdachte wordt partieel vrijgesproken van bedreiging met een mes, omdat niet vastgesteld kan worden dat verdachte een bedreigende handeling met het mes heeft verricht.

Gelet op de voornoemde processen-verbaal acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Wederspannigheid

Over het feit dat verdachte zich met geweld tegen de aanhouding heeft verzet, bestaat geen discussie. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat dat de verbalisanten niet werkzaam waren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank ziet op de bodycambeelden voorafgaand aan de aanhouding geen disproportioneel geweld tegen verdachte. Uit de processen-verbaal van verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 1] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] en de camerabeelden volgt dat het waarnemen van een mes bij verdachte door [verbalisant 2] gevolgd wordt door het besluit om verdachte aan te houden . ter zake van bedreiging. De daarvoor vereiste machtiging tot binnentreden werd vervolgens ontvangen. [verdachte] is blijkens het proces-verbaal van [verbalisant 1] medegedeeld dat hij was aangehouden en er wordt hem meerdere malen gezegd dat hij naar buiten moet komen en dat als hij weigert, de voordeur geforceerd zou worden. Hierop besluiten de verbalisanten dat zij met een stormram de woning gaan betreden. Ten tijde van het forceren van de deur staat verdachte in de gang van zijn woning en toont hij de verbalisanten een hamer. Gelet op al deze feiten en omstandigheden houden de verbalisanten verdachte aan.

Het feit dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van de bedreiging met het mes vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs, maakt niet dat de aanhouding onrechtmatig is geweest, nu voor een aanhouding van verdachte een redelijk vermoeden van een gepleegd strafbaar feit voldoende is.

Daarbij merkt de rechtbank op dat zij, met de verdediging, constateert dat uit de processen-verbaal van de verbalisanten en de beelden niet blijkt dat de expliciete grondslag van de aanhouding aan verdachte is medegedeeld. Dit doet naar het oordeel van de rechtbank echter niet af aan de rechtmatigheid van de aanhouding. De verbalisanten waren dan ook werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening.

De rechtbank het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

02-000971-24 – bedreiging onderbuurman

Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat verdachte in de nacht van 2 januari 2024 bij zijn onderbuurman [aangever] aan de deur heeft gestaan. [aangever] verklaart dat verdachte hem in de Turkse taal heeft gezegd zijn kop eraf te slaan en zijn kop eraf te schieten. Ook verklaart hij dat toen verdachte wegliep, aangever zag dat verdachte een hamer in zijn hand had. Verdachte stelt enkel gescholden te hebben en geen hamer bij zich te hebben gehad. [getuige 1] heeft gezien dat verdachte die nacht bij aangever aan de deur stond en zij heeft hem horen schreeuwen in de Turkse taal. Ook zag de getuige dat verdachte iets in zijn handen had dat leek op een hamer. Nu zowel aangever als de getuige over deze specifieke omstandigheid verklaren en de verklaring van [getuige 1] daarmee ondersteunend is voor de aangifte, gaat de rechtbank uit van de juistheid van de aangifte en acht de rechtbank de verbale bedreiging wettig en overtuigend bewezen. Het gegeven dat [getuige 1] de Turkse taal niet verstaat, maakt dat niet anders. Verdachte wordt partieel vrijgesproken van de bedreiging met de hamer, omdat de rechtbank wel vaststelt dat verdachte deze bij zich had, maar uit de aangifte en getuigenverklaring niet blijkt dat verdachte deze aan aangever heeft getoond en aangever deze hamer pas zag toen verdachte wegging.

02-021583-24

Mishandeling ex-vriendin

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 19 januari 2024 schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van zijn ex-vriendin [aangeefster] door haar te slaan. Aangeefster heeft aangifte gedaan van de mishandeling waarbij zij pijn heeft opgelopen. Later is door de [getuige 3] [getuige 4] een verkleuring bij aangeefster waargenomen. Ook heeft verdachte bekend dat hij aangeefster heeft geslagen. Verdachte verklaart weliswaar dat dit onbewust in een worsteling is gebeurd, maar de rechtbank overweegt dat verdachte, door zich in een fysieke confrontatie met aangeefster te begeven, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat door zijn slaande beweging aangeefster letsel en pijn zou oplopen.

Bedreiging ex-vriendin

Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat op 19 januari 2024 in de woning van verdachte een incident met zijn ex-vriendin, [aangeefster] , heeft plaatsgevonden. [aangeefster] heeft hiervan aangifte gedaan. In de aangifte verklaart zij dat verdachte een mes in zijn handen had. Aangeefster voelde zich hierdoor bedreigd.

De verklaring van aangeefster wordt op dit punt ondersteund door de getuigenverklaring van [getuige 2] . Met de verdediging stelt de rechtbank vast dat de aangifte en de getuigenverklaring verschillen vertonen. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat de getuigenverklaring als betrouwbaar kan worden aangemerkt en voor het bewijs kan worden gebezigd. De verklaring van aangeefster en de getuigenverklaring komen in hoofdlijnen overeen. Zowel aangeefster als [getuige 2] heeft gezien dat verdachte een mes vast had.

Nu de rechtbank van oordeel is dat de aangifte voldoende wordt ondersteund door de getuigenverklaring acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een mes heeft getoond aan aangeefster.

De getuige heeft daarnaast verklaard over het wijzen met het mes en het maken van stekende bewegingen in de richting van aangeefster. Nu aangeefster hier niet zelf over heeft verklaard kan de rechtbank niet vaststellen of dit ook daadwerkelijk is gebeurd. Verdachte zal van dit gedeelte van de tenlastelegging partieel worden vrijgesproken.

02-100905-24 – opzettelijke brandstichting

Op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Op 24 januari 2024 heeft er een brand plaatsgevonden in de woning van verdachte. De brand is ontstaan op zijn bank in de woonkamer. In de buurt van de bank werd een aansteker aangetroffen en ter hoogte van de brandhaard lag een rode draaidop op de bank. Uit de bevindingen van het forensisch onderzoek is gebleken dat er vluchtige vloeistoffen op de bank waren uitgegoten.

Een deel van deze vluchtige stoffen is afkomstig van kerosine en motorbenzine.

In de badkamer van de woning zijn verpakkingen met vluchtige vloeistoffen aangetroffen, onder andere een vloeistofblik met het gevarensymbool voor brandbaar waarin nog een beperkte hoeveelheid vloeistof zat en waar de rode draaidop bij hoort. Gelet op deze omstandigheden in combinatie met de suïcidale uitlatingen die verdachte eerder die dag tegen zijn broer had gedaan, acht de rechtbank bewezen dat verdachte de brand opzettelijk heeft aangestoken.

De verklaring van verdachte dat hij met een sigaret op de bank in slaap is gevallen en de bank reinigt met de brandbare vloeistoffen acht de rechtbank onaannemelijk. Daarnaast is er geen sigaret aangetroffen in de buurt van de brandhaard.

Gelet op de forensische bevinden en de verklaring van [getuige 5] acht de rechtbank het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

02-100905-24 op 24 januari 2024 te [plaats] opzettelijk brand heeft gesticht in een appartement (gelegen aan [straat] [huisnummer 2] ), behorende bij een appartementencomplex, door open vuur in aanraking te brengen met een bank, waarop zich kerosine en motorolie bevondenten gevolge waarvan die bank gedeeltelijk is verbrand en daarvan gemeen gevaar voor dat appartement en omliggende appartementen, te duchten was;

02-021583-24 1

op 19 januari 2024 te [plaats] [aangeefster] heeft mishandeld door die [aangeefster] eenmaal, in het gezicht te slaan;

2

op 19 januari 2024 te [plaats] [aangeefster] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een mes aan die [aangeefster] te tonen;

02-292011-23 1op 6 november 2023 te [plaats] [verbalisant 4] en [verbalisant 3] en [verbalisant 2] en [verbalisant 1] heeft bedreigd met zware mishandeling, door dezen een klauwhamer te tonen en met een klauwhamer te wijzen in de richting van genoemde[verbalisant 4] en genoemde [verbalisant 3] en genoemde [verbalisant 2] en genoemde [verbalisant 1] ;

2op 6 november 2023 te [plaats] , zich met geweld, heeft verzet tegen meerdere ambtenaren, te weten[verbalisant 1] en [verbalisant 3] (respectievelijk brigadier en hoofdagent bij de Eenheid Zeeland-West-Brabant), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hunbediening, te weten ter aanhouding van hem, verdachte,door zich proberen los te trekken en om zich heen te slaan en te trappenen zich in tegengestelde richting te bewegen dan waarin bovengenoemde ambtenaren hem, verdachte, trachtten te bewegen;

02-000971-24 op 2 januari 2024 te [plaats] [aangever] heeft bedreigd met zware mishandeling, door voornoemde [aangever] dreigend de woorden toe te voegen "ik sla je kop eraf"en "ik schiet je kop eraf".

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie houdt rekening met het tijdsverloop en de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. De officier van justitie acht een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf waarbij het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk is aan het voorarrest passend en geboden. De officier van justitie vordert een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 175 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en aftrek van het voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

Indien de rechtbank de bepleite integrale vrijspraak niet volgt, verzoekt de verdediging rekening te houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en het tijdsverloop. Verdachte heeft inmiddels een positieve ontwikkeling doorgemaakt en stabiliteit gecreëerd op verschillende leefgebieden. Hij is momenteel voldoende ingebed in de zorg en begeleiding. Daarnaast loopt verdachte reeds twee jaar in een reclasseringstoezicht en heeft hij zich goed aan de schorsingsvoorwaarden gehouden. Primair verzoekt de verdediging aan verdachte geen straf of maatregel op te leggen (artikel 9a Wetboek van Strafrecht). Subsidiair verzoekt de verdediging aan verdachte een voorwaardelijke taakstraf op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zestal strafbare feiten welke voortkomen uit het overlastgevende gedrag dat verdachte destijds vertoonde. Het zwaartepunt van de bewezenverklaring ligt bij de opzettelijke brandstichting. Verdachte heeft in zijn appartement brandgesticht door brandbare vloeistoffen op de bank in aanraking te brengen met vuur. In het algemeen geldt dat brandstichting gevoelens van angst, onveiligheid en onrust teweeg brengt, te meer nu de brandstichting plaatsvond in een appartementencomplex. Verdachte heeft met zijn handelen een zeer gevaarlijke situatie laten ontstaan nu zijn appartement direct grensde aan andere woningen. Met zijn handelen heeft verdachte een risico veroorzaakt voor schade aan zijn eigen woning en die van anderen. Verdachte heeft aan de brand ook letsel overgehouden, doordat hij heeft geprobeerd de brand te blussen. Door snel en alert handelen van zijn begeleider en de brandweer is verdere schade voorkomen.

Daarnaast heeft verdachte meerdere mensen bedreigd, namelijk zijn ex-vriendin, zijn onderbuurman en meerdere verbalisanten. Ook heeft hij zijn ex-vriendin mishandeld door haar te slaan. Bij al deze incidenten was verdachte in het bezit met wapens, te weten messen of hamers. Door de aangevers zijn de incidenten met verdachte als zeer angstaanjagend ervaren. Met zijn handelen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van de aangevers aangetast en hen gevoelens van onveiligheid bezorgd.

Naast de bedreiging van meerdere verbalisanten heeft verdachte zich ook met geweld verzet tegen zijn aanhouding. Deze feiten getuigen van een gebrek aan respect voor politieagenten, terwijl die gewoon hun werk uitvoeren.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het psychiatrisch onderzoek van 26 juli 2024. Door de deskundigen is geconcludeerd dat verdachte lijdt aan een psychische stoornis, te weten een anders gespecificeerde psychose spectrum stoornis. Daarnaast gebruikt verdachte vanwege chronische pijnklachten verschillende pijnstillende medicatie. Ten tijde van de ten laste gelegde feiten (september 2023 tot en met 24 januari 2024) was verdachte psychisch ontregeld. Verdachte gebruikte in het begin van deze periode geen medicatie waardoor hij ontregelde. Rond 10 januari 2024 is verdachte opnieuw aangevangen met de medicatie, maar heeft hij deze overmatig ingenomen. Hierdoor was hij in deze periode niet helder in zijn bewustzijn en heeft hij hier weinig herinneringen aan. De deskundigen adviseren de ten laste gelegde feiten in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank neemt deze conclusie van de deskundigen over.

De reclassering heeft bij rapport van 23 januari 2026 geadviseerd om aan verdachte geen bijzondere voorwaarden op te leggen. Het risico op recidive wordt laag tot gemiddeld ingeschat. Sinds de start van het schorsingstoezicht is verdachte psychisch stabiel. De klinische en ambulante behandeling heeft hij positief afgerond en het medicatiegebruik is afgebouwd. Verdachte ontvangt begeleiding vanuit Maatwerk in Zorg. Daarnaast heeft verdachte een steunend netwerk.

De rechtbank sluit, gelet op het verhandelde ter zitting, aan bij dit advies van de reclassering. Verdachte loopt al enige tijd in een schorsingstoezicht en niet is gebleken dat hij de voorwaarden niet of onvoldoende heeft nageleefd. Ter zitting maakt verdachte een stabiele indruk en is gebleken dat hij positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt op verschillende leefgebieden.

Uit het strafblad van verdachte is ook gebleken dat hij sinds de onderhavige verdenking niet meer in contact is geweest met politie en justitie.

De straf

Gelet op de aard en de ernst van de feiten acht de rechtbank een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel niet passend. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat een grotendeels voorwaardelijke straf passend is, waarbij verdachte niet meer terug hoeft naar de gevangenis, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, de positieve ontwikkelingen die verdachte in dit tijdsverloop heeft doorgemaakt en de verminderde toerekeningvatbaarheid van verdachte ten tijde van de strafbare feiten. De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van verdachte.

De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 180 dagen waarvan 175 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en aftrek van het voorarrest.

7. Het beslag

02-021583-24

Het inbeslaggenomen mes (Omschrijving: PL2000-2024015543-G2682148 Keukenmes, Zwart) wordt verbeurd verklaard. Het mes is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf de verbeurdverklaring op te leggen, omdat de bedreiging met behulp van dit voorwerp is begaan.

Ten aanzien van de overige in beslag genomen voorwerpen wordt een last gegeven tot teruggave aan verdachte.

02-000971-24

De inbeslaggenomen hamer wordt verbeurd verklaard. De hamer is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf de verbeurdverklaring op te leggen, omdat de bedreiging met behulp van dit voorwerp is begaan.

8. De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [aangever] vordert een schadevergoeding van € 10.150,00 voor de zaak met parketnummer 02-000971-24.

De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van het materiële gedeelte van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in dit gedeelte van de vordering.

Tevens zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in het immateriële gedeelte van de vordering. Niet is gebleken is dat er een grondslag bestaat voor toewijzing van een vordering zoals bedoeld in artikel 6:106 Burgerlijk Wetboek. Niet is gebleken dat benadeelde enig vastgesteld psychisch letsel heeft overgehouden aan de bedreiging. Bedreiging is onder de omstandigheden zoals bewezenverklaard geen strafbaar feit waarbij uit de aard en ernst van de normschending een grond voor toewijzing van de immateriële schade volgt.

De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in dit gedeelte van de vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57, 63, 157, 180, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. Beslissing

02-021583-24
02-021583-24

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

02-100905-24: opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor

goederen te duchten is

02-021583-24 feit 1: mishandeling

02-021583-24 feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling

02-292011-23 feit 1: bedreiging met zware mishandeling (meermalen gepleegd)

02-292011-23 feit 2: wederspannigheid

02-000971-24: bedreiging met zware mishandeling

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 175 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [aangever] (02-000971-24) niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende voorwerp/voorwerpen:

1 STK mes (Omschrijving: PL2000-2024015543-G2682148 Keukenmes, Zwart)

02-000971-24

1 STK Gereedschap

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

Voorlopige hechtenis

- heft de geschorste bevelen tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Verschueren, voorzitter, en mr. R. Combee en mr. S.P.W. van Dooren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Verdult, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 17 februari 2026.

De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

02-100905-24 hij op of omstreeks 24 januari 2024 te [geboorteplaats]opzettelijkbrand heeft gesticht in een woning/appartement (gelegen aan de [straat][straat] [huisnummer 2] ), behorende bij een appartementencomplex), door open vuur inaaraking te brengen met een bank en/of dekens en/of handdoeken en/of eenkussen, waarop zich kerosine en/of motorolie, in elk geval een brandbare stofbevond(en)tengevolge waarvan die bank en/of die dekens en/of die handdoeken en/of datkussen geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elkgeval brand is ontstaan,en daarvan gemeen gevaar voor die woning/dat appartement en/of omliggendewoningen/appartementen, in elk geval gemeen gevaar voorgoederen en/oflevensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoner van diewoning/dat appartement en/of bewoners van de omliggendewoningen/appartementen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaarlichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

02-021583-24 1hij, op of omstreeks 19 januari 2024 te [geboorteplaats] , althans in Nederland,[aangeefster] heeft mishandeld door die [aangeefster] meerdere malen, althanseenmaal, in/tegen het hoofd en/of het gezicht, althans tegen het lichaam, te slaan;( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2hij, op of omstreeks 19 januari 2024 te [geboorteplaats] , althans in Nederland,[aangeefster] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of metzware mishandeling, door een of meerdere messen, althans een of meerderescherpe voorwerpen, aan die [aangeefster] te tonen en/of daarmee in de richting van die[aangeefster] te wijzen en/of stekende beweging(en) in de richting van die [aangeefster] temaken;( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

02-292011-23 1hij op of omstreeks 6 november 2023 te [geboorteplaats][verbalisant 4] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 1][verbalisant 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zwaremishandeling, door deze(n) een (vlees)mes en/of een klauwhamer te tonen en/ofmet een (vlees)mes en/of een klauwhamer te wijzen in de richting van genoemde[verbalisant 4] en/of genoemde [verbalisant 3] en/of genoemde [verbalisant 2] en/of genoemde[verbalisant 1] ;( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2hij op of omstreeks 6 november 2023 te [geboorteplaats] , zich met geweld en/of bedreigingmet geweld, heeft verzet tegen meerdere, althans een ambtena(a)r(en), te weten[verbalisant 1] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] en/of [verbalisant 2][verbalisant 2] (respectievelijk brigadier en/of hoofdagent bij de EenheidZeeland-West-Brabant), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hunbediening, te weten ter aanhouding van hem, verdachte,door zich proberen los te trekken en/of om zich heen te slaan en/of te trappenen/of zich in tegengestelde richting te bewegen dan waarin (een van)bovengenoemde ambtena(a)r(en) hem, verdachte, trachtte(n) te bewegen;( art 180 Wetboek van Strafrecht )

02-000971-24 hij op of omstreeks 2 januari 2024 te [geboorteplaats] , althans in Nederland, [aangever]heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zwaremishandeling, door voornoemde [aangever] een hamer, althans een slagwapen, tetonen en/of hem (daarbij) dreigend de woorden toe te voegen "ik sla je kop eraf"en/of "ik schiet je kop eraf", althans woorden van gelijke dreigende aard ofstrekking;( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?