ECLI:NL:RBZWB:2026:10233

ECLI:NL:RBZWB:2026:10233

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-06-2026
Datum publicatie 21-10-2026
Zaaknummer 26-001383
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Beslag op opbrengst inmiddels vernietigde scooter. Onttrekking aan het verkeer hoogst waarschijnlijk.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats [geboorteplaats]

raadkamernummer : 26-001383

datum : 16 juni 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager] ,

geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ,

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. A.M. Demirer, advocaat te Utrecht (Goeman Borgesiuslaan 77, 3515 ET Utrecht),

hierna te noemen: klager.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

Op 2 juni 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. N. Boer als gemachtigd waarnemend raadsvrouw van klager, gehoord.

Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager. Daartoe is aangevoerd dat klager eigenaar is van de onder hem in beslag genomen scooter. Klager was bezig om zijn scooter om te bouwen, zodat deze de openbare weg op mocht. Hij erkent te hebben geweten dat de scooter nog niet legaal was op het moment dat hij er op 3 juli 2025 mee de openbare weg op ging en werd staande gehouden. Inmiddels is het klager gebleken dat de scooter bij beslissing van het Openbaar Ministerie is vernietigd. Klager is hiervan niet voorafgaand op de hoogte gesteld, noch is hierover met hem gecommuniceerd. Hij wenst dan ook - met name vanwege een financieel belang - dat aan hem een vergoeding ter hoogte van de waarde van het vernietigde voertuig wordt toegekend. De raadsvouw heeft in raadkamer aangevoerd dat zij inmiddels heeft begrepen dat de taxatiewaarde van de scooter ten tijde van de vernietiging € 2,00 was. Desondanks persisteert klager bij zijn verzoek om het klaagschrift gegrond te verklaren en aan hem de vervangende waarde van de vernietigde scooter toe te kennen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard. Hij stelt dat de beslissing tot vernietiging van de scooter rechtmatig is genomen. In casu was sprake van een omgekat voertuig. De scooter had geen zichtbaar VIN-nummer en het motorblok bleek niet bij de scooter te horen. Het ongecontroleerde bezit van de scooter was daarmee in strijd met de wet en kon niet aan klager worden teruggegeven. Bovendien had de scooter diverse andere gebreken - zoals een gladde voorband, een losstaande accu en geen decibel killer in de uitlaat - waardoor de scooter niet voldeed aan de eisen gesteld in de Regeling Voertuigen. Mocht de rechtbank anders oordelen, dan berust het beslag op de vervangende waarde van de vernietigde scooter (handelen als verbeurdverklaard). Bij een gegrondverklaring van het klaagschrift zou klager in dat geval de vervangende waarde krijgen. Gelet echter op het feit dat de scooter vatbaar was voor onttrekking aan het verkeer en het ook niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de later oordelende rechter de onttrekking aan het verkeer van de scooter zou hebben uitgesproken, is er geen plaats en grond voor een beslissing van de rechtbank tot betaling van een vergoeding zoals verzocht door klager.

2. De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Het klaagschrift is tijdig ingediend.

Ontvankelijkheid

De rechtbank stelt op basis van een uitdraai van het Beslagportaal en het verhandelde in raadkamer vast dat er door het Openbaar Ministerie op 5 september 2025 een beslissing tot vernietiging op grond van artikel 117 Sv van de in beslag genomen scooter is gegeven. Uit artikel 117 Sv volgt dat het Openbaar Ministerie een zelfstandige (wettelijke) bevoegdheid heeft om een dergelijke beslissing te nemen. Zo heeft het Openbaar Ministerie de bevoegdheid om tot vernietiging van een voertuig over te gaan als deze van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang (artikel 117, tweede lid, onder b, Sv). Hiervan was blijkens mededeling van de officier van justitie in raadkamer sprake.

De rechtbank begrijpt uit de toelichting van de raadsvrouw in raadkamer dat thans de rechtmatigheid van deze beslissing van het Openbaar Ministerie tot vernietiging aan het klaagschrift ten grondslag wordt gelegd, nu klager hiervan niet voorafgaand op de hoogte was gesteld, noch hierover met hem was gecommuniceerd.

Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt echter dat artikel 552a Sv noch enige andere wettelijke bepaling beklag openstelt tegen het verlenen van een machtiging in de zin van artikel 117 Sv. (vgl. HR 2 maart 1999, LJN AB7949, NJ 1999/416). Gelet hierop zou het beslag door vernietiging zijn geëindigd en klager niet kunnen worden ontvangen in zijn beklag.

De rechtbank stelt vast dat er enkel een uitdraai van het Beslagportaal in het dossier zit, waarop staat vermeld dat er een OM-beheerbeslissing: deponeren en machtiging vernietigen van de in beslag genomen scooter op grond van artikel 117 Sv is genomen. De daadwerkelijke schriftelijke machtiging tot vernietiging ontbreekt echter in het dossier.

Hoewel de rechtbank ervan uitgaat dat de schriftelijke machtiging tot vernietiging ongetwijfeld bestaat, zal zij in het voordeel van klager niet uitgaan van een beëindiging van het beslag, nu niet kan worden vastgesteld dat de scooter in overeenstemming met de wettelijke voorschriften is vernietigd. De rechtbank zal klager dan ook ontvankelijk verklaren in zijn beklag.

Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.

De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:

a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,

b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.

In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.

Uit de beschikbare dossierstukken blijkt dat de scooter geen zichtbaar VIN-nummer had en bleek het motorblok toe te behoren aan een andere scooter die in Duitsland geregistreerd stond. Bovendien bleek de scooter diverse andere gebreken te hebben - zoals een gladde voorband, een losstaande accu en geen decibel killer in de uitlaat - waardoor de scooter niet voldeed aan de eisen gesteld in de Regeling Voertuigen. Kijkend naar de resultaten van het technisch onderzoek aan de scooter, dan zou de scooter niet teruggebracht kunnen worden in het verkeer. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen scooter zal onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit in strijd is met de wet of het algemeen belang. Het strafvorderlijk belang verzet zich dan ook tegen opheffing van het beslag.

Het beklag zal daarom ongegrond worden verklaard.

3. De beslissing

De rechtbank

- verklaart het klaagschrift ongegrond.

Deze beslissing is genomen door mr. P.E. van Althuis, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 16 juni 2026.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.E. van Althuis

Griffier

  • mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand