RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 96-323934-24
raadkamernummer : 26-006043
datum : 02 juni 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M.J.A. Beukers-Bouten, advocaat te Eindhoven (Torenallee 20, 5617 BC Eindhoven),
hierna te noemen: verzoeker.
1. De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 26 februari 2026 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
Op 2 juni 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks, verzoeker en mr. M.J.A. Beukers-Bouten als advocaat van verzoeker, gehoord.
Namens verzoeker is verzocht een vergoeding van bovengenoemde bedragen toe te wijzen. De advocaat heeft ten aanzien van de verzochte vergoeding wegens gederfde inkomsten als gevolg van het bijwonen van de zitting aangevoerd dat verzoeker op de door hem overgelegde factuur twee dagen door elkaar heeft gehaald. Hij was echter wel bij de zitting aanwezig en factureert 115 euro per uur.
Verzoeker heeft in raadkamer aangevoerd dat hij een dienstverleningsovereenkomst heeft met [B.V.] en vanuit deze overeenkomst werkzaamheden verricht voor het COA. Namens verzoeker wordt door [B.V.] gefactureerd aan het COA. In december vorig jaar is het fout gegaan met factureren en heeft verzoeker abusievelijk de zittingsdag op donderdag verwisseld met vrijdag. Hij was echter wel bij de zitting op donderdag 18 december 2025 aanwezig. Verzoeker heeft het aantal uren en het bedrag op de factuur aangepast en deze versie bij de opdrachtgever ingediend. De factuur heeft nog steeds dezelfde datum en ook wordt er nog steeds een urenverlies op vrijdag vermeld, maar dit was administratief lastig te wijzigen. Verzoeker is in de facturatie schappelijk geweest. Hij heeft als gevolg van de zitting zes uren minder kunnen werken, maar heeft in zijn verzoek slechts om vergoeding van drie uren aan gederfde inkomsten verzocht.
De officier van justitie heeft zich - in afwijking van de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie - ten aanzien van de verzochte vergoeding wegens gederfde inkomsten op het standpunt gesteld dat ondanks de onduidelijke facturering, hij in de nadere toelichting van verzoeker aanleiding ziet om de verzochte vergoeding geheel toe te wijzen. De overige verzochte bedragen kunnen conform het schriftelijke standpunt van het Openbaar Ministerie worden toegewezen.
2. De beoordeling
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding worden toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 3.206,50 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Verzoeker heeft vergoeding van een bedrag ter hoogte van € 48,66 verzocht voor reiskosten. Gelet op de aanwezigheid van verzoeker bij de inhoudelijke behandeling van de zaak op 18 december 2025, de reisafstand en de gebruikelijke kilometervergoeding, wijst de rechtbank ook dit bedrag toe.
Verzoeker heeft een bedrag ter hoogte van € 345,00 verzocht voor inkomstenderving. Verzoeker heeft ter onderbouwing hiervan in raadkamer stukken overgelegd en een nadere toelichting daarop gegeven. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker voldoende heeft onderbouwd dat abusievelijk twee dagen zijn omgewisseld op de oorspronkelijk ingediende factuur en gaat uit van de aangepaste factuur. Het siert verzoeker daarbij dat hij op deze factuur minder uren heeft geschreven die hij als gevolg van de zitting niet heeft kunnen werken. De rechtbank zal het verzoek toewijzen conform hetgeen is verzocht.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 825,00 toegekend.
3. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 4.425,16, bestaande uit:
- € 3.206,50 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 48,66 aan reiskosten;
- € 345,00 aan kosten in verband met inkomstenderving en
- € 825,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van € 3.600,16 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer 1] ten name van [naam 1] , onder vermelding van “OM schadevergoeding”.
bepaalt dat een bedrag van € 825,00 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer 2] ten name van [naam 2] , onder vermelding van “ [vermelding] ”.
Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 2 juni 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.