RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
raadkamernummer : 25-033733
datum : 16 juni 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. G. Vermeulen, advocaat te Tilburg
(Tivolistraat 30, 5017 HR Tilburg),
hierna te noemen: klager.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
Op 2 juni 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks, klager en mr. G. Vermeulen als gemachtigd raadsman van klager, gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager. Daartoe is aangevoerd dat klager eigenaar is van de onder hem in beslag genomen crossmotor en (financieel) wordt benadeeld bij voortduring van het beslag. De crossmotor is in beslag genomen, omdat het voertuig verschillende technische mankementen had en niet was goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg. Klager was echter niet voornemens om de crossmotor te gebruiken op de openbare weg, zodat dit niet van belang is. Het is een eenmalige actie geweest dat hij die bewuste dag toch met de crossmotor naar buiten is gegaan. Klager wordt verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan een aantal verkeersovertredingen en het niet beschikken over het juiste rijbewijs. Dit maakt volgens het Openbaar Ministerie dat de crossmotor vatbaar is voor verbeurdverklaring. De strafzaak tegen klager verkeerd echter nog in een vroeg stadium en er bestaat helemaal geen zekerheid dat een veroordeling zal volgen. Een verbeurdverklaring is een bijkomende straf en moet voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Volgens de richtlijnen van het Openbaar Ministerie staat er op overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) slechts een geldboete van enkele honderden euro’s. Bovendien gaat het om een overtreding en geen misdrijf. Klager heeft de crossmotor voor ongeveer 1.000 euro gekocht. Een verbeurdverklaring zou neerkomen op een vermogenssanctie die zwaarder is dan de sanctie die doorgaans worden opgelegd. Klager acht het dan ook hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later de verbeurdverklaring van de crossmotor zal uitspreken. Klager heeft hard voor de crossmotor gewerkt en zijn financiële draagkracht is beperkt. Gelet op de waarde van de crossmotor en de persoonlijke omstandigheden van klager is een verbeurdverklaring van de crossmotor ook disproportioneel.
De officier van justitie heeft gepersisteerde bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat de crossmotor niet kan worden teruggegeven aan klager. Klager heeft zich schuldig gemaakt aan een aantal verkeersovertredingen en beschikte niet over het juiste rijbewijs. Hij is weggereden van de politie met alle risico’s van dien. Dat maakt dat de crossmotor vatbaar is voor verbeurdverklaring. Bovendien mag klager ook niet met de crossmotor op de openbare weg rijden, omdat het geen geregistreerd voertuig is. Bij de afdoening van de strafzaak tegen klager zal zeker om verbeurdverklaring van de crossmotor verzocht worden, te meer omdat er sprake is van herhaling. De officier van justitie acht het niet hoogst onwaarschijnlijk dat ook de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de crossmotor zal uitspreken.
Klager heeft in raadkamer aangevoerd dat het een hele domme keuze is geweest om die betreffende avond met de crossmotor de weg op te gaan. Hij was blij met zijn crossmotor en wilde hem testen. Het was de eerste keer dat hij ermee naar buiten ging. Hij heeft hard gewerkt om zijn droomcrossmotor te kunnen kopen. Bij teruggave van de crossmotor zal hij deze enkel nog gebruiken om recreatief mee te crossen op daarvoor aangewezen plekken, zoals ook de bedoeling was. Zijn zus beschikt over een busje waar hij de crossmotor mee kan vervoeren.
2. De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
Uit de onderliggende stukken en het verhandelde in raadkamer volgt dat de crossmotor van klager op 31 oktober 2025 op grond van artikel 94 Sv (waarheidsvinding en vatbaar voor verbeurdverklaring) in beslag is genomen naar aanleiding van een verdenking van overtreding van artikel 5 WVW en het niet beschikken over het juiste rijbewijs diezelfde dag. Bovendien zou het gaan om een niet geregistreerd voertuig dat vanwege de technische staat ook niet goedgekeurd kon worden om op de openbare weg te rijden. Klager heeft in raadkamer aangevoerd dat hij de crossmotor had gekocht om mee te gaan crossen op de daarvoor aangewezen plekken, maar dat hij eenmalig een domme fout heeft begaan door met zijn crossmotor de openbare weg op te gaan. Anders dan door de officier van justitie in raadkamer is gesteld, blijkt klager een first offender. Gelet op deze omstandigheden alsmede de waarde die de crossmotor vertegenwoordigt - uitgaande van de stand van zaken ten tijde van de behandeling van het klaagschrift en de summiere toetsing - acht de rechtbank het niet waarschijnlijk dat de rechter, later oordelend, de verbeurdverklaring dan wel de onttrekking aan het verkeer van de crossmotor zal bevelen. Zolang klager met de crossmotor de openbare weg niet opgaat, is het bezit daarvan niet strafbaar. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de crossmotor moet worden teruggegeven aan klager.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift tegen het artikel 94 Sv beslag gegrond verklaren.
3. De beslissing
De rechtbank
- verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de crossmotor, merk Thunder, bouwjaar 2024, aan klager.
Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 16 juni 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).